Main Eindelijk gelukkig

Eindelijk gelukkig

0 / 0
How much do you like this book?
What’s the quality of the file?
Download the book for quality assessment
What’s the quality of the downloaded files?

Net als Amber Wilkens na een roerige scheiding haar leven weer een beetje op orde denkt te hebben en zich in alle rust wil voorbereiden op de geboorte van haar nieuwe baby, begint haar oudste dochter Noortje te puberen…
· · · Eindelijk gelukkig is het laatste – ook zelfstandig te lezen – deel van een trilogie over Amber Wilkens en haar gezin.
· · · Een (ont)spannende romantische familieroman van topschrijfster Anita Verkerk.

Recensie:
Nadat haar huwelijk is stukgelopen op ontrouw van haar man, krijgt Amber, moeder van een 12-jarige tweeling en zwanger van haar derde kind, weer hoop op een nieuwe toekomst. Maar voordat het zover is, gebeurt er in haar woonplaats Soest van alles. Projectontwikkelaars azen op haar winkel, de politie arresteert ten onrechte haar nieuwe vriend, en onbekende familieleden – belust op een deel van haar te verwachten geld – dienen zich aan. Met veel verve beschrijft Anita Verkerk in deze romantische en detectiveachtige familieroman de gebeurtenissen die uiteindelijk leiden tot een rustiger leven van Amber en haar vriend Tom. De schrijfster is bekend van haar vele lichte chicklitromans. Er is weinig karaktertekening, maar het verhaal is wel onderhoudend, vol spanning, actie en een vleug liefde. Zelfstandig te lezen slotroman van de Ambertrilogie (waarin eerder verschenen ‘Bedrogen liefde’ en ‘Een nieuwe toekomst’). Het gemakkelijk te lezen boek zal veel lezeressen enige uurtjes leesplezier kunnen schenken.






Publisher:
[Côte d’Azur]
Language:
dutch
ISBN:
[2012.04.11]
File:
EPUB, 214 KB
Download (epub, 214 KB)
0 comments
 

To post a review, please sign in or sign up
You can write a book review and share your experiences. Other readers will always be interested in your opinion of the books you've read. Whether you've loved the book or not, if you give your honest and detailed thoughts then people will find new books that are right for them.
2

[NL] 2006 - Heisa in Venetie

Year:
2006
Language:
dutch
File:
EPUB, 180 KB
0 / 0
Anita Verkerk

Eindelijk gelukkig



Amber #3

2011, NL

Net als Amber Wilkens na een roerige scheiding haar leven weer een beetje op orde denkt te hebben en zich in alle rust wil voorbereiden op de geboorte van haar nieuwe baby, begint haar oudste dochter Noortje te puberen…

Eindelijk gelukkig is het laatste – ook zelfstandig te lezen – deel van een trilogie over Amber Wilkens en haar gezin.

Een (ont)spannende romantische familieroman van topschrijfster Anita Verkerk.


Recensie:

Nadat haar huwelijk is stukgelopen op ontrouw van haar man, krijgt Amber, moeder van een 12-jarige tweeling en zwanger van haar derde kind, weer hoop op een nieuwe toekomst. Maar voordat het zover is, gebeurt er in haar woonplaats Soest van alles. Projectontwikkelaars azen op haar winkel, de politie arresteert ten onrechte haar nieuwe vriend, en onbekende familieleden – belust op een deel van haar te verwachten geld – dienen zich aan. Met veel verve beschrijft Anita Verkerk in deze romantische en detectiveachtige familieroman de gebeurtenissen die uiteindelijk leiden tot een rustiger leven van Amber en haar vriend Tom. De schrijfster is bekend van haar vele lichte chicklitromans. Er is weinig karaktertekening, maar het verhaal is wel onderhoudend, vol spanning, actie en een vleug liefde. Zelfstandig te lezen slotroman van de Ambertrilogie (waarin eerder verschenen ‘Bedrogen liefde’ en ‘Een nieuwe toekomst’). Het gemakkelijk te lezen boek zal veel lezeressen enige uurtjes leesplezier kunnen schenken.





Inhoudsopgave

Proloog

1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10

Epiloog





∨ Eindelijk gelukkig ∧





Proloog


“Mama!” gilde een meisjesstem door de stille nacht. “MAMA!”

Er ging een schok door Amber Wilkens heen en ze was op slag klaarwakker. Dat was Noortje! Die voelde een epileptische aanval aankomen! Ze moest meteen naar haar dochter toe!

In ijltempo sloeg Amber het warme dekbed van zich af, maar snel uit bed springen was er niet meer bij. Ze draaide zich moeizaam op haar linkerzij en terwijl ze haar enorme buik met é; én hand stevig vasthield, drukte ze zich op haar andere elleboog omhoog.

Er ging een vlijmscherpe steek door haar ribben en zachtjes kreunend schoof ze uit bed tot haar voeten het ijskoude zeil raakten.

“MAMA!”

“Ik kom al, Noortje. Mama komt eraan!” En wat zachter liet ze erop volgen: “Schreeuw nou niet zo. Straks wordt Reinier ook nog wakker.”

Dapper worstelde ze zich uit bed en ging staan. Vrijwel meteen flitste er een heftige kramp door haar buik en Amber kreunde opnieuw. Die oefenweeën werden steeds vervelender. En die dikke buik was ze onderhand ook ontzettend zat! Maar ze moest nog minstens vier weken totdat…

“MAMA!”

“Ja, ja, ik kom al,” prevelde Amber. “Stil nou maar. Je maakt iedereen…”

De kramp werkte zich naar een hoogtepunt. Amber hapte naar adem en zakte terug op de rand van het bed.

“Lukt het meisje?” vroeg een vertrouwde donkere mannenstem achter haar.

“Een oefenwee,” hijgde Amber. “Het trekt alweer weg.”

“MAMA!”

Het bed kraakte en er klonk een schuivend geluid. “Ga maar weer liggen, Amber. Ik ga wel even naar Noortje toe.”

“Nee Tom, dan heb ik toch geen rust. Ik… Het gaat alweer.” Amber hees zich moeizaam overeind, legde haar armen steunend om haar enorme buik en schuifelde zo snel als ze kon naar Noortjes kamer.

Daar knipte ze haastig het licht aan. Heel even stond ze in het felle schijnsel verwoed met haar ogen te knipperen, maar al gauw kreeg ze een duidelijk beeld van de gezellig ingerichte meisjesslaapkamer.

Haar blik schoot paniekerig naar de grond, maar er lag geen stuiptrekkend en naar adem happend Noortje voor het bed, zoals ze had verwacht.

Integendeel.

Noortje zat rechtop in bed en keek haar moeder met een gemaakt lachje aan. “Ik heb dorst,” zei ze.

Amber wist niet wat ze hoorde. “Wát zeg je?”

“Ik heb dorst,” herhaalde Noortje. Het klonk uitdagend.

“Ach, kom nou toch, Noortje! Moet je me daar nou echt voor wakker maken? Ik slaap al zo slecht.”

Noortje knikte. “Ik heb toch zeker dorst.” Ze sloeg haar armen strijdlustig over elkaar. “Papa brengt altijd water als ik hem roep.”

Er ging een golf van ergernis door Amber heen. “Je kunt best zelf even naar de badkamer lopen om water te drinken.”

“Dat mag niet van papa. Anders krijg ik een aanval en dan val ik van de trap.”

Amber greep zich aan de deurpost vast. “Daar hebben we een hekje voor gemaakt, dat weet je best.”

“Dat is voor baby’s,” zei Noortje minachtend. “Ik ben al groot.”

Amber haalde diep adem en wreef zachtjes over haar buik die met de seconde harder begon aan te voelen. “Je bent inderdaad al groot en daarom haal je voortaan zelf maar water.” Amber liet de deurpost los. “Mama gaat weer naar bed en jij haalt het niet in je hoofd om me nog een keer voor dit soort onzin wakker te maken.”

“Jij vindt mij niet meer lief, hè?” vroeg Noortje hatelijk. “Jij vindt het nieuwe baby’tje veel liever dan mij en Reinier.”

“Oh Noortje! Waarom zeg je dat soort rare dingen? Je weet best dat ik heel veel van jullie hou.”

“Nietes!” Noortje schudde heftig met haar hoofd. “Papa zegt het zelf.”

“Papa kletst uit zijn nek,” bitste Amber fel. “Papa wil graag dat wij ruzie krijgen en dat jullie bij hem komen wonen.”

“Maar dat wil ik ook. Ik wil ook bij papa wonen.” Noortje zette haar handen strijdlustig in haar zij. “En Reinier ook. Papa is veel liever dan jij. En Rosalinde is ook hartstikke aardig.”

Amber kneep haar ogen tot verbaasde spleetjes. Noortje had een laaiende hekel aan de nieuwe wettige echtgenote van haar papa.

Tenminste, dat was tot nu toe altijd het geval geweest.

“Hoe kun je Rosalinde nu opeens aardig vinden?” vroeg Amber en ze hoorde zelf hoe boos haar stem ineens klonk. “Je spuugt altijd in haar koffie en een paar weken geleden heb je nog poep in haar borstel gesmeerd, omdat je haar zo’n verschrikkelijke trut vond.”

En dat was een heel drama geworden, waarbij Vincent zijn dochter uiteindelijk een flink pak rammel had gegeven. Het arme kind had de striemen op haar billen gehad.

“Dat was toen,” zei Noortje stuurs. “Van Rosalinde mag ik lekker wel make-up.”

“Wat? Make-up? Maar Noortje, meisjes van twaalf hebben…”

“Ik ben al bijna dertien!” gilde Noortje onbeheerst. “Ik wil bij papa en Rosalinde wonen! Daar is het fijn!”

Amber wist niet meer wat ze nog moest terugzeggen en wreef vermoeid over haar pijnlijke buik. Die ellendige Vincent! Bleef hij nou bezig om de kinderen tegen haar op te stoken?

Nog voor de scheiding er officieel door was, had haar gemene ex-echtgenoot er alles aan gedaan om haar uit de ouderlijke macht te laten ontzetten. Maar het was hem niet gelukt! Knarsetandend had Vincent moeten aanhoren dat de rechter Noortje en Reinier aan haar toewees.

Amber zuchtte diep. Dat was een nare en heel spannende periode geweest, waar ze nog steeds nachtmerries van had. Als Tom er niet geweest was, had het allemaal nog weleens heel anders af kunnen lopen.

Amber rilde van afschuw. Als Tom haar niet had geholpen, was ze haar kinderen definitief kwijt geweest. Dat was wel zeker.

Maar Vincent was een vreselijke doordrammer en hij was eraan gewend om altijd alles te krijgen wat hij wilde…

Hoewel het al een poosje redelijk rustig bleef aan het front, was ze heel diep in haar hart nog steeds ontzettend bang dat hij het er niet bij zou laten zitten. En ja hoor, net nu zij haar leven weer een beetje in het gareel dacht te krijgen, begon Noortje te puberen.

Natuurlijk was het heel normaal dat een puberdochter zich vooral tegen haar moeder wilde afzetten en haar vader bij wijze van spreken op een glanzend voetstuk plaatste, maar dat kwam nu allemaal wel heel slecht uit. Die ellendige Vincent greep deze nieuwe kans met beide handen aan en hitste Noortje ongegeneerd tegen haar op.

Dus mocht Noortje van haar vader wél naar dubieuze schuurfeesten, terwijl Amber al rillingen kreeg als ze het woord schuurfeest alleen maar hoorde.

En terwijl Noortje van Amber altijd klokslag halmen ‘s avonds thuis moest zijn en liever nog een beetje eerder, vond Vincent het prima als ze pas om twaalf uur aan kwam zetten.

Twaalf uur ‘s nachts voor een meisje van nog geen dertien! Dat was toch onverantwoord!

Natuurlijk moest een moeder haar kinderen niet welbewust ‘klein’ houden en natuurlijk gebruikte ze zelf ook make-up, maar om daar al zo jong mee te beginnen was pure onzin.

En die afschuwelijke schuurfeesten… Daar liepen allerlei ongure types rond die er vooral op uit waren om suffe meisjes te versieren. En nou wist ze ook wel dat de jongelui van tegenwoordig veel makkelijker waren als het om vrijen ging en dat je dat als moeder waarschijnlijk toch niet kon tegenhouden, al deed je nog zo je best… maar dat betekende nog niet dat een meisje van bijna dertien daar al aan toe was.

Amber beet op haar lip. Het ontbrak er nog maar aan dat die achterbakse Rosalinde met Noortje naar de dokter zou stappen voor de pil. Daar zag ze haar eigenlijk best voor aan.

Rosalinde interesseerde zich niet voor Noortje. Die was vooral druk met haar eigen pasgeboren baby. Dus moest ze Noortje de komende periode maar extra in de gaten houden en…

“Papa is veel liever dan jij!” herhaalde Noortje en haar hatelijke stem bracht Amber weer naar de werkelijkheid terug.

“Papa wil alleen maar ruzie,” zei Amber zacht.

“Nietes, dat wil jij! Jij hebt papa bedrogen!” Noortje keek haar moeder met fonkelende ogen aan. “Anders had papa nog bij ons gewoond.”

“Maar Noortje! Wat zijn dat nou voor praatjes? Vincent houdt alleen maar van Rosalinde. Niet van mij. Hij heeft nooit van mij gehouden. Ik was…”

Ik was alleen maar zijn nieuwste verovering op het schoolgala.

Het zoveelste kruisje op zijn lijstje van ‘onnozele-domme-trienen-die-ik-mijn-bed-heb-ingekletst’. En tien jaar later is hij alleen maar met mij getrouwd om mij mijn kinderen af te kunnen pakken.

Maar dat kon ze natuurlijk niet hardop tegen haar dochter zeggen.

Er kwam een nieuwe kramp opzetten en Amber wreef met een pijnlijk gezicht over haar buik.

“En jij houdt alleen maar van het nieuwe kindje en niet van ons!” schetterde Noortje boos.

“Hoe kom je daar nou toch bij? Ik hou ontzettend veel van jullie en…” De kramp werd zo heftig dat Amber niet verder kon praten en ze pakte haar buik met twee handen beet.

“Zie je nou wel dat je het nieuwe kindje veel liever vindt!” brulde Noortje. “Je bent haar aan het aaien en ik mag nooit iets.”

Amber had geen energie meer om Noortje terecht te wijzen. “Ik heb pijn in mijn buik,” bitste ze. “We praten hier morgen wel verder over. En nu ga jij direct weer onder de dekens en slapen.”

Maar de tijden dat Noortje gedwee deed wat haar moeder zei, waren voorgoed voorbij. Met een woest gebaar sloeg ze opstandig haar dekbed helemaal van zich af en gleed uit bed. “Ik heb dorst en ik moest van jou zélf water gaan drinken.”

Al mopperend glipte ze langs Amber heen en stampte naar de badkamer. Daar gooide ze de deur met een klap achter zich dicht en schopte daarna met veel lawaai een emmer om.

Amber zakte kreunend langs de deurpost naar de grond. Waarom deed haar buik zo’n vreselijke pijn? Het zou toch niet…

Op de overloop hoorde ze voetstappen en er werd op de badkamerdeur geklopt. “Waar ben jij mee bezig, Noortje? Doe eens wat je moeder zegt. Kom eruit en hup naar bed met jou.”

“Jij hebt niks over mij te zeggen!” gilde Noortje. “Jij bent mijn vader niet. Ik wil bij mijn eigen vader wonen!”

“Als je er niet heel gauw uit komt, maak ik de deur open!” riep Tom terug.

“Ik zit op de wc!” brulde Noortje. “Ik ga tegen papa zeggen dat je binnenkomt als ik op de wc zit! Dan moet je lekker naar de gevangenis. Daar zorgt papa wel voor.”

Amber beet op haar lip en kwam zachtjes kreunend weer overeind.

Noortje werd compleet onhandelbaar. Was dat nou echt normaal voor een puber? Of was er iets anders met haar aan de hand?

Ze liep langzaam naar de badkamer, waar Tom een beetje besluiteloos voor de deur stond.

“Laat haar maar,” zei Amber. “Wij gaan gewoon weer naar bed. Ze zoekt het maar uit. Ik heb even helemaal geen zin meer in Noortje.”

Met zijn mooie staalgrijze ogen keek Tom haar broedend aan en zijn mond vertrok in een ongedurige beweging. “Dit kunnen we toch niet laten gebeuren? Zo’n kind dat de vloer met ons aandweilt?”

Amber greep opnieuw naar haar buik. “Laat het maar even zitten, Tom. Ik ga de verloskundige bellen. Denk ik. Ik heb barstende buikpijn. Dit is niet normaal zo.”

“Kun je dan niet beter even de tijd tussen die weeën opnemen? Volgens mij…”

Maar Amber luisterde niet naar Tom. Ze strompelde de brede trap af naar de woonkamer, waar ze haar mobieltje op de tafel had laten liggen.

Terwijl ze naar het nummer van de verloskundige scrolde, echoden de bronzen slagen van de grote Friese staartklok door de hal en Amber telde automatisch mee.

Een, twee, drie…

Stilte.

Drie uur.

Midden in de nacht…

Amber aarzelde. Viola van Horsten werd vast niet blij als ze haar nu wakker belde. Ze moest haar mobiel maar gewoon mee naar de slaapkamer nemen en als het echt niet meer ging, kon ze altijd nog bellen.

Halverwege de trap werd Amber overvallen door een nieuwe heftige kramp en ze zakte steunend op een tree. Ze kon haar hoofd nu wel weer in het zand steken, zoals ze haar hele leven al deed, maar dit waren natuurlijk geen oefenweeën meer. Dit was het echte werk. En als ze nu niet als de wiedeweerga de verloskundige belde, moest ze het straks in haar eentje opknappen.

Tenminste, ze had geen idee of Tom erg nuttig zou zijn. Hij was heel lief met haar meegegaan naar zwangerschapsgym, maar het was haar al snel duidelijk geweest, dat dit soort toestanden niet bepaald zijn ding waren. Tijdens de verplichte zuchtrondjes had hij zijn lachen bijna niet kunnen inhouden.

Hè, waar was ze nu weer mee bezig? Dacht ze nou heus dat Tom haar uit zou lachen als ze lag te bevallen? Wat een flauwekul.

Tom was een prima vent die haar zo veel mogelijk steunde.

Terwijl de baby niet eens van hem was, maar van Vincent…

Alleen wilde Vincent dat niet weten. Vincent was er heilig van overtuigd dat zij een minnaar had genomen, omdat hij haar zélf immers al die tijd met Rosalinde bedrogen had. Een echt geval van de bekende waard die zijn gasten niet vertrouwde, omdat hij zelf ook niet deugde.

Amber kreunde. De kramp werd almaar heftiger en opeens voelde ze iets warm tussen haar benen doorsijpelen.

Nee!

Dat was vruchtwater!

Ze moest nu echt meteen de verloskundige bellen.

En Jade. Anders was er niemand om op Noortje en Reinier te letten.

Ze greep kreunend naar haar buik.

“Gaat het, Amber?” vroeg Tom boven haar.

“Nee, eigenlijk niet. Ik denk dat de vliezen zijn gebroken, ik verlies vocht.”

Tom was in twee stappen bij haar. “Ik bel de verloskundige wel.”

Hij pakte het mobieltje van haar af en drukte resoluut op het knopje.

Tom had er geen enkele moeite mee om Viola van Horsten uit haar bed te trommelen. Waarom was zij, Amber, toch altijd zo besluiteloos? Straks kreeg ze door al dat getreuzel haar baby hier op de trap.

Maar dat was nog altijd beter dan in zo’n stom ziekenhuis met al die nare luchtjes van dood en verderf. Het was heerlijk dat ze nu lekker in haar eigen vertrouwde omgeving kon blijven. Met alleen een verloskundige en Tom.

Als ze nog terugdacht aan de geboorte van Noortje en Reinier…

Toen had ze in die verloskamer echt te kijk gelegen voor een halve klas medische studenten die maar ongegeneerd binnen waren komen zetten. En zij had de kracht niet gehad om er wat van te zeggen.

Nee, voor haar geen ziekenhuis meer, maar gewoon lekker thuis zonder al die pottenkijkers.

“Mevrouw Van Horsten?” hoorde ze Tom zeggen. “U spreekt met Tom Enzinga. Ik ben de partner van Amber Wilkens. Amber heeft zware weeën en ze verliest vruchtwater. Ik denk dat het verstandig is… Wat zegt u?” Tom was even stil en luisterde ingespannen.

Amber voelde de kramp wegtrekken en keek naar de adembenemend knappe spetter waar ze nu alweer zo’n vijf maanden haar leven mee deelde. Ze was nog steeds smoorverliefd op hem. Op zijn prachtige afgetrainde lichaam dat er geweldig uitzag in een blauw mouwloos T-shirt met een bijpassende boxershort. En op zijn blonde haren en zijn ruige mannelijke gezicht met de heldere staalgrijze ogen, die nu met een bezorgde blik in de verte staarden.

“Amber mag niet meer lopen? Maar ze zit op de trap… Oké, oké, ik zal ervoor zorgen dat ze op bed komt. En ja, ik denk ook aan dat kraammatras.” Hij hield het toestel een eindje van zijn oor en wilde het net uitzetten, toen hij blijkbaar nog iets hoorde.

“Wat is er met het bed?” vroeg hij. “Of dat op klossen staat? Nee, daar zijn we nog niet aan toegekomen. Bovendien wilde Amber het immers op een baarkruk proberen, dus als u die mee wilt nemen, graag.”

Amber greep naar haar buik. “Als ze nog lang wacht, hoeft het al niet meer,” prevelde ze kreunend.

“Nee, ik krijg dat bed nu echt niet meer op klossen, mevrouw,” zei Tom in de telefoon. “En wilt u nu alstublieft opschieten? Anders is de baby er al.” Hij zette de mobiel resoluut uit, stak hem tussen de band van zijn short en keek naar Amber.

“Het is beter dat je niet te veel meer beweegt. Ze had het over een navelstreng die dan verkeerd kan schieten of zo. Ik til je wel even op.”

“Nee, wacht even. Even deze wee…”

“Mama!” klonk het opeens boven aan de trap. “Mama!”

“Ga naar bed, Noortje!” riep Tom. “De baby komt eraan. Amber moet nu…”

“Mama! Ik voel me raar! Ik wil mama!”

“Ze krijgt een aanval,” kreunde Amber paniekerig. “Ze heeft zich weer veel te druk gemaakt. Straks valt ze nog van de trap.”

Ze haalde diep adem en brulde zo hard als ze kon: “Pak je zakdoek, Noortje! Ga liggen!”

“MAMA! Help!”

Er klonk een doffe klap van een vallend lichaam en daarna werd het angstwekkend stil.

“Oh nee, Noortje toch!” Alber wilde kreunend overeind komen, maar sloeg toen dubbel van de pijn.

“Ik ga wel. Blijf stil zitten, jij.” Tom rende met twee treden tegelijk naar boven.

“Ze moet een zakdoek in haar mond!” brulde Amber. “Anders bijt ze straks haar tong…”

“Is al geregeld,” riep Tom terug. “Maak je maar geen zorgen, ze knapt zo wel op.”

Een verdieping lager klonk er een hoop gestommel en gebonk bij de winkeldeur, die toegang gaf tot de ouderwetse wolwinkel vol klosjes garen, lapjes stof en bolletjes katoen. Die zaak had ze vorig jaar, samen met het woonhuis en een flink bedrag geld op de bank, van haar gestorven pleegmoeder ‘tante Wies’ geërfd.

Tante Wies was helemaal geen familie van hen, maar gewoon een buurvrouw waar Amber en Jade als peutertjes graag gingen spelen. Na de tragische dood van hun ouders wilde geen enkel écht familielid voor de twee kleine weesmeisjes zorgen en toen had tante Wies hen liefdevol in huis genomen.

BONK, BONK, BONK!

Amber hapte naar lucht. Daar had je verloskundige Viola van Horsten en er was niemand om haar open te doen. Ze ging wat rechter zitten en vroeg zich af of het veel kwaad zou kunnen als ze nu naar beneden zou strompelen.

In dit huis lag het woongedeelte met de keuken op de eerste verdieping boven de winkel. Terwijl de slaapkamers en de badkamer op de grote zolder waren.

Hè, het had haar nooit uitgemaakt dat ze boven woonde, maar nu was het erg lastig. Hoe kon ze nu aan Viola laten weten dat de sleutel van de achterdeur in de plantenbak tussen de rozen was verstopt?

Tom had haar mobiel meegenomen, dus haar even bellen kon ze ook niet.

Het gebonk werd heftiger.

Hè, wat moest ze nou doen?

De verloskundige had zich duidelijk ontzettend gehaast om hier snel naartoe te komen, dan kon ze het mens toch niet voor de deur laten staan? Ze had haar ontzettend nodig!

BONK, BONK, KNAL!

“Ik doe wel open, mama,” zei opeens een jongensstem boven haar.

“Reinier? Ben je wakker?” vroeg Amber verbaasd. Reinier sliep altijd als een blok, je kon gerust een kanon naast zijn bed afschieten, hij merkte er niks van.

Reinier gaapte hartgrondig. “Tom heeft me wakker gemaakt. Ik moest jou helpen, want Noortje heeft een aanval.”

BONK, BONK, KNAL, BAM!

“Nou, ga maar gauw opendoen dan. De verloskundige wordt nu wel erg ongeduldig.” En dat vond Amber eigenlijk best raar. Het mens hoefde toch niet zo’n herrie te maken?

Reinier glipte langs zijn moeder naar de hal en ze zag zijn blonde kuifje in het trapgat verdwijnen.

BONK, BONK, KNAL, KLAP, RINKEL!

Hoorde ze daar echt glasgerinkel? Dat kon toch niet? Die vrouw sloeg toch geen ruit in om naar binnen te kunnen? Dat was toch ontzettend belachelijk?

Belachelijk?

Nee, dat was het goede woord niet. Het was een grof schandaal en zodra Viola hier was, zou ze haar wel eens even goed vertellen hoe ze over haar…

Oh nee, alweer een wee!

Ambers strijdlustige houding zakte als een bedorven pudding in elkaar. Terwijl ze haar buik met twee armen weer stevig vastpakte, zag ze vanuit haar ooghoeken Reinier met een sneltreinvaart uit het trapgat omhoog komen, bijna alsof iemand hem met een katapult had afgeschoten. Het altijd zo vrolijke jongensgezicht was knalrood en de paniek spatte uit zijn ogen.

“Mama!” gilde hij. “Er is politie! Ze hebben geweren!” Hij spurtte naar Amber toe en ging beschermend voor haar staan.

“Blijf van mijn moeder af!” brulde hij dapper.

Amber wist niet meer hoe ze het had.

Politie?

Waar was Reinier nou weer mee bezig? Had hij te veel rare computerspelletjes gedaan? Of was dit als grapje bedoeld? Een lolletje oké, daar was zij ook altijd wel voor in, maar nu…

BONK, BONK, KNAL, KLAP!

Er dreunden zware voetstappen op de trap, maar op dat moment flitste er onverwacht weer zo’n pijnlijke steek door Ambers buik dat ze daar even totaal geen aandacht meer voor had.

“Au,” kreunde ze hardop. “Reinier, waar is de verloskundige? Ik moet…”

BONK, BONK, KNAL, KLAP!

“Ga weg!” brulde Reinier overstuur. “Mijn mama krijgt een baby!”

Een tel later vloog Reinier ineens omhoog. “Nee! Laat me los!” krijste hij en vervolgens verdween hij luid gillend en met heftig trappelende benen uit Ambers blikveld.

Amber greep duizelig naar haar hoofd en knipperde heftig met haar ogen, maar het nieuwe uitzicht veranderde daar niet van.

Een eindje onder haar liepen minstens vijf gewapende mannen in de hal. Ze hadden helmen op hun hoofd, blauwe kleren met kogelvrije vesten aan en ze droegen allemaal een enorm langwerpig zwart schild, waarop in witte letters de kreet ‘POLITIE arrestatieteam’ te lezen was.

De woonkamerdeur stond wagenwijd open en terwijl Amber verbijsterd toekeek, stampten twee agenten met getrokken pistolen achter elkaar aan haar pas gesopte keukentje in, terwijl een collega intussen de wc binnenstormde.

Eén van de kerels had de nog steeds luid gillende Reinier losjes onder zijn arm en zette hem naast de staartklok op de grond, waar zijn collega het arme kind een stel handboeien omdeed, die hij vervolgens aan de trapleuning vastklikte.

Amber knipperde opnieuw met haar ogen. Dit was niet echt.

Er liep heus geen arrestatieteam in haar hal rond. Ze had gewoon hallucinaties van de pijn.

“Waar is Tom Enzinga?” snauwde een stem en iemand porde haar onzacht in haar zij. “Is hij boven?”

Amber schrok zich wezenloos.

Tom?

Ze kwamen voor Tom!

Maar dat kon toch niet? Hij werd toch allang niet meer gezocht?

Ze voelde een nieuwe por in haar zij. “Waar is Enzinga?” herhaalde de stem.

“Ik ken geen Enzinga!” brulde Amber wanhopig. “Ik ben alleen thuis met twee onschuldige kinderen. Laat ons met rust!”

Als Tom haar nou maar hoorde! Dan kon hij misschien nog wegkomen. Hij had het wel eens geoefend. Gewoon het raam uit en dan via de dakgoot naar het huis van de buren.

Oh Tom… wees alsjeblieft voorzichtig!

“Mijn kind is boven!” gilde Amber en ze maakte zich zo breed mogelijk. “Laat mijn dochter met rust!”

Maar de agent schoof haar onzacht opzij en stormde de trap op.

En terwijl Amber dubbel klapte van de pijn, renden drie andere agenten hun collega in een ijltempo achterna.

“Amber Wilkens?” hoorde ze vrijwel meteen daarna een harde stem zeggen. “U staat onder arrest op verdenking van moord.”

“Onder arrest?” kreunde Amber. “Ik wil niet onder arrest. Ik krijg een baby.”

“U wordt verdacht van moord op advocaat Vincent Bering en zijn moeder,” zei de agent.

“Wat… Wat is dat nou voor onzin…” prevelde Amber ontzet.

“U wordt verdacht van moord op advocaat Vincent Bering en zijn moeder,” herhaalde de agent.

“Maar ik heb Vincent niet vermoord! Hij is de vader van mijn kinderen. Ik ga de vader van mijn kinderen toch niet…”

“Meekomen, mevrouw. En ik moet u erop wijzen dat alles wat u zegt tegen u kan worden gebruikt.”

“Nee!” gilde Amber. “Ik krijg een baby.”

Maar de agent deed net of hij Ambers protesten niet hoorde. Hij pakte haar bij haar arm en begon aan baar te trekken. “Verzet is zinloos,” snauwde hij. “Nu meteen meekomen.”

“Maar ik mag niet bewegen, mijn vruchtwater is gebroken.” Amber voelde zich helemaal afschuwelijk. Wat had deze gek met haar intieme zaken te maken? Was er dan niemand die naar haar luisterde?

“Laat me los!” gilde ze.

“Momentje, Van Herwaarden,” zei een andere stem. “Er is hier net een vroedvrouw binnengekomen. De arrestante schijnt weeën te hebben en niet verplaatst te mogen worden.”

Agent Van Herwaarden liet Amber los en liep de trap af.

Daardoor kreeg Amber weer een beter uitzicht op de overloop beneden haar.

In het midden van de ruimte stond een kleine, dikke vrouw in een slecht passende gele bloemetjesjurk, met daar overheen een gekreukelde knalroze blazer, die zijn beste tijd wel gehad had. De vrouw had haar vaalgrijze haren duidelijk in de haast opgestoken, want erg netjes zat het kapsel niet. Haar pafferige gezicht was roodaangelopen en ze zag eruit alsof ze midden in een wilde nacht gestoord was. Ze stond met haar handen in haar zij vol vuur tegen de commandant van het arrestatieteam te praten.

Viola van Horsten. Eindelijk!

Naast de verloskundige stond een houten stoel waarvan het grootste deel van de zitting ontbrak.

In een flits kreeg Amber visioenen van zichzelf op die baarstoel.

Helemaal bloot en met haar benen wijd uit elkaar, terwijl er een compleet arrestatieteam – grijnzend en schuine moppen tappend – stond toe te kijken.

Nee, dit was niet echt. Dit kón gewoon niet.

“Een ba-wende vwouw iz nie bepvaald vwuchtgewaawuk,” hoorde Amber de verloskundige zeggen. “Wujie home mogge maaw twug alz de kweine dew iz.”

Amber slikte moeilijk. Verstond ze het nou verkeerd of klonk dat mens echt alsof ze een glaasje te veel op had?

“Geen sprake van, mevrouw,” antwoordde de commandant en hij sloeg zijn armen resoluut over elkaar. “Wij verliezen de arrestante geen seconde meer uit het oog.”

“Ookbwest,” zei Viola. Ze draaide zich wat wiebelend om en bekeek Amber met een wazige blik. “Ik ga ewen mij hande bassen en wan zuwwen be eenz kijken hoeweel ond… ondswuiting be hewwen.” Zonder op Ambers antwoord te wachten, wankelde ze naar de keuken.

KNAL, BONK…

PANG!

Amber keek verwilderd om zich heen. Was dat een schot?

Dat was toch niet echt een…

PANG!

Op dat moment waggelde Viola van Horsten op Amber af en greep haar voluit tussen haar benen. “Vowedige ondswuiding” constateerde Viola, maar Amber hoorde de brabbelende verloskundige niet. Ze staarde verbijsterd naar de knappe man met de blonde haren die opeens in de hal stond. Hij had aan iedere hand een kind.

“Vincent?” stamelde Amber.

Vincent knikte grijnzend. “Ik kom mijn kinderen halen,” zei hij op een genietend toontje. Hij wees triomfantelijk opzij en Amber zag opeens een man in een smetteloos streepjespak naast Vincent staan.

“Notaris Anfering…” prevelde ze.

“Jawel, mevrouw Wilkens. Wilhelmus Anfering, geheel tot uw dienst.”

PANG!

Boven klonk gejuich. “We hebben ‘m, chef. De schoft is kassiewijle. Komt-ie!”

Er stuiterde een soort voddenbaal rakelings langs Amber heen, die met een doffe dreun op de overloop neerkwakte en daar bewegingloos bleef liggen.

“Tom?” prevelde Amber verbijsterd. “Tom!”

“Ja, dat zie je helemaal goed,” bralde Vincent. “Die mooie minnaar van je is hartstikke dood en nou houdt niemand mij meer tegen.”

“Ik zwie hed hoojwje,” bralde Viola van Horsten. “Pez maaw mee!”

Opeens voelde Amber de pijn weer en ze begon te persen alsof haar leven ervan afhing. Er gleed iets nats tussen haar benen vandaan. Wit en glibberig…

“We nemen die derde ook maar meteen mee,” zei Wilhelmus Anfering zakelijk. “Dat gaat in één moeite door.” Hij boog zich naar voren, griste de baby uit de bevende handen van de verloskundige en stapte er met een zegevierend lachje vandoor.

“Nee!” gilde Amber. “Mijn baby! Geef mijn kindje terug!”

Ze probeerde op te staan, maar kon zich opeens helemaal niet meer bewegen. Machteloos moest ze toekijken hoe Vincent de heftig tegenstribbelende Noortje en Reinier in een soort houdgreep nam en de kinderen met zich meetrok. Met een triomfantelijke kreet duwde hij ze het trapgat in en spurtte de notaris achterna.

“Mama!” krijste Noortje vanuit de verte. “MAMMAA!”





∨ Eindelijk gelukkig ∧





1


“MAMMAAA!”

Badend in het klamme zweet werkte Amber zich tegen haar vrolijk gebloemde kussen omhoog tot ze uiteindelijk rechtop in het grote tweepersoonsbed zat en daarna wreef ze zachtjes kreunend over haar ogen.

Alweer diezelfde vreselijke nachtmerrie.

Hield het dan nooit op?

Elke nacht werd ze minstens één keer kletsnat wakker en dan had ze weer zo ellendig gedroomd. Waar was dat nou goed voor? Ze had haar rust ontzettend hard nodig!

Maar ja, als net afgestudeerd psychologe wist zij maar al te goed dat dromen zich nergens iets van aantrokken. Die drongen zich aan je op zoals het ze uitkwam. En juist als je in een stressperiode je slaap zo goed kon gebruiken, was je extra gevoelig voor nachtmerries.

Ach, zij kende het patroon immers. Telkens als zij in haar leven door een moeilijke periode ging, kreeg ze enge dromen over haar kinderen.

Ergens heel diep van binnen moest er in haar een enorme angst zitten. Een gruwelijk monster dat haar telkens als ze heel kwetsbaar was met zijn vlijmscherpe klauwen naar de keel vloog om haar kinderen af te pakken.

Ze wilde haar kindertjes niet kwijt! Ze hield zo…

“MAMMAA!”

Hè, droomde ze nog steeds? Of lag Noortje nu echt om haar te roepen?

“MAMMAA!”

Ja, dus.

Amber zuchtte diep. “Ik kom al, Noortje. Mama komt eraan.”

“Laat mij maar, Amber,” zei een bekende mannenstem ergens vanuit het donker. “Ga jij maar weer lekker liggen. Ik kijk wel even wat er nu weer is.”

“Hoeft niet, Tom. Ik moet toch hartstikke nodig. De baby drukt ontzettend op mijn blaas.”

“Dan ga jij nou rustig plassen en kijk ik even bij mevrouwtje ik-schreeuw-mijn-moeder-elke-nacht-het-liefst-minstens-twintig-keer-wakker.”

“Soms heeft ze écht wat,” zei Amber verdedigend.

“Soms ja, daar heb je helemaal gelijk in. Maar meestal is het een hoop lou loene met dat kind. Wat een aanstelster, zeg.”

Al pratend knipte Tom het licht aan en nadat Ambers ogen na het nodige geknipper aan de nieuwe situatie waren gewend, zag ze Tom op de drempel staan.

Ondanks haar vergevorderde zwangerschap ging er een verlangend steekje door Ambers buik. Tom zag er ontzettend goed uit.

Een mooi gespierd bovenlichaam, gebronsd door de zon, een strak boxershort om een paar perfecte billen en een stel benen waar de knapste man ter wereld subiet jaloers op zou worden.

“Noortje heeft het nog steeds moeilijk met de scheiding,” prevelde Amber, maar dat hoorde ze alleen zelf, want Tom was de slaapkamer al uit.

Bibberend wreef Amber opnieuw over haar ogen. Ze had helemaal geen zin om het warme dekbed van zich af te slaan en naar die koude wc te lopen. Ze zat echt te rillen door die zweetaanval.

Maar ja, het alternatief – gewoon in bed plassen – was natuurlijk ook geen optie. Al was het alleen maar omdat ze er daarna toch uit zou moeten om het bed te verschonen.

Hè, wat zat ze weer een onzin bij elkaar te fantaseren? Zo kon het echt wel weer.

“Hup, Amber,” sprak ze zichzelf streng toe. “Eruit met jou.”

Gehoorzaam pakte Amber haar zwangere buik – van bijna negen maanden – stevig beet, hees zich dapper uit bed, schoof haar pantoffels aan haar voeten en stapte dapper naar de wc.

Daar bleek al snel dat ze net zo goed in bed had kunnen blijven, want het gedane plasje was werkelijk de moeite niet waard.

“Louter inbeelding dus,” zuchtte Amber. “Maar ja… gister ging ik niet en toen heb ik het bijna in mijn broek gedaan.”

Dat waren zo de nadelen van hoogzwanger zijn. Je kreeg last van je rug, je wist meestal niet meer hoe je liggen of zitten moest en omdat de baby constant op je blaas drukte, kon je met geen mogelijkheid meer zeggen of je nu wél of niet naar de wc moest.

Echt balen, maar ja… je moest er wat voor over hebben om een kindje te krijgen…

Zuchtend slofte Amber terug naar de slaapkamer, waar Tom alweer lag te slapen. Mannen!

Die hadden het lekker makkelijk. Die waren nooit ongesteld, hadden geen last van pms, ze raakten nooit in verwachting en als hun vrouw krimpend van de pijn aan het bevallen was, namen zij er alvast een biertje op…

Amber glimlachte. Aan de andere kant misten die arme mannen natuurlijk ook een hoop fijne dingen.

Dat vertrouwde kriebelende gevoel in je buik, de leuke spelletjes die je met die kleine bewegende bobbeltjes onder je vel kon spelen…

En ze verheugde zich nu al op de borstvoeding. Daar haalde een fles het echt niet bij. Dat tere hoofdje tegen je borst, die stralende oogjes die je zo vol vertrouwen aankeken en zo’n lief zoekend mondje dat uiteindelijk je tepel vond. En als de melk dan toeschoot, voelde ze zich zo gelukkig… Zo echt helemaal vrouw…

Best jammer, dat zo’n lief klein baby’tje zo ontzettend snel groot werd. Voor ze het wist, had ze er weer een zeurende puber bij…

Al peinzend kroop Amber weer onder haar dekbed, worstelde zich op haar zij en deed haar ogen dicht.

Maar de slaap wilde niet meer komen.

♦

“Goeiemorgen, Elsje. Je hebt vast wel zin in koffie.”

Het was de volgende morgen en Amber stapte met een vol dienblad de wolwinkel binnen. Ze hield het vrachtje ongeveer ter hoogte van haar hals, want haar armen waren niet lang genoeg om het lager te houden. Of haar buik was te dik, zo kon je het natuurlijk ook bekijken.

Vaste winkelhulp Elsje Hogenbirk draaide zich met een vrolijke glimlach naar Amber om. “Jij kunt gedachten lezen,” zei ze stralend. “Wat ruikt dat lekker. Heerlijk.”

Amber zette het blad op de grote houten toonbank neer, trok een kruk bij en ging zitten.

Elsje schoof op een andere kruk tegenover haar en pakte een chocoladekoekje van het schaaltje. “Wat verwen je me weer,” lachte ze dankbaar.

Amber glimlachte terug.

Elsje was altijd vrolijk. Het maakte niet uit hoe onredelijk de klanten ook tegen haar zeurden, Elsje bleef lachen. Terwijl zij, Amber, in dat soort gevallen altijd moeite had om haar opborrelende wurgneigingen te onderdrukken.

Elsje had haar koekje op en keek met een schuin oog naar het schaaltje.

“Ze zijn allemaal voor jou,” moedigde Amber haar aan.

Elsje pakte snel een tweede koekje en nam genietend een hap. “Ik snap niet dat jij geen chocola lust. Het is het lekkerste wat er is.”

“Smaken verschillen nou eenmaal. En dat is maar goed ook.”

Amber roerde wat peinzend in haar koffie en nam voorzichtig een slok.

Hoe vaak had ze hier niet met tante Wies op een kruk bij de toonbank gezeten? Hier, in deze halfdonkere winkel vol lappen stof en knotjes wol?

Dat was toch meestal best gezellig geweest…

Eigenlijk miste ze tante Wies nog steeds heel erg.

Maar dat gold niet voor het werk in deze wolwinkel, daar verlangde ze totaal niet naar. Het was heerlijk dat Elsje de zaak nu runde.

“Heb je het al gehoord van de burgemeester?” praatte Elsje dwars door haar herinnering heen.

“De burgemeester? Eh… ja, die gaat toch weg? Over twee maanden of zo?”

En haar geliefde ex-echtgenoot Vincent was in de race als zijn opvolger. Na de afwijzingen van zijn sollicitaties in Hilversum, Amersfoort en Spakenburg probeerde hij het nu in Soest.

Had ze daarom die enge dromen? Was ze bang dat het Vincent zou lukken om burgemeester van Soest te worden?

Burgemeesters hadden macht.

Macht genoeg om haar alsnog Noortje en Reinier af te pakken?

En misschien wilde hij de baby dan ook nog…

Ach, kom nou! Ze moest niet altijd zo doordraven.

Een burgemeester hoorde zich aan de wet te houden. En dat gold ook voor Vincent.

Ze beet op haar lip.

Er zaten gaten in de wet, dat wist iedereen. Mazen, zoals de mensen dat zo netjes noemden. En als gerenommeerd advocaat wist Vincent die altijd weer te vinden.

Tom ook trouwens. Tom had ook weinig op met de Nederlandse regelgeving. Op dit moment was hij een keurige en hardwerkende accountmanager bij een ziektekostenverzekering, dat wel.

Maar toen ze Tom leerde kennen, was hij inbreker geweest…

Wat dat betreft, had ze echt een neus voor mannen die in de kantlijn leefden.

“Dus ja…” mompelde Elsje en ze keek Amber wat aarzelend aan. “Ik zit natuurlijk op de eerste rang, het zijn mijn overburen.”

Amber besefte dat ze Elsjes verhaal compleet gemist had. “Je overburen?” vroeg ze wat wazig.

Elsje hield haar hoofd een beetje schuin en er kwam een weifelende blik in haar ogen. Alsof ze zich afvroeg of Amber op dit moment alleen nog maar babyboeken in haar hoofd had in plaats van hersenen. “De huidige burgemeester en zijn vrouw. Daar woon ik immers tegenover,” zei ze uiteindelijk langzaam.

Amber kreeg er een schuldgevoel van. Als ze wilde piekeren, kon ze beter boven op de bank gaan liggen. “Ach ja, natuurlijk,” antwoordde ze zo opgewekt mogelijk. “Sorry, dat ik zo slecht luister. Ik heb niet zo best geslapen vannacht.” Ze legde haar hand even verklarend op haar dikke buik. “Ik lig niet echt lekker meer.”

Dat ze ook nog eens voortdurend door de meest akelige nachtmerries werd geplaagd, vertelde ze er maar niet bij.

“Het lijkt me ook een hele vracht.” Elsje knikte begrijpend en ze pakte nog maar een koekje van de schaal.

“Maar, eh…” ging Amber door. “Wat was er nou met de burgemeester?”

“Je wilt het misschien ook helemaal niet horen,” reageerde Elsje.

“Al die narigheid als je zwanger bent, dat is ook niet goed.”

Amber nam een slok van haar koffie. “Ik ben niet van suiker. Ik kan wel ergens tegen.”

“Nou, de burgemeester is, eh… Hij was gisteravond op het feest bij de manege en toen is hij op de terugweg het water in gefietst.”

“Het water in gefietst?” vroeg Amber verbaasd.

Elsje knikte. “Hij was wel vaker heel laat thuis, dus zijn vrouw was gewoon naar bed gegaan, maar vanmorgen was hij er niet en toen zijn ze gaan zoeken. En ja…”

Amber kneep haar ogen tot spleetjes. “Je bedoelt toch niet dat hij…?”

Elsje haalde wat ongelukkig haar schouders op. “Hij is verdronken. In de vijver naast de Koningsweg. Ze weten niet hoe dat nou kan, het is er helemaal niet diep.”

Amber schrok ervan. “Wat afschuwelijk! Zo vlak voor zijn pensioen.”

“Ja…” Elsjes stem was opeens heel schor en ze kuchte heftig voordat ze verder praatte. “Zijn vrouw was vorige week nog in de winkel en ze verheugde zich er heel erg op dat haar man nou eindelijk eens wat meer tijd voor haar zou hebben.”

“Dat is ontzettend triest,” vond Amber. “Die arme vrouw.”

“Bij de manege beweerden ze dat hij geen druppel gedronken had, maar ja… dan fiets je toch niet zomaar een vijver in?”

Amber trok een gezicht. “Misschien vloog er wel een gans voor zijn wielen. Of dat er ineens een kat voor zijn fiets sprong?”

“Ja, het loopt daar wel af, natuurlijk. Als je je stuur omgooit om een beest te ontwijken, rijd je maar zo het water in.” Elsje knikte bedachtzaam. “Maar aan de andere kant kon hij hartstikke goed zwemmen, dus dan verdrink je toch niet in zo’n ondiep plasje?”

“Ze beweren dat hij een hartinfarct had,” zei opeens een schelle vrouwenstem achter hen. Bijna tegelijkertijd begon de winkelbel rinkelen.

Amber en Elsje schrokken ervan en ze draaiden allebei tegelijk hun hoofden om.

Er stond een magere vrouw achter hen. Ze droeg een blauw mantelpakje met een knalrood sjaaltje en op baar hoofd prijkte een al even knalrode hoed waar aan alle kanten lange felblauwe veren uitstaken. Het mismodel zou op Prinsjesdag beslist alle kranten gehaald hebben.

Amber haalde diep adem. Daar had je Ida Piersma, het roddelkanon van Soest. Hoe de vrouw het voor elkaar kreeg, wist niemand, maar als er in Soest ook maar dat gebeurde, wist Ida altijd direct het naadje van de kous te achterhalen. En het gebeurde maar hoogst zelden dat Ida het mis had.

Elsje sprong meteen overeind. “Dag mevrouw Piersma. Sorry hoor, we hebben u helemaal niet binnen horen komen. Waarmee kan ik u helpen?”

Ida Piersma maakte een wegwerpgebaar met haar hand. Die kwam niet voor een klosje garen, maar ze wilde haar verhaal kwijt, dat was wel duidelijk. “Ze beweren dat de burgemeester een hartinfarct had,” herhaalde Ida.

“Dat zou best kunnen.” Elsje knikte. “Dat verklaart wel een hoop.”

“Maar er wordt ook gefluisterd dat hij dronken was en ladderzat het hoogje is afgereden toen er opeens een egel overstak.”

“Oh, dat zou…”

“Maar dat is niet zo,” snerpte Ida Piersma en daarna liet ze haar stem wat dalen. “Hij heeft een klap op zijn achterhoofd gekregen.”

“Wat zegt u nou?” vroegen Amber en Elsje tegelijk.

Mevrouw Piersma knikte heftig en er krulde een op sensatie belust lachje om haar mond. “Hij is vermoord.”

“Vermoord?”

“Klap op zijn hoofd, bewusteloos het water ingeduwd en daar uiteraard verdronken,” verklaarde Ida Piersma voldaan. “En nu volgt locoburgemeester Rob Eldersen hem voorlopig op.”

“Maar waarom zou iemand onze burgemeester nou willen vermoorden?” vroeg Elsje op een weifelende toon.

Ida Piersma liep op de toonbank af, pakte ongegeneerd een chocoladekoekje uit het schaaltje, stak het in zijn geheel in haar mond en begon uitvoerig te kauwen. Tenslotte slikte ze zichtbaar en verklaarde samenzweerderig: “Hij was immers zo tegen het bouwplan in het natuurgebied langs de Jachthuislaan hierachter? Nou, op deze manier zijn ze hem mooi kwijt.”

“Maar heeft dat nou voor zin? Die man zou immers met pensioen gaan.”

“Een waarschuwing voor de tegenstanders van het plan,” verklaarde Ida. “Iedereen die de bouw van het plan Jachtlust probeert tegen te houden, gaat eraan. Let op mijn woorden.”

“Gaat het nou niet een beetje ver om…” begon Amber, maar mevrouw Piersma liet haar niet uitspreken.

“Deze winkel gaat ook tegen de vlakte,” zei ze op een genietend toontje en ze keek Amber scherp aan. “Je tante Wies draait zich al in haar graf om. Haar hele levenswerk gaat naar de filistijnen.”

Er ging een steek van afschuw door Amber heen en ze voelde haar gezicht verstrakken. Tante Wies! Haar lieve tante Wies die zich haar hele leven lang uit de naad had gewerkt om deze winkel vanaf de grond op te bouwen tot een bloeiende zaak. Als tante Wies nog geleefd had, zou ze haar winkel tot het uiterste hebben verdedigd.

Even was het alsof Amber de stem van tante Wies weer kon horen. “Tot mijn laatste snik zal ik mijn winkeltje verdedigen, Amber. Tot mijn laatste snik”

Amber besefte opeens dat Ida Piersma haar genietend stond te observeren en ze snapte maar al te goed waar het mens op uit was. Die wilde de boel hier even lekker opjutten. Waarschijnlijk hoopte ze dat Amber – hoogzwanger als ze immers was – in tranen uit zou barsten, zodat zij voorlopig weer roddelstof genoeg had. Die lol gunde ze mevrouw Piersma niet, dus werd het hoog tijd om een ander onderwerp aan te snijden.

Ze glimlachte wat gemaakt naar Ida Piersma en schoof langzaam van haar kruk. “Kan ik u ergens mee helpen?” vroeg ze zo vrolijk mogelijk. “Een bolletje wol misschien? Of een nieuwe haaknaald?”

Mevrouw Piersma nam niet de moeite om te antwoorden. Ze griste het laatste koekje uit de schaal, draaide zich om en was de winkel al uit voor Amber en Elsje ook maar met hun ogen hadden kunnen knipperen.

“Ik zeg niet gauw wat van een klant,” prevelde Elsje verbijsterd.

“Maar die Ida Piersma is wel een erg raar mens.”

“Ze heeft wel vaak gelijk,” moest Amber toegeven.

“Ach, welnee! Ze roept van alles door elkaar en dan is het goeie verhaal er meestal wel bij. En dan doet ze later net of ze het allemaal wel gezegd had.”

“Zou het?” aarzelde Amber.

“Zeker weten. Dat mens deugt voor geen meter.” Elsje sloeg geschrokken haar hand voor haar mond. “Sorry, zo mag ik niet over een klant praten, maar… wat een onzin om te roepen dat de burgemeester vermoord is.”

“Ja, dat vind ik ook wel een beetje te ver gaan in ons keurige Soest,” knikte Amber. “Maar een hartinfarct is natuurlijk wel een mogelijkheid.”

“Of een overstekende egel,” zei Elsje. “Of een glaasje te veel. Ze heeft het allemaal genoemd.”

Amber keek Elsje peinzend aan. “Nu je het zegt… Ze heeft het over minstens vier verschillende dingen gehad.”

“Nou, meer mogelijkheden zijn er toch niet? Ik kan tenminste niks anders meer verzinnen.”

“De eigenlijk ook niet.”

“Dus, wat is het resultaat?” vroeg Elsje. Ze wachtte niet op Ambers reactie, maar gaf zelf het antwoord al. “Ida Piersma heeft altijd gelijk, maakt niet uit wat er nou precies gebeurd is.”

“Daar zit eigenlijk best wat in,” zei Amber. “Ik vond het een ontzettend rare opmerking van haar dat iedereen die tegen dat plan Jachtlust is, eraan zal gaan.”

“Ik ook,” zei Elsje. “En dat slaat nou ook op mij, weet je dat? Ik ben gisteren bestuurslid geworden van de actiegroep Red de Jachthuislaan.”

“Bestuurslid? Maar de huizen aan de overkant van de straat vallen toch net buiten dat plan?”

Elsje schudde haar hoofd. “Welnee. Op de plek waar ik nou zo heerlijk woon, moet zo’n stinkende parkeergarage komen. Maar ik laat me niet wegjagen door zo’n stelletje geldwolven, dat pik ik echt niet.”

“Ik ook niet,” zei Amber fel. “Ik heb de petitie tegen Jachtlust al getekend. De naam alleen al. Jachtlust… Jachtsadisten komt eerder.”

“Onze actiegroep gaat een jurist inhuren. Er zit van alles fout met dat plan. Volgens ons…”

De winkelbel rinkelde en mevrouw Hamer kwam binnenstappen. Ze had een zware boodschappentas in haar hand en Elsje schoot meteen op haar af.

“U komt vast wat ruilen, mevrouw Hamer. Vond uw nichtje die gele wol niet leuk?”

Mevrouw Hamer schudde haar hoofd. “Ze wil liever rood, dus dan wilde ik de bollen inderdaad graag nog even ruilen.”

“Dat kan, mevrouw Hamer. Heeft uw nichtje nog voorkeur voor een bepaalde tint rood?”

Het gezicht van mevrouw Hamer werd één vraagteken.

Elsje keek haar glimlachend aan. “We hebben lichtrood en scharlaken en bordeaux en… Wacht, ik laat u wel even wat tintjes zien.”

♦

Terwijl Elsje energiek op een bruinhouten trapje klom om wat bollen wol uit het bovenste rek te pakken, groette Amber mevrouw Hamer met een vriendelijk handgebaar, pakte het dienblad op en liep er langzaam mee naar boven.

Ze bracht het blad naar de keuken, spoelde de kopjes om en zette die maar meteen in de afwasmachine. Daarna liep ze door naar de kamer en ging daar languit op de bank liggen. Ze was zo ontzettend moe, het kon helemaal geen kwaad als ze even ging rusten.

Maar op haar rug liggen lukte niet meer goed. Ze kreeg vrijwel direct last van kramp in haar kuiten en bovendien knelde de baby blijkbaar de bloedvaten naar haar hoofd af, want ze werd ook nog duizelig.

Zuchtend kwam ze weer omhoog, draaide zich moeizaam op haar zij en stompte wat kussentjes in model om haar zware buik mee te steunen, maar ook dat bood geen soelaas. De bank lag voor geen meter. Dus kon ze maar beter even op bed gaan liggen.

Ze was net weer gewoon gaan zitten en moed aan het verzamelen om van de bank op te staan, toen er op de deur werd geklopt.

Een tel later stak Elsje haar hoofd om de hoek. “Notaris Anfering is er.”

“Die ellendige Anfering? Daar heb ik geen tijd voor. Stuur die sukkel maar gauw weg.”

Elsje keek haar wat aarzelend aan. “Hij heeft een afspraak, zegt hij.”

“Een afspraak?”

“Ja, hij liet me een brief zien, daar stond het in. Anders had ik je nooit gestoord.”

Er klonk gestommel achter Elsje en Amber zag opeens een hand op Elsjes schouder verschijnen, die haar schaamteloos opzij duwde. Een tel later stapte notaris Wilhelmus Anfering met gedecideerde passen over de drempel. Zoals altijd was de man perfect gekleed, dit keer in een stemmig driedelig grijs maatpak met een gifgroene stropdas. Hij droeg een zwart attachékoffertje onder zijn arm.

“Wat moet dat hier in mijn woonkamer?” bitste Amber. “Maak dat u wegkomt!”

“Het spijt me,” prevelde Elsje. “Ik heb de deur heus achter me dicht gedaan. Ik wist niet dat hij zomaar met me mee zou lopen.”

“Ga maar gauw terug naar de winkel, Elsje. Dan bel ik de politie dat we een geval van huisvredebreuk hebben.”

“Rustig maar, mevrouw Wilkens. Ik kom immers met u praten over de aanbieding die u vorige week per post hebt gekregen. Maak me nu niet wijs dat u dat bent vergeten.”

“Vergeten?” snauwde Amber fel. Ze probeerde op te staan, maar dat was nog niet zo makkelijk met die dikke buik.

“Blijft u toch rustig zitten, mevrouw,” zei Anfering op een vaderlijk toontje. “In uw toestand kunt u zich maar beter niet al te druk meer maken.” Al pratend liep de notaris naar de grote leunstoel bij het raam en schoof die – luid piepend en knarsend – in de richting van de bank.

Amber werd woest. Wat dacht die zelfingenomen kerel wel niet?

Dat hij haar in haar eigen huis een beetje de les kon komen lezen?

“Ik heb helemaal geen afspraak met u,” snibde ze. “Zet onmiddellijk mijn stoel terug.”

Notaris Anfering stond Amber even taxerend aan te kijken en daarna koos hij eieren voor zijn geld. “Zoals u wilt, mevrouw,” mompelde hij op een gehoorzaam toontje en terwijl het meubelstuk alweer heftig piepend en knarsend van zijn ongenoegen blijk gaf, schoof de notaris het oude beestje op zijn plek terug.

Daarna draaide hij zich naar Amber om en nu had hij een schuldbewust, bijna deemoedig trekje om zijn mond.

Amber kreeg zin om keihard om een teiltje te gaan roepen. Wat een toneelspeler, die vent. Dacht hij nou heus dat ze daar intrapte?

“Het spijt me, mevrouw Wilkens,” sprak de notaris intussen op een gedragen toontje. “Dit was niet zo’n gelukkige binnenkomer. Maar ik was heus in de veronderstelling dat wij een afspraak hadden en…” Hij haalde met een gespeeld onzeker gebaartje zijn schouders op, knipte zijn tas open en hield Amber een brief voor. “Hier is het betreffende epistel, mevrouw. Wilt u dat alstublieft even doornemen? Ik heb echt een heel aantrekkelijk voorstel voor u.”

Amber keek wat aarzelend naar het perkamentkleurige vel met zo te zien een indrukwekkend briefhoofd.

Wat moest ze nou doen? De notaris met brief en al wegsturen?

Hij zou meteen weggaan, want dat was de rol die hij nu voor zichzelf gekozen had, dat was haar wel duidelijk. Maar dan?

Hij kwam vast weer terug en bovendien…

Amber onderdrukte een zucht. Zij was een vrouw. En net zoals de meeste vrouwen was ze diep in haar hart best een beetje nieuwsgierig. Als ze de notaris nu weg liet gaan, zou ze de rest van de dag over die brief lopen piekeren, dat zat er dik in. Ze stak haar hand uit en pakte het vel papier aan.

“Als u mij toestaat, mevrouw?” vroeg Anfering en hij wees verlangend naar de stoel.

“Ja hoor, neemt u maar even plaats.”

Terwijl de notaris krakend ging zitten en zijn benen hoorbaar over elkaar sloeg, liet Amber haar ogen over het vel glijden.

Het briefhoofd in de linkerbovenhoek loog er inderdaad niet om.

Het was in prachtige, levensechte kleuren gedrukt en stelde een berg voor, die oprees boven een rij van grote gouden letters.

Real Estate Services De Vossenberg b.v.

Op de berghelling waren luxe huizen en flats gebouwd die afstaken tegen een heldere blauwe lucht. Helemaal bovenop prijkte een roodbruine vossenkop, die de lezer vrolijk lachend aankeek.

Het dier had een zilverkleurig brilletje op zijn glanzend zwarte neus.

Geachte mevrouw Wilkens,


Graag willen wij u een buitengewoon aantrekkelijk voorstel doen. Aanstaande woensdag zal onze notaris Wilhelmus Anfering u – zonder uw tegenbericht- om half elf bezoeken om deze zaak persoonlijk met u door te spreken.


Met vriendelijke groet,

Real Estate Services De Vossenberg b.v.

Mr. Ir. Herman de Vossenberg, algemeen directeur



Tja, nou wist ze nog niks, behalve dan dat er haar een buitengewoon aantrekkelijk voorstel zou worden gedaan…

Ja, ja.

Amber keek notaris Anfering een beetje broedend aan. Ze was er bijna zeker van dat deze brief nooit aan haar was opgestuurd, zij zag dit dure kitchpapier vandaag in elk geval voor het eerst. Lekker makkelijk van die firma. Net doen of je een afspraak had en dan gewoon ongevraagd bij de mensen binnenvallen.

Zij wist zelf wel beter, maar notaris Anfering was in Soest een gerespecteerde man en geen enkele weldenkende Soester zou het in zijn hoofd halen om zo’n integere meneer zomaar op de stoep te laten staan. Zeker niet als hij met zo’n brief begon te wapperen. Mensen gingen dan toch denken dat het aan henzelf lag, dat het hun schuld was dat die brief was weggeraakt. Een bekend psychologisch verschijnsel, waar de keurige notaris blijkbaar dankbaar misbruik van maakte.

Er zouden heel wat mensen zijn, die vol schuldgevoelens hun excuses zouden aanbieden voor de ongelukkige ontvangst. En in zo’n gemoedstoestand waren ze dan veel gevoeliger voor de voorstellen van de notaris. Ze hadden die man immers al flink teleurgesteld, dan viel er dus heel wat ‘goed te maken’.

Zo werkten de louche verkopers bij de ‘gratis’ busreisjes, de lingerieparty’s en de andere verkoopfeestjes ook altijd. Die brachten de mensen eerst in de juiste ja-stemming met gratis kopjes koffie, plakjes cake en kleine cadeautjes, zodat niemand meer nee durfde te zeggen tegen de prijzige donzen dekbedden en de veel te dure handige keukenhulpjes. En mocht er iemand op het schandalige idee komen om zo’n veel te duur product toch te weigeren, dan werd zo’n oproerkraaier zonder pardon de bus uitgezet.

Daar stond laatst nog een heel artikel over in de krant van een journalist die undercover was meegegaan met zo’n reisje. Het gezelschap werd naar een verkoopdemonstratie gereden in plaats van naar de beloofde orchideeëntuin. Wie niks kocht, kreeg geen eten en mocht – na een vreselijke donderpreek – naar huis lopen…

Amber trok een gezicht. Zij hoefde gelukkig niet bang te zijn dat ze haar eigen woonkamer uitgestuurd zou worden, dus kon ze die irritante notaris rustig zeggen hoe ze over hem dacht.

“U hoeft mij niks wijs te maken, meneer Anfering,” zei ze op een resolute toon. “Deze brief is nooit verstuurd. En ik ben echt niet van plan om in uw verkooppraatjes te trappen. Ik ben afgestudeerd psychologe, weet u nog wel?”

De notaris keek oprecht geschokt. “Dat weet ik, mevrouw Wilkens. Ik weet dat u onlangs bent afgestudeerd als psychologe. Mag ik u hiervoor mijn welgemeende felicitaties doen toekomen?” Hij slikte wat moeizaam en Amber zag zijn adamsappel bewegen.

Amber had geen zin om wat terug te zeggen. Ze sloeg haar armen over elkaar en keek de notaris afwachtend aan. Diep in haar binnenste baalde ze van zichzelf. Waarom stuurde ze die opgeblazen pauw niet gewoon haar huis uit, met buitengewoon aantrekkelijk voorstel en al?

Tja, daar lag nog even het tere punt. Ze was intussen stiknieuwsgierig!

Maar daar mocht de notaris niks van merken…

Ach wat, het simpele feit dat ze hem nou zo zat aan te kijken zei hem toch genoeg?

“Amber Wilkens,” zei een waarschuwend stemmetje in haar hoofd. “Trap nou niet in de praatjes van die kerel. Je weet best dat deze vent voor geen meter deugt!”

“Nou, komt er nog wat van?” vroeg Amber uiteindelijk en ze probeerde zo verveeld mogelijk te klinken. “Ik heb nog meer te doen vandaag.”

“Dan kom ik graag ter zake, mevrouw Wilkens.” De notaris schoof wat ongemakkelijk heen en weer in zijn stoel.

“U mag gerust ergens anders gaan zitten, hoor,” zei Amber op een gespeeld hartelijk toontje. “Dat is de oude stoel van tante Wies en daar steken intussen minimaal drie veren uit de zitting omhoog.”

“Ik merk het,” antwoordde de notaris wat benauwd. Hij ging staan en koos voor een andere, veel nieuwere stoel recht tegenover Amber. Toen stak hij opnieuw van wal: “Het is als volgt, mevrouw Wilkens. De projectontwikkelaar Real Estate Services De Vossenberg b.v. heeft mij – als gerenommeerd notaris – opdracht gegeven om…” Hij zweeg en keek verstoord naar Ambers mobiel die een eindje verder op de eettafel steeds harder een vrolijk liedje speelde.

Na een paar vergeefse pogingen lukte het Amber om overeind te komen. Ze liep haastig naar de tafel en nam op.

“Ben jij dat Amber?” brulde de stem van haar tweelingzus Jade in haar oor. Op de achtergrond waren motorgeluiden te horen en een neuzelende mannenstem herhaalde om de paar seconden het zinnetje: Goedemorgen. Welkom aan boord.

Het kon niet missen. Jade belde vanuit een vliegtuig waarvan de passagiers aan het instappen waren. Dan moest er wel iets dringends aan de hand zijn, want als ze aan het werk was, belde Jade maar hoogst zelden.

Goedemorgen, mevrouw. Welkom aan boord.

“Yep, met mij,” zei Amber. “Is er iets?”

“Ik vlieg zo naar Charles de Gaulle met de KL 2007, maar ik was tante Frieda helemaal vergeten en daar moet jij toch even van weten, want volgens mij zit ze achter ons geld aan.”

“Tante Frieda?” vroeg Amber verbaasd.

Goedemorgen, meneer. Welkom aan boord.

“Tante Frieda, ja. Dat schijnt een zus te zijn van onze pa. Ik heb ook nog nooit van haar gehoord. Ze beweert dat ze een nakomertje was, dus veel jonger dan pa, maar ik heb nog geen gelegenheid gehad om dat na te trekken.”

“Oké, en wat is er met die tante Frieda?”

“Die is gisteravond laat bij mij langs geweest en vandaag of morgen staat ze ongetwijfeld ook bij jou voor de deur.”

Cabin crew, arm slide bars…

Er klonk een hoop gekraak aan de andere kant van de lijn.

“Maar waarom denk je dat die tante…” vroeg Amber, maar Jade liet haar niet uitspreken.

“Sorry Amber, andere keer verder. We gaan weg… Ja, ja, ik ben er alweer.”

Cabin crew, check slides armed and cross check…

“Maar Jade, wat moet ik nu met die infor…” begon Amber tegen beter weten in, maar het enige wat ze in de volgende minuten nog hoorde, was een hoop motorgebrul en een blikkerige stem die ergens in de verte de werking van het zuurstofmasker begon uit te leggen. Wat later klonk er een droge klik en de verbinding werd verbroken.

Amber drukte op het display om het gesprek definitief te beëindigen en legde haar mobiel nadenkend terug op tafel.

Jade was een schat, maar erg vermoeiend. Ze werkte al jaren als stewardess bij de KLM en bij haar collega’s was ze intussen vooral onder de bijnaam Stormvogel bekend. En helemaal terecht, want wie met Jade in contact kwam, vergat dat meestal niet snel. Ze was ongedurig en kon maar moeilijk stilzitten. Dat was in haar werk natuurlijk ook een voordeel, want niemand ging er zo vol tegenaan als Jade.

Maar het grote nadeel van Jade was, dat ze meestal haar eigen gedachten volgde en daar was voor buitenstaanders vaak geen touw aan vast te knopen.

“Tante Frieda,” mompelde Amber tegen zichzelf. “Nooit van…”

Er klonk een beschaafd kuchje achter haar. Amber schrok ervan.

De notaris! Ze was die hele vent glad vergeten.

Langzaam draaide Amber zich om, liep terug naar haar plekje op de bank en pakte de brief op. “Nou, vertelt u eens. Hoe zit dat nou met dat buitengewoon aantrekkelijke aanbod van…” Ze stopte met praten en keek met samengeknepen ogen naar het briefhoofd. “…Van Real Estate Services De Vossenberg b.v. Of hoe ze dan ook mogen heten.”

De notaris knikte. “Real Estate Services De Vossenberg b.v., dat is helemaal juist.”

“Komt u dan onderhand eens ter zake, ik heb meer te doen vandaag.”

“Dat zei u al eerder, mevrouw. En mag ik u erop wijzen dat u zojuist zelfde boel ophield met dat telefoo…” Hij realiseerde zich blijkbaar nog op tijd dat hij Amber beter niet tegen zich in het harnas kon jagen en begon soepel aan een nieuwe zin. “Real Estate Services De Vossenberg b.v. heeft mij opdracht gegeven om u een bod te doen op dit huis.”

“Wat?”

“Real Estate Services De Vossenberg b.v. heeft mij opdracht gegeven om u een bod te doen op dit huis,” herhaalde de notaris op een vlak toontje.

“Hoe komt u er nou bij dat ik dit huis zou willen verkopen? Ik heb het hier prima naar mijn zin en de kinderen ook.” Dat Tom hier ook graag kwam, noemde ze maar niet, want dat ging de notaris niets aan.

“Dit huis gaat sowieso verdwijnen, zodra het plan Jachtlust hierachter van start gaat.” Notaris Anfering keek haar taxerend aan.

“U hebt van plan Jachtlust gehoord, neem ik aan?”

“Ja hoor, en ik weet ook dat het voorstel nog absoluut niet door de gemeenteraad is aangenomen. Heel Soest heeft die petitie al getekend en ik ga me binnenkort ook opgeven als lid van de actiegroep Red de Jachthuislaan.”

De notaris deed net of hij Amber niet hoorde. “Plan Jachtlust is een revolutionair bouwproject,” neuzelde hij. “Een luxe ressort om de bezoekers van het nabijgelegen Paleis Soestdijk een passend onderkomen te geven, met daarnaast een winkelcentrum met onderkelderde parkeergarage om u tegen te zeggen. En dan heb ik het nog niet eens over de riante miljonairsvilla’s gehad, die uiteraard met tennisbaan én zwembad worden opgeleverd.”

“Ik vind het een belachelijk plan,” zei Amber fel. “Wie wil er nou een gigantisch winkelcentrum in zo’n mooi stukje natuur?”

“Natuur?” De notaris trok een gezicht alsof hij net een golf smerig zeewater in zijn mond had gekregen. “U noemt zo’n verwaarloosd stuk kaal weiland toch geen natuur?”

“Er lopen paarden. Er zitten padden en kikkers…” Amber wilde nog vertellen dat ze vanaf haar balkon ook vaak een ree had gezien, maar daar kwam ze niet meer aan toe, want Anfering begon smakelijk te lachen.

“Kikkers,” hinnikte hij. “We gaan de economische groei van ons mooie Soest toch niet ondergeschikt maken aan een stel vieze kikkers? Mevrouwtje, mevrouwtje, dat gelooft u toch niet echt?”

“De burgemeester is faliekant tegen,” snauwde Amber.

“De burgemeester is hartstikke dood, mevrouw. En zijn opvolger juicht het plan van harte toe, dat wil ik u in vertrouwen alvast wel meedelen. De gemeenteraad gaat binnenkort overstag. Let op mijn woorden.”

“Ik heb nu wel genoeg tijd aan u verspild,” zei Amber boos. “U kunt weer gaan.”

“Maar niet voordat ik u het buitengewoon interessante voorstel van Real Estate Services De Vossenberg b.v. heb overhandigd,” sprak de notaris resoluut. “Zij bieden u anderhalf miljoen voor deze bouwval met de aanpalende grond en uiteraard is er dan met een aantrekkelijke korting – een nieuwe woning voor u beschikbaar in het plan Jachtlust. Een riant huis met klésse, dat u zeker zult kunnen waarderen, na een sober leven in deze tochtige toestand.” De notaris rommelde in zijn aktetas en haalde een stapeltje paperassen tevoorschijn, dat hij Amber toestak. “Een brochure en het officiële aanbod. U hoort nog verder van mij. Goedemorgen.”

Na die woorden zeilde notaris Wilhelmus Anfering de woonkamer uit en de deur viel met een discreet klikje achter hem dicht.





∨ Eindelijk gelukkig ∧





2


“Mam!” riep een ongeduldige meisjesstem in Ambers oor.

“Mam, word eens wakker. Het is voor jou.”

Amber schrok wakker. “Hun, wat… Hè…” mompelde ze verward.

“Het is voor jou, mam,” verklaarde Noortje. “Die ouwe zak van de modeshows. Hier is-t-ie.” Noortje tikte op de mobiel en rekte zich uit. “En trouwens, papa is aan het regelen dat Reinier en ik straks bij hem kunnen wonen.” Ze duwde het toestelletje in Ambers hand en spurtte de slaapkamer uit.

Amber sliep nog half en hoorde amper wat Noortje zei. Ze kwam moeizaam overeind en drukte de telefoon tegen haar oor.

“Met Amber?”

“Met de ouwe zak van de modeshows,” zei een boze stem die haar vaag bekend voorkwam.

“Huh? Eh… Met wie, eh…?” mompelde ze.

“Met Evers, de ouwe zak van de modeshows.”

“Maar meneer Evers, hoe komt u er nou bij dat u…”

“Dat ik een ouwe zak ben?” klonk het kwaad. “Dat beweerde je dochter.”

“Mijn dochter beweerde… Echt waar? Maar dat moet u verkeerd verstaan hebben, mijn dochter zou nooit…”

“En óf ze het zei!” schetterde Evers. “Ik vind het een grof schandaal.”

Amber besefte dat Evers het meende.

Oh Noortje! Waar had ze al die ellende aan verdiend? Zo’n slechte moeder was ze toch niet?

“Als dat echt waar is dan…” begon Amber vaag.

“Wat?” brulde Evers in haar oor. “Je denkt toch niet dat ik hier een beetje sta te liegen?”

Amber werd eindelijk echt wakker. “Nee, natuurlijk niet, meneer Evers. Maar u moet begrijpen dat mijn dochter op dit moment zichzelf niet is. Ze heeft veel last van de pubertijd en ze probeert constant om een ruziesfeer te maken… Het spijt me echt heel erg.”

“Ja, ja,” bromde haar chef. “Ik zeg altijd maar zo: waar rook is, is vuur.”

“Ik heb haar dat heus niet voorgekauwd als u dat bedoelt. De jeugd van tegenwoordig, die…”

“Ja, ja, die jeugd van tegenwoordig,” mompelde Evers op een zuinig toontje. “Daar doet de mensheid het al eeuwen mee af.”

“Nou ja, ik… Het spijt me echt. Ik zal haar onder handen nemen.”

“Dat doet u dan maar vanmiddag na het werk,” bromde Evers.

Amber schrok ervan. Werk? Hoezo werk? Ze was twee weken geleden voor het laatst geweest. Omdat het haar in de laatste maand van haar zwangerschap veel te zwaar werd om op een catwalk rond te flaneren. Alleen dat woordje flaneren al. Waggelen kwam eerder met die buik! “Werk?” prevelde ze. “Ik ben toch…”

“U bent toch nog niet bevallen, mag ik hopen?”

“Nee, maar…” Ze had de afgelopen nacht best een poos wakker gelegen van de oefenweeën. Maar dat ging haar werkgever niet aan.

“Lida heeft vannacht veel te vroeg een zoon gekregen, dus ik heb je vandaag nodig om haar plek in te nemen. We showen in Amersfoort.”

“Dat ga ik echt niet meer doen, meneer Evers. Dat wordt me veel te druk. En mijn buik is ook veel te zwaar om nog lekker te kunnen lopen.”

Maar Evers luisterde niet naar Ambers protesten. “Ik heb een hoogzwanger model nodig voor onze Laatste loodjes-lijn, dus ik verwacht je om elf uur stipt,” snauwde hij bevelend.

“Nee, meneer Evers. Ik pieker er niet over. Ik pas niet meer achter het stuur van de auto en ik ga echt niet met de bus.”

“Daar is het fenomeen taxi voor uitgevonden, Amber. Elf uur stipt bij Weeberg Mode in de Langestraat.”

“Nee meneer Evers, ik ben te moe. Ik kom niet. U vraagt maar een ander.” Met een resoluut gebaar drukte Amber de verbinding weg.

Wat dacht die man wel niet? Ze had twee weken geleden officieel afscheid genomen en dat was niet voor niks geweest. Met die zware vracht kon ze amper meer uit de voeten en ze had geen zin om als een soort nijlpaard over de catwalk te waggelen. Op hoge hakken nota bene.

Hoge hakken!

Op de show bij Heimanns had ze aan het eind van de loper wat al te energiek een bochtje gedraaid – want er zaten heel wat vrouwen te kijken en ze wilde toch ook niet als een veredelde strobaal overkomen – en toen was ze met zware buik en al het publiek ingeduikeld, omdat de fragiele, veel te hoge stilettohak haar niet meer kon houden.

Nee hoor, de show bij Heimanns was voorlopig haar laatste show als zwanger model geweest, het risico werd te groot en Evers moest het maar lekker zelf uitzoeken.

Misschien moest ze hem nog even bellen met het advies om één van de andere modellen een kussen onder haar jurk te stoppen?

Dat was sowieso wel een goede tip. Waarom moesten de modellen eigenlijk echt hoogzwanger zijn? Een beetje vulling deed wonderen.

Haar mobieltje rinkelde opnieuw en Amber keek wat loerend naar het display. Als dat Evers was, dan…

Nee, het was Jade.

Oké, dat kon ze wel wagen. Ze was ook best benieuwd hoe het nu met die geheimzinnige tante Frieda zat. Ze had Jade sinds het verwarrende telefoontje van gisteren nog steeds niet gesproken.

“Hé Jade, leuk dat je even belt.”

“Ja, dat denk ik eigenlijk niet,” verklaarde Jade. “Ik kom je zo halen om naar Amersfoort te gaan.”

“Woont die tante Frieda daar?” vroeg Amber.

“Tante… Tante wie?”

“Frieda. Daar belde je gisteren toch over? Of heb ik haar naam verkeerd verstaan? Het was best wel lawaaierig in dat vliegtuig.”

“Oh die. Nee, die, eh… Dat komt wel een andere keer.”

“Maar ze is toch bij je op bezoek geweest? Eergisteravond? Toch?”

“Nee, ze kwam aan de deur met een vaag verhaal over haar broer of zo. Maar ik moest naar bed, want ik had een vroege vlucht, dus ik heb haar weggestuurd.”

“Haar broer?” vroeg Amber.

“Had ze maar een afspraak moeten maken,” volgde Jade haar eigen gedachten.

Maar dat was Amber wel gewend. “Wat was er nou met die broer?” herhaalde ze.

“Weet ik veel. Dat horen we wel een keer. Volgens mij zit ze achter ons geld aan. Haar eerste zin ging over onze erfenis. Misschien denkt ze dat er voor haar nog wat te halen valt.”

“Dat lijkt me stug, onze erfenis komt van tante Wies. En die heeft met onze familie verder niks te maken.”

Jade reageerde niet en Amber staarde even nadenkend voor zich uit. “Was die tante Frieda misschien familie van tante Wies?” vroeg ze toen. “Want dan is het best mogelijk dat ze inderdaad recht heeft op…”

“Geen idee, Amber. Dat zeg ik toch net? Maar ik sta intussen voor je deur, dus ik zie je zo.”

“Je staat voor de deur? Maar ik lig nog in bed.”

“In bed? Dat meen je niet! Schiet even op, zeg. We moeten weg.”

Er klonk geschuifel en een klap van een autoportier, maar daar lette Amber niet op. “Maar waar gaan we dan heen?” vroeg ze.

“Naar Amersfoort, Amber. Dat zeg ik toch net. En hou nou eens op met dat eeuwige getreuzel. Hup, je bed uit!”

Amber schudde koppig haar hoofd. “Ik wil eerst weten wat we in Amersfoort gaan doen.”

“Ik persoonlijk weinig,” antwoordde Jade losjes. “Maar jij loopt een show bij Weeberg Mode in de Langestraat.”

“Wat? Ik loop een… Heeft Evers je zitten opjutten? Ik pieker er niet over om…”

“Natuurlijk pieker je daarover. Weeberg zoekt modellen voor de nieuwe dertigerslijn en als je nu al niet op komt draven, kun je die baan wel op je dikke buik schrijven.”

“Weeberg zoekt…”

“Ja, als je baby er straks is, zit het werk er bij Evers op. En omdat je vorig jaar door mijn schuld bij Modehuis Grutters ontslagen bent, probeer ik je nu ergens anders onder dak te helpen. En dat gaat me lukken ook.”

“Maar Jade, ik…”

Er klonk gestommel op de gang, de slaapkamerdeur ging met een klap open en Jade verscheen op de drempel. “Als je nu niet als de wiedeweerga uit dat luie nest van je komt, giet ik een emmer water over je kop,” zei ze onparlementair.

“Maar Jade, ik…”

“Wil je een baan als model bij Weeberg of blijf je de rest van je leven achter de geraniums zitten?”

“Dat valt toch wel mee.” Amber legde haar hand beschermend op haar dikke buik. “Als het kindje straks wat ouder is, kan ik altijd nog…”

“Nee, dat kun je niet,” zei Jade kordaat. “Je bent bij Grutters de laan uitgestuurd en dat is niet bepaald een aanbeveling, dat snap je zelf ook wel. Dus gaan wij er vandaag voor zorgen, dat je een job bij Weeberg krijgt.”

Al pratend liep Jade naar de wastafel, greep Ambers tandenborstel uit een glas en vulde het glas met water. “Nou wat gaat het worden? Een nat bed of een gewone douche?” Ze draaide zich om en hield het glas dreigend omhoog.

Amber kende haar tweelingzus langer dan vandaag. Die zag er geen been in om net zolang met water te gaan gooien tot de hele kamer nat zou zijn. En als dat niet hielp om Amber in beweging te krijgen, zou ze het plaatselijke fitnesscentrum bellen en wat stoere jongens opdracht geven om Amber uit bed te takelen.

Jade vond dat zij, Amber, die show moest gaan lopen en wat Jade in haar hoofd had, zat nooit in haar tenen, zeg maar.

“Maar ik heb eigenlijk best last van mijn buik,” probeerde Amber nog op een wat aarzelend toontje, maar Jade keek haar zus recht aan en trok toen een wenkbrauw op.

“De hele zaal zit straks vol met verloskundigen, je hebt ze voor het uitkiezen daar.”

“Maar Noortje en Reinier moeten naar school en…”

“Noortje en Reinier zijn net samen weggefietst, ze hebben brood mee en ik heb ze uitgebreid nagewuifd. Die redden zich prima. En nu is het wel klaar met de smoesjes.” Jade haalde uit, mikte Amber het glas water over haar hoofd en sloeg haar armen strijdlustig over elkaar. “En als je nu je bed niet uitkomt, laat ik een hijskraan komen,” verklaarde ze.

Amber wreef zuchtend het water uit haar ogen. Haar zus was een schat, maar soms kon ze haar wel schieten!

“Het is allemaal voor je eigen bestwil, Ambertje,” zei Jade met een grijns. “Kom op! Als jij nou gaat douchen, maak ik even een boterham en koffie voor je.” Ze draaide zich op haar hakken om en liep energiek de slaapkamer uit.

Amber had nog heel even de neiging om weer lekker onder de dekens te kruipen en verder te slapen, maar ze snapte zelf ook wel dat haar zus daar geen genoegen mee zou nemen. Als ze ooit nog eens ging verhuizen, kreeg Jade geen sleutel meer!

Amber grinnikte. Ze ging niet verhuizen, en ze was maar wat blij dat ze zo’n superzus had. Oké, Jade mocht dan wel eens wat al te erg doordrammen, ze wilde haar voor geen goud missen. Dus schoof Amber uit bed, viste een handdoek uit de kast en stapte met onzekere passen naar de badkamer.

♦

Een half-uurtje later zat Amber naast Jade in de auto een broodje te eten. “Eigenlijk heb ik nog steeds best last van mijn buik,” zei ze tussen twee happen door.

“Je klaagt al weken over last van je buik, dus daar trap ik echt niet in, Amber.” Jade wreef over haar neus en pakte het stuur daarna weer met twee handen beet. “Ik snap jou niet, Amber Wilkens. Wat jij niet gedaan hebt om een baan als model te krijgen… Je bent zelfs met de meest foute man van de hele wereld getrouwd om maar bij Modehuis Grutters aan de slag te mogen. En nu kom je met smoesjes om maar niet aan het werk te hoeven.”

Amber nam de laatste hap van haar broodje en wachtte even tot ze die achter haar kiezen had. “Ik ben nu niet in vorm. Jade. Snap dat dan. Heel erg letterlijk niet in vorm. Een fotomodel flaneert over de catwalk… Ik ben meer een rondstampende mammoet op dit moment.”

“En daar is die Laatste loodjes-lijn nou precies voor bedoeld. Om de rondstampende olifanten en andere tientonners er toch nog goed uit te laten zien.”

“Ach, dat kan toch haast niet meer. Moet je kijken wat een buik ik heb. Ik kan niet eens meer autorijden, omdat ik niet meer achter het stuur pas.”

“Kom nou, zusje van me. Dat gelamenteer is toch niks voor jou? Over twee, drie weken ben je weer van die vracht af en dan krijg je nog spijt dat je niet wat meer van je zwangerschap hebt genoten.”

“Weet je, ik geniet er ook wel van, maar het wordt allemaal zo zwaar. En ik slaap niet meer lekker en mijn rug doet zeer en mijn benen…”

“Maar daar krijg je straks dan ook wat voor terug. Toch?”

Amber zuchtte diep. “Ja, over een jaartje of wat heb ik er nog zo’n oervervelende puberdochter bij.”

“Oh echt?” vroeg Jade gretig. “Wordt het een meisje? Heb je al een naam bedacht?”

Amber schudde haar hoofd. “Nee, het is meer bij wijze van spreken. Ik weet niet wat het wordt.”

Jade knikte begrijpend en toen kwam er een ondeugende grijns op haar gezicht. “Het is meer bij wijze van klaagzang, ik snap het.”

“Nou ja, ik…” mompelde Amber en ze voelde dat haar gezicht opeens knalrood werd van pure schaamte. Jade had natuurlijk gelijk, ze zat eigenlijk best wel een beetje al te erg door te zeuren.

“Maar je bent mijn zus en dan mag je best je hart even bij me luchten,” zei Jade vrolijk. “Maar dat doet me denken, kijk even in het handschoenenvakje. Ik heb wat voor je uitgeknipt.”

“Uitgeknipt?” vroeg Amber. Ze draaide zich een beetje op haar zij en probeerde het klipje van het handschoenenvak aan te raken, maar dat lukte niet best.

“Mijn armen zijn te kort of mijn buik is te dik,” bromde ze. “En ik durf ook niet zo heel ver naar voren te gaan, want dan word ik topzwaar en lig ik zo op de mat.”

“En dan kom je onder het handschoenenvak klem te zitten en moet ik een hijskraan huren om je weer los te peuren,” grijnsde Jade. “Maar daar hebben we de hoek naar het Dierenpark al en aangezien de stoplichten voor mij altijd net op rood springen… Kijk, daar gaat hij al.”

Jade remde af en zodra de wagen voor het rode licht stilstond, boog ze naar voren en viste een krantenknipsel uit het handschoenenvak.

Terwijl ze het verkreukelde stuk papier op Ambers schoot legde, begon de auto achter hen overdreven wild te toeteren.

Jade stak een hand omhoog en zwaaide daarmee wat heen en weer. “Ja, ja, aangebrande hupsakee, ik ben al weg.”

Amber streek het wat verfrommelde knipsel glad en tuurde naar een plaatje van een vrolijke pinguïn met een gele snavel. Het beest droeg een zwart stropdasje en wees met zijn vlerk naar de woorden: Psyquin maakt je sterker!

“Wat is dit, Jade?”

“Interactieve zelfhulp op internet. Net wat voor jou.”

“Omdat ik nu zo klaag, bedoel je?”

“Je bent nog steeds niet helemaal wakker, hè? Het is een internetsite waar je lessen kunnen volgen. Tegen slapeloosheid, faalangst en dat soort dingen.”

“Maar ik heb helemaal geen faalangst,” zei Amber fel en daarna vervolgde ze op een onzeker toontje. “Tenminste… dat geloof ik nou toch niet. Toch?”

Jade begon te lachen. “Lees nou maar.”

“Maar ik heb gewoon geen zin in die stomme show. Dat heeft niks met faalangst te maken. En dat ik nou wat beroerd slaap, komt van die dikke buik.”

“Uitstekend gededuceerd, mevrouw de afgestudeerde psychologe,” zei Jade op een overdreven hoog toontje en ze vervolgde met haar eigen stem: “Lees nou maar even.”

Amber keek wat aarzelend opzij naar haar zus en legde daarna haar hand op haar gezwollen buik. “Af en toe wordt het allemaal best wel hard. Ik zit heus geen smoesjes te verkopen.”

Jade trok een gezicht, tikte op het stukje krantenpapier en schakelde in dezelfde beweging.

Amber haalde haar schouders op. “Oké, oké, het heeft mijn volledige aandacht.” Langzaam liet Amber haar ogen over de regels gaan.

Last van slapeloosheid? Of piekert u veel? Psyquin helpt!

Psyquin is de naam van de eerste en enige interactieve zelfhulp website van Nederland. Bij Psyquin volgt u zelfstandig en in uw eigen tijd een volledige digitale zelfhulpcursus.

Psychologische hulp via uw eigen computer, zonder dat u er de deur voor uit hoeft. Dat kost minder tijd en een stuk minder geld.

Op dit moment kunt u bij Psyquin drie verschillende modules volgen:

– Greep op faalangst

– Minder piekeren

– Beter slapen!



“Heb je het uit?” vroeg Jade.

“Bijna, ja. Maar ik heb echt nergens last van, hoor. Ik kan die cursussen zelf wel geven.”

“Hè, hè,” zei Jade voldaan. “Ik dacht dat het kwartje nooit zou vallen.”

“Wat, eh… wat bedoel je nou?”

“Bij Psyquin zoeken ze gekwalificeerde psychologen om nog meer van die cursussen te helpen ontwikkelen. Kijk maar onderaan.” Jade kuchte en praatte door: “En dat lijkt me nou net wat voor jou, want dat kun je thuis doen als de baby slaapt.”

“Verhip, zeg.” Amber veerde op. “Je hebt helemaal gelijk.”

“Je kunt per e-mail solliciteren. Als we straks terug zijn, moet je ze maar even een mailtje sturen. En nou mag je uitstappen, want we zijn er.”

Amber worstelde zich moeizaam de auto uit. “Ik heb alweer een harde buik,” klaagde ze. “Dat doet best wel pijn.”

Maar de klacht was aan Jade niet besteed. “Niet zo doorzeuren, zusje van me. Nou weet ik het wel. Hup, aan het werk met jou.”

♦

“Ons hoogzwangere model Amber showt hier een zwart jurkje uit de Laatste Loodjes-lijn” schalde het blikkerig uit de luidspreker langs de catwalk. “Let u vooral ook even op de rode band die de zware buik perfect en tegelijkertijd toch modieus ondersteunt.’”

Onder luid applaus stapte Amber voorzichtig de brede traptreden af en liep de rode loper op. Hoewel haar hakken dit keer niet hoger waren dan drie centimeter had ze toch het sterke gevoel dat ze door een berg eieren liep te waggelen en ze moest heel erg haar best doen om rechtop te blijven.

Vanuit haar ooghoeken zag ze dat het behoorlijk druk was in het zaaltje dat de firma Weeberg Mode altijd voor haar modeshows gebruikte. Op de stoelrijen vooraan zaten zwangere vrouwen met buiken in allerlei soorten en maten die onder het genot van een glaasje vers geperst sap met bewonderende blikken naar Ambers outfit keken.

“Zoals u ziet, kleedt deze outfit werkelijk prachtig af,” zei de commentaarstem lovend en daar kon Amber het eigenlijk alleen maar mee eens zijn. Ze voelde zich weliswaar nog steeds een prehistorische dinosaurus, maar wel eentje die goed gekleed was.

Amber kwam aan het einde van de loper en zag Jade tussen het publiek zitten. En Jade trok gekke gezichten. Tenminste, Amber zag hoe haar zus haar tanden op elkaar zette en een brede tandpasta-glimlach produceerde. Daarna vormden haar lippen het woordje ‘smile’. Amber begreep opeens dat ze er waarschijnlijk erg benauwd bij liep. Omdat ze zo bang was om te vallen, was haar mond zo verkrampt dat er geen grijnsje meer af kon. Maar ze moest juist vrolijk lachen. Daar had dit enthousiaste publiek recht op.

Dus plakte Amber een glimlach op haar gezicht en draaide haar bochtje. Gelukkig, ze was overeind gebleven.

“En het bijpassende bolerootje is dankzij de sluitflappen ook na de bevalling nog goed te gebruiken.”

Amber trok de knoop van de bolero los, liet het publiek de lange repen stof zien en knoopte het gevalletje daarna weer dicht.

Terwijl ze langzaam terugliep naar de trap, flitste er opeens een felle pijnsteek door haar heen en op hetzelfde moment voelde ze een straaltje vocht langs haar benen lopen. Verschrikt bleef ze staan en greep kreunend naar haar buik.

Het was even heel stil in de zaal.

“Gaat het, Amber?” vroeg de commentaarstem.

Er golfde een nieuwe pijnscheut door haar heen en Amber hapte naar adem. “De baby,” prevelde ze vooral tegen zichzelf. “Het is de baby.”

Nog geen tel later voelde ze Jades arm om haar heen. “Amber, gaat het wel?”

“Nee, ik verlies vocht en ik heb opeens weer zo’n kramp.”

“Oeps,” bromde Jade. “Hoe kon ik nou weten dat je echt last van je buik had? Dan was ik natuurlijk nooit zo streng voor je geweest…” Ze stopte met praten en ging rechtop staan. “Mijn zus moet bevallen,” brulde ze de zaal in. “Is er een verloskundige of dokter aanwezig?”

Maar Jades stem ging verloren in de drukte, want het publiek dat een minuut geleden nog ademloos naar de show had zitten kijken, was allang niet meer stil. Alle aanwezige vrouwen zaten zenuwachtig commentaar op de gebeurtenissen te geven, terwijl de mannen elkaar te midden van het gekwetter wat onwennig aan zaten te kijken.

“Dames en heren, mag ik even uw aandacht?” schalde de luidspreker door de herrie heen. “Is er misschien een arts of verloskundige aanwezig, die even naar Amber wil kijken?”

Er kwamen minimaal twintig vrouwen overeind die elkaar allemaal wat lacherig begonnen aan te kijken. “Zullen we er maar om tossen?” riep er een en dat leverde haar een compleet applaus op.

Amber vond er niet veel meer aan. “Ik wil naar huis,” kreunde ze.

“Dames en heren,” klonk het uit de luidspreker. “Voor dit soort situaties heeft de firma Evers vanzelfsprekend een noodplan klaar liggen. We maken een kleedkamer vrij voor de aanstaande moeder. En dan hebben we nu een paar sterke mannen nodig die Amber daarheen willen dragen.”

“Nee, dat hoeft helemaal niet,” begon Amber, maar Jade knikte heftig.

“Je bent vruchtwater kwijt, dus je gaat niet meer lopen. Ha, kijk eens aan, die journalisten op de eerste rij komen al hierheen. Heb je nog voorkeur voor een leuke vent? Die met dat bruine krulhaar lijkt me wel wat.”

Terwijl Amber nog zwakjes protesteerde, werd er een grote stoel de catwalk op gedragen.

“Ga maar zitten, Amber,” zei meneer Evers. “Moeten we nog iemand voor je bellen?”

“Tom,” prevelde Amber. “Tom moet komen, maar dat weet mijn zus wel.” Ze liet zich voorzichtig op de stoel helpen en verwachtte niet anders dan dat ze meteen weggedragen zou worden.

Maar journalisten blijven natuurlijk journalisten en terwijl Amber het vruchtwater naar buiten voelde druppelen, namen de persmuskieten uitgebreid de tijd om Amber op de foto te zetten. “Bent u al lang model?” vroeg er een en aan alle kanten kwamen er notitieblokken en microfoons tevoorschijn.

“Ik wil helemaal geen interview geven,” begon Amber, maar Jade zag haar kans schoon.

“Amber is een ervaren model. Zoals u wel ziet, kun je altijd op haar rekenen. Ziek melden doet ze niet aan, mijn zus gaat altijd tot het naadje. Vóór haar zwangerschap was ze bij Modehuis Grutters in dienst en voor straks als de baby er is, zoekt ze een nieuwe job.”

“Daar is met ingang van nu dan al meteen in voorzien. Amber gaat voor Weeberg Mode showen,” verklaarde een donkere mannenstem.

“En u bent?” vroeg een journalist.

“Jan Weeberg van Weeberg Mode,” antwoordde de man vrolijk.

Hij ging achter de stoel staan en kneep Amber vriendschappelijk in haar schouder. “Even lachen voor de foto, meisje,” fluisterde hij in haar oor. “Daar halen we alle kranten mee en dat is mooie reclame voor ons allebei.”

Amber had totaal geen zin om te gaan lachen. Hard gillen vanwege de buikkramp kwam eerder. Maar toen ook Jade aan haar begon te plukken, trok ze haar mond in een brede grijns.

Aan alle kanten begonnen fototoestellen te klikken en daarna werd ze onder luid gejuich over de catwalk gedragen, de trap op, naar een zijkamertje in de buurt van de centrale kleedkamer, waar drie gezellig kletsende vrouwen Amber opwachtten.

In het midden van de ruimte was een verrijdbare, hoge stretcher neergezet, die bedekt was met een dikke papieren kraammatras.

Er lagen twee grote kussens, wat incontinentiematjes en twee stapeltjes piepkleine babykleertjes in roze en blauw op het voeteneinde. Sokjes, rompertjes en twee heuse joggingpakjes. Op het blauwe pakje stond een enorme voetbal en op het roze een gele teddybeer met een strikje onder zijn kin.

In een hoek van de kamer stond een grote houten commode met daarop een kleurig babykussen dat versierd was met bruine beertjes, een knalrood wasbakje, een washandje en een grote beige weegschaal. Op het plankje erboven zag Amber een grote doos tissues, handdoeken, een keukenrol, een flesje baby-olie, talkpoeder en een flinke stapel papieren luiers.

De commentaarstem uit de luidspreker had niet overdreven. De firma Evers had aan alles gedacht.

Amber legde haar hand op haar buik. Ze voelde zich raar. Hoewel ze het al eerder had meegemaakt, kon ze zich ineens niet meer voorstellen dat er een echt kindje in haar buik zat. Een baby die straks die piepkleine kleertjes zou dragen.

Roze of blauw.

Een meisje of een jongetje…

Toen de gynaecologe destijds bij de echo had gevraagd of Amber wilde weten wat het ging worden, had ze meteen haar hoofd geschud. “Ik wil graag dat het een verrassing blijft,” had ze gezegd.

Maar nu had ze spijt van die beslissing. Ze wilde ineens ontzettend graag weten of haar kindje straks roze of blauw ging dragen!

Terwijl Amber moeizaam op de stretcher zakte, klikten de fotografen gezellig door en toen ook de cameraploeg van RTV Utrecht zich bij het clubje voegde, kreeg Amber het Spaans benauwd. Met een beetje pech werd de komende bevalling live op de televisie uitgezonden! Dan werd de nachtmerrie die haar bijna elke nacht uit haar slaap hield toch nog werkelijkheid…

Ondertussen liep één van de vrouwen met een brede glimlach op Amber af en stak haar hand uit. “Ik ben Hertha van Amerongen, gynaecologe van het UMC, en de dames daar bij de commode zijn Jolien en Kim, allebei verloskundige. Het is je derde kindje al, heb ik van je zus begrepen?”

Amber knikte.

“En de vorige keren geen problemen gehad?”

“Nee, maar het is de vorige kéér, enkelvoud. Ik heb een tweeling.”

“En hoelang is dat geleden?”

“Een jaar of dertien.”

“Oké. En je bent destijds in het ziekenhuis bevallen?”

Amber zag het zwerk opeens dreigen. Straks stuurde dit mens haar nog naar het ziekenhuis. Dat wilde ze niet. “Ja, dat klopt wel,” zei ze snel. “Maar ik had me er nu erg op verheugd om thuis te kunnen blijven. Dat kon makkelijk volgens mijn verloskundige.”

Hertha van Amerongen glimlachte verontschuldigend. “Thuis gaat zeker niet meer lukken. Als we je in een ambulance hijsen, wordt het natuurlijk ziekenhuis.” In een automatisch gebaar schoof ze haar goudkleurige ziekenfondsbrilletje omhoog.

“Maar laten we eerst maar even kijken hoe het ervoor staat, oké? Het is misschien ook niet nodig om je nog te verplaatsen.”

“Wie is je verloskundige eigenlijk?” vroeg een van de verloskundigen belangstellend.

“Viola… Viola van Horsten. Ik woon in Soest.”

“Oh Viola, die ken ik wel. Ik bel haar wel even. Misschien heeft ze nog bijzonderheden te melden.”

Amber voelde een nieuwe pijnscheut en ze kreunde zachtjes.

“Eh…kunnen die fotografen weggaan? Ik voel me zo niet echt prettig met al die camera’s.”

“Tuurlijk stuur ik die weg.” Hertha knikte. “Daar beginnen we meteen maar even mee.” Ze draaide zich om en riep: “Heren, mag ik even uw aandacht?”

Maar uiteraard deden de heren net of ze Hertha niet hoorden.

Hertha trok een gezicht en liep naar de deur, die ze wagenwijd opengooide. “Joehoe, gentlemen, eruit met jullie!”

♦

Terwijl Hertha haar uiterste best deed om de persmensen weg te sturen, pakte Jade haar mobieltje, scrolde naar het nummer van Tom en drukte op ‘verbinden’.

“Politie Eemland, goedemiddag,” zei een stem in Jades oor.

“Politie Eemland?” herhaalde Jade stomverbaasd. “Dan heb ik een fout nummer in mijn mobiel gezet. Sorry.” Ze drukte de verbinding weg en liep naar Amber.

“Mag ik jouw mobiel even? Die van mij doet raar.”

“Heb je Tom al gesproken?” vroeg Amber gretig. “Komt hij hierheen?”

“Nee, ik heb hem nog niet te pakken gekregen. Daarom wil ik je mobiel even lenen, bij mij staat zijn nummer er fout in. Of weet je het uit je hoofd?”

Amber tuitte haar lippen. “Eh ja, dat zou eigenlijk wel moeten. Het was iets met… nul, zes, acht… vijf, vier… en dan een twee, geloof ik. Maar het kan ook een drie zijn.” Ze slaakte een diepe zucht. “Ik weet het niet meer. Het zit in het geheugen en ik scrol er altijd naar toe.”

“Ja, dan is het ook onzin om het uit je hoofd leren,” knikte Jade.

“Dus wil ik dan toch je mobieltje even lenen.”

“Het zit in mijn tas en die tas… die staat volgens mij ergens in de centrale kleedkamer. Die secretaresse die zo op een paard lijkt, past er op.”

“Oké, ik ben zo terug.”

Jade liep het kamertje uit en ging in de centrale kleedkamer op zoek naar Ambers tas, maar die was nergens te vinden. Speurend keek Jade de compleet verlaten kleedkamer rond.

Dat zou je altijd zien. Normaal viel je over de hoofden… Behalve als je iemand nodig had.

Dan moest ze maar bij de receptie gaan navragen… Wacht eens, stonden daar geen tassen boven op die kast?

Jade sleepte een stoel bij, klom er bovenop en graaide ongegeneerd door de tassen heen.

“Zoekt u iets, mevrouw Wilkens?” vroeg een deftige stem op een hele strenge toon. “U ligt toch te bevallen?”

Jade draaide haar hoofd opzij en keek naar de zwaar opgemaakte, geblondeerde, oudere dame schuin beneden haar.

Ze had een grote ronde mond met een dikke kin die een behoorlijk stuk vooruitstak. Met een beetje fantasie deed haar gezicht inderdaad aan een paardenhoofd denken en Jade moest moeite doen om niet breed te gaan grijnzen. “Ik ben Ambers tweelingzus en ik zoek haar tas,” verklaarde ze losjes. “Ik moet haar man bellen.”

“Oh, ik dacht ook al,” zei de oudere dame afgemeten. “Dat zijn allemaal rekwisieten. Daar kunt u lang zoeken.”

“En waar kan ik Ambers tas dan vinden?”

“Ik heb ze allemaal in mijn kantoor gezet. Hoe ziet hij eruit?”

Jade stapte omzichtig van de stoel. “Geen idee eigenlijk. Als ik hem zie, herken ik hem vast wel.”

“Dat is eigenlijk niet gebruikelijk, mevrouw. Ik kan niet zomaar tassen meegeven.”

“Amber kan nu even zelf niet en ik moet haar man bellen,” zei Jade.

“Volgens mijn informatie is mevrouw Wilkens net gescheiden.”

Jade snoof onhoorbaar. “Ik vind vriend een raar woord,” verklaarde ze. “Is huidige levenspartner een woord dat u beter bevalt?”

De vrouw keek Jade zuur aan. “U lijkt wel erg op haar,” bromde ze.

“Ja, dat heb je met eeneiige tweelingen,” antwoordde Jade.

“Weet u wat, mevrouw eh…” Ze stopte met praten en keek de vrouw vragend aan.

Die begreep wat er van haar werd verwacht. “Ik ben Riek van ‘t Woud en ik ben de privé-secretaresse van meneer Weeberg senior. En uw naam is?”

Jade stak met een professioneel stewardessenglimlachje haar hand naar Riek uit. “Ik ben Jade. Jade Veenstra.”

De secretaresse gaf haar een klam, benig handje. “Prettig kennismaken, mevrouw Veenstra,” zei ze op een toon die toch wel erg klonk alsof ze Jade wel kon schieten. “Loopt u maar even mee, dan gaan we kijken of we de tas kunnen vinden.”

In het privé-kantoor stond het vol met tassen, maar gelukkig herkende Jade de kleurige schoudertas van haar zus meteen. “Daar staat hij. Gelukkig maar.” Ze wilde de tas oppakken, maar de secretaresse hield haar tegen.

“Ik zei u net al dat ik geen tassen aan onbekenden meegeef,” zei het mens streng. “Dat zou een mooie boel worden. Dus u kunt hier bellen en daarna berg ik de boel weer op.”

Ze ging met de armen strijdlustig over elkaar gevouwen op de rand van het enorme kersenhouten bureau zitten en Jade begreep dat het mens de eigendommen van de modellen met haar leven zat te bewaken. En zij, Jade, altijd maar denken dat ze zo’n betrouwbare uitstraling had. Viel dat even tegen…

Jade besefte dat ze maar beter mee kon werken en plakte een dankbaar glimlachje op haar mond. “Dat begrijp ik volkomen, mevrouw Van ‘t Woud,” jokte ze en toen kreeg ze eindelijk de tas.

Snel viste ze Ambers mobiel tevoorschijn, scrolde door naar Toms nummer en drukte het knopje in. “Politie Eemland, goedemiddag,” zei dezelfde stem die ze zo’n zes minuten eerder ook aan de lijn had gekregen.

“Politie?” vroeg Jade verbaasd. “Bent u dat alweer? Daar begrijp ik niks van. Ik bel voor Tom van Reeswijk.”

“Dit is inderdaad de mobiel van Tom van Reeswijk,” verklaarde de stem.

“Oh, oké. Mag ik hem even?”

“Nee, dat zal helaas niet gaan.”

“Helaas niet gaan? Hoezo helaas niet gaan? Zijn, eb… vriendin ligt te bevallen. Hij moet onmiddellijk naar haar toe.”

“Bent u zijn vriendin?”

Jade trok een gezicht. Echt weer iets voor een man om dat soort domme vragen te stellen. Alsof je zo’n bevalling er even bij deed, gewoon even losjes tussen het stofzuigen en de afwas door. “Nee, natuurlijk ben ik zijn vriendin niet, meneer. Die ligt een baby te krijgen. Dat zeg ik u toch?”

“Juist ja. En u bent Amber Wilkens?”

“Nee meneer, ik ben haar tweelingzus. Jade Veenstra. Ik bel met Ambers toestel, vandaar.”

Er klonk wat gekuch aan de andere kant van de lijn en Jade keek met een scheef oogje naar Riek van ‘t Woud die duidelijk haar uiterste best deed om het gesprek zo goed mogelijk te volgen.

Waarschijnlijk speet het ‘t mens vreselijk dat ze Jade niet heel groothartig de directie-telefoon had aangeboden, dan had ze een kamer verderop ongegeneerd kunnen staan meeluisteren. Zo’n type was het wel.

“Hier heb ik Tom van Reeswijk voor u,” zei de politieman en er volgde een hoop gekraak.

“Amber, ben jij dat? Is alles goed?” hoorde Jade uiteindelijk Toms stem zeggen.

“Ik ben het, Tom. Jade. Ik bel met Ambers toestel.”

“Dag Jade. Is alles goed met Amber?”

“Ja hoor, we zijn bij Weeberg Mode in Amersfoort. Amber liep een show en…”

“Ze liep een show?” vroeg Tom verbaasd. “Daar was ze toch voorlopig mee gestopt?”

“Er was een model uitgevallen, maar daar bel ik niet voor. Kun je zo snel mogelijk hierheen komen? De bevalling is begonnen. Weeberg Mode zit in de Langestraat, vlakbij V#D.”

Er klonk een diepe zucht aan de andere kant van de lijn. “Ik… Het spijt me Jade, ik ben gearresteerd en ik kan geen kant op.”

Jade vergat helemaal dat ze een luistervink had.

“Gearresteerd?” brulde ze verschrikt. “Waarvoor nou weer?”

“Een aanklacht van de Berinkjes. Ze beweren dat ik de burgemeester het water in heb gereden.”

“En? Is dat zo?” flapte Jade er uit. Terwijl ze het zei, besefte ze zelf al dat het een duffe vraag was. Ten eerste was het niks voor Tom om iemand te vermoorden en ten tweede zou hij – met een agent naast zich – heus niet gaan roepen dat hij schuldig was.

Toms antwoord was voor Jade dan ook geen verrassing. “Nee, natuurlijk niet,” verklaarde hij. “Wil je meester Antons voor me bellen? Ik zit voorlopig in Baarn, dan weet hij het wel.”

“Maar Tom, wat moet ik nou tegen Amber zeggen?”

“De waarheid natuurlijk. Ik moet helaas ophangen. Spreek je.”

Met een droge klik werd de verbinding verbroken.

“Nou, mooie boel, zeg,” bromde Jade tegen zichzelf. “Tom zit in de lik. Hoe leg ik dat ooit aan mijn zusje uit?” Ze staarde wat suffig naar Ambers mobiel.

Opeens kwam er – als uit het niets – een benige hand tevoorschijn en gretige, veel te rood gelakte vingers graaiden het toestel uit Jades hand.

“Ik zal het telefoontje dan maar weer even opbergen, hè?” blaatte Riek van ‘t Woud genietend naast haar. “Of moet u nog naar andere gevangenisboeven bellen?”

“Het is uiteraard een misverstand.” Jade merkte dat haar stem best wel geïrriteerd klonk en ze probeerde zo ontspannen mogelijk verder te praten. “Iets met een onbetaalde boete of zo. Het is altijd maar gezeur met die politie.”

“Daar heb ik gelukkig totaal geen ervaring mee, mevrouw,” antwoordde Riek op een venijnig toontje. “Ik verkeer niet in dat soort criminele kringen.”

“Ik ook niet, hoor,” zei Jade scherp, maar Riek keek haar aan alsof ze er geen bal van geloofde. Nou ja, dat was dan haar probleem, dacht Jade boos. “Ik ga weer eens even naar mijn zus,” zei ze hardop.

“Goed plan.” Riek knikte meelevend, liep naar de deur en gooide die ongastvrij helemaal open. “Wat ontzettend vervelend dat u zulk slecht nieuws voor uw zusje hebt.” Riek slikte en liet het puntje van haar tong bijna verlekkerd over haar lippen glijden.

“Het is me nogal niet wat als je huidige levenspartner in de cel zit, terwijl jij ligt te bevallen.”

Daarna wees ze met een priemend vingertje naar de gang. “Dag mevrouw Veenstra. Ik wens u veel sterkte.”

Jade snoof en trok haar schouders in een bruusk gebaar naar achteren. Maar op de drempel kon ze zich niet meer inhouden. Ze draaide zich half om en stak uitdagend haar tong uit naar de irritante secretaresse. “Ouwe knol,” lispelde ze.

Maar Riek van ‘t Wout stond tevreden handenwrijvend uit het raam te kijken en miste Jades kleine protestactie volkomen.

Dus gooide Jade de deur met een klap achter zich dicht en ging haastig op weg naar de kleedkamer waar Amber lag. Maar na drie meter liep ze al vast in een haag van op sensatie beluste verslaggevers.





∨ Eindelijk gelukkig ∧





3


“Nog maar twee centimeter, Amber. Dan is er volledige ontsluiting,” zei Hertha van Amerongen en ze draaide zich vrolijk glimlachend half om naar de twee verloskundigen die – met een gezicht op onweer – achter haar stonden. “Willen jullie ook nog even controleren?”

“Nee, dat is niet nodig. Er is alweer lang genoeg in Amber rondgewroet zo,” antwoordde Kim Huiskens op een wrang toontje en ze streek in een automatisch gebaar een kastanjebruine lok achter haar oor.

“Helemaal mee eens,” zei haar roodharige collega Jolien met een zuinig grijnsje.

“Ik vind het lastig, zo op locatie,” bekende Hertha en ze keek er zowaar schuldig bij. “Normaal ben ik een verloskamer gewend. Daar is altijd voldoende licht.”

“Dus had je het beter aan een van ons kunnen overlaten,” zei Kim hatelijk en haar collega begon heftig te knikken.

“Ik ben hier het hoogste opgeleid,” sneerde Hertha. “Dus was het heus mijn taak om Amber als eerste te onderzoeken.”

“Ik wil niet vervelend doen,” antwoordde Kim langzaam, “maar jullie gynaecologen zijn vooral opgeleid voor de probleemgevallen. Een normale zwangere vrouw – zoals Amber hier – krijgen jullie amper te zien.”

Collega Jolien sloeg haar armen strijdlustig over elkaar. “Wij kunnen als het nodig is bij wijze van spreken in het stikkedonker ons werk nog doen.”

“En wij doen de kraamvrouw geen pijn omdat wij het even niet kunnen voelen,” vulde Kim aan.

Hertha van Amerongen trok een wenkbrauw op, maar verder deed ze net of ze het commentaar niet gehoord had. “Als jullie niet meer hoeven te kijken, zal ik de vliezen even strippen, dan komt de bevalling meteen goed op gang,” zei ze gemaakt vrolijk.

“Als je het maar uit je hoofd laat,” reageerde Jolien verontwaardigd. “Dat gestrip is nergens voor nodig, Amber moet even rustig de tijd krijgen om…”

“Wat is dat nou voor onzin?” viel Hertha haar in de rede. “Tijd is geld en bovendien heeft Amber haar baby dan des te sneller in haar armen.”

“Die twee centimeter kan Amber heel goed zelf af. De natuur moet je niet dwingen,” zei Kim en ze kwam kameraadschappelijk naast haar collega staan.

“Dus waag het niet!” vulde Jolien nog even aan.

Hertha van Amerongen keek naar de beide vrouwen en daarna kwam er een hele boze trek op haar gezicht. “Als jullie het dan zo goed weten, zoeken jullie het verder maar mooi samen uit. Ik heb per slot van rekening vrij vandaag.”

Ze knikte nog een keer naar Amber. “Ik laat jou dan verder aan die twee, eh… deskundigen over.” Ze legde extra nadruk op het woord deskundigen en het was maar al te duidelijk dat ze de kreet beunhazen veel beter vond passen. “Heel veel sterkte met de komende bevalling, Amber.”

Amber keek verschrikt naar de wegzeilende Hertha. De gynaecologe gooide de deur van de kleedkamer met een driftig gebaar wagenwijd open, zodat er plotseling een horde opdringerige journalisten over de drempel walste, met een fanatiek filmende cameraman van RTV Utrecht helemaal vooraan.

Wat een geluk dat ze haar kleren alweer in model had gebracht, anders had ze finaal voor gek gelegen door de schuld van die Hertha.

Wat had dat rare mens ineens? Waarom rende ze zo boos weg?

Eerst had ze haar ontzettend veel pijn gedaan met dat rare onderzoek en nu liep ze maar gewoon weg, omdat ze het blijkbaar niet eens was met die twee verloskundigen. Dat was niet alleen ontzettend gemeen, maar ook nog eens ontzettend onprofessioneel!

“Altijd maar meteen op hun tenen getrapt, die gynaecologen,” zei Kim uit de grond van haar hart. Ze spurtte naar de deur en begon die uit alle macht dicht te duwen, maar dat lukte natuurlijk niet best, want tegen een opdringende menigte begin je als vrouw alleen niet veel.

“Die mannelijke artsen zijn helemaal érg,” zei Jolien, terwijl ze ook naar de deur rende om te helpen duwen. “Die kerels hebben allemaal een soort baarmoedernijd omdat ze zelf geen kinderen kunnen krijgen. Die rukken hele vrouwen uit model omdat ze geen zin hebben om de natuur haar gang te laten gaan. Zij moeten de controle hebben.”

“Slagers en viespeuken,” oordeelde Kim fel.

“Helemaal mee eens! Trouwens, heb je ooit al eens een vrouw ontmoet die penisdeskundige wilde worden?”

“Nee, natuurlijk niet. Mannen vinden zichzelf altijd helemaal fantastisch… Maar – excusez le mot – zo geweldig is zo’n slappe piemel nou ook weer niet.”

Voor Jolien commentaar kon geven dook er een slanke gestalte onder de camera’s door, die naar binnen glipte en daarna ook als een gek meehielp om Amber weer aan wat privacy te helpen.

“Jade,