Main Wortubuku fu Sranan Tongo. Sranan Tongo – Nederlands Woordenboek

Wortubuku fu Sranan Tongo. Sranan Tongo – Nederlands Woordenboek

0 / 0
How much do you like this book?
What’s the quality of the file?
Download the book for quality assessment
What’s the quality of the downloaded files?
Year:
2007
Publisher:
SIL International
Language:
dutch
Pages:
342
File:
PDF, 2.02 MB
Download (pdf, 2.02 MB)

Most frequently terms

 
zie2260
een1444
het1401
van1202
den1072
wan1010
bnw970
niet788
zijn630
kon613
hij559
ben558
syn552
als547
dat492
voor389
kan375
meki325
ini323
bij309
mijn306
sma302
dan302
abi301
aan296
ala261
var260
heb259
oso250
tapu249
taki247
moet246
naar242
ook238
maar237
disi232
baka230
toen220
deze217
ant199
uit199
boi195
mofo171
sani170
geen168
moro165
ede163
mus159
0 comments
 

To post a review, please sign in or sign up
You can write a book review and share your experiences. Other readers will always be interested in your opinion of the books you've read. Whether you've loved the book or not, if you give your honest and detailed thoughts then people will find new books that are right for them.
1

Performing the curatorial : within and beyond art

Year:
2012
Language:
english
File:
PDF, 18.85 MB
0 / 0
2

Readings in Philippine cinema

Year:
1983
Language:
english
File:
PDF, 46.10 MB
0 / 0
Language and Culture Archives

Wortubuku fu Sranan Tongo: Sranan Tongo—Nederlands woordenboek
John Wilner, editor, and others
©2007, SIL International

License
This document is part of the SIL International Language and Culture Archives. It is shared ‘as-is’ to make the
content available under this Creative Commons license:
Attribution-NonCommercial-ShareAlike
(http://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/4.0/).

More resources are available at: www.sil.org/resources/language-culture-archives.

Wortubuku
fu Sranan Tongo
Sranan Tongo – Nederlands
Woordenboek
5e editie

Redaktie:
John Wilner
Medewerkers:
Ronald Pinas, Lucien Donk, Hertoch Linger,
Arnie Lo-Ning-Hing, Tieneke MacBean,
Celita Zebeda-Bendt,
Chiquita Pawironadi-Nunez,
Dorothy Wong Loi Sing

SIL International
Dallas, TX

SIL International
7500 W. Camp Wisdom Rd.
Dallas, TX 75137
USA
www.sil.org

© 2007 SIL International
All rights reserved
Alle rechten voorbehouden
200

2

Inhoud
Afkortingen ................................................................................. 4
Woord vooraf .............................................................................. 5
Inleiding....................................................................................... 7
Regels voor de uitspraak ........................................................... 12
Geraadpleegde literatuur ........................................................... 13
Voorbeeldbladzij ....................................................................... 14
Sranan Tongo – Nederlands ...................................................... 15
Nederlands – Sranan Tongo .................................................... 269

3

Afkortingen
aanspr. – aanspreek
aanw. – aanwijzend
achtervg. – achtervoegsel
alg. – algemeen
ant. – antoniem
bep. – bepaald
betr. – betrekkelijk
bez. – bezittelijk
bnw. – bijvoeglijk naamwoord
bw. – bijwoord
d.w.z. – dat wil zeggen
Eng. – Engels
enkelv. – enkelvoud
etym. – etymologie
hulpww. – hulpwerkwoord
lett. – letterlijk
lidw. – lidwoord
lijd.vw. – l; ijdend voorwerp
med. – medisch
mnl. – mannelijk
mv. – meervoud
NL. – Nederlands
neg. – negatief, ontkennend
onbep. – onbepaald
onderw. – onderwerp
onoverg. – onovergankelijk
overg. – overgankelijk
pers. – persoon, persoonlijk
SN. – Surinaams Nederlands
Sp. – Spaans
spec. – specifiek
syn. – synoniem
tegenh. – tegenhanger
telw. – telwoord
tw. – tussenwerpsel
vnw. – voornaamwoord
vrl. – vrouwelijk
vrag. – vragend
vw. – voegwoord
vz. – voorzetsel
wederk. – wederkerend, wederkerig
ww. – werkwoord
zn. – zelfstandig naamwoord
4

Woord vooraf
Zoals alle woordenboeken moet ook dit Sranan Tongo woordenboek
worden beschouwd als iets waaraan men steeds kan blijven doorwerken.
Alle levende talen zijn voortdurend in beweging. Er komen nieuwe
woorden bij, terwijl andere woorden van betekenis veranderen of in
onbruik raken. Sranan Tongo maakt veelvuldig gebruik van
leenwoorden uit andere talen, waarbij de uitspraak wordt gewijzigd en
de betekenis naar wens wordt aangepast. Dit woordenboek is een
momentopname van het Sranan Tongo zoals het nu wordt gesproken.
Het is bedoeld als hulp voor Nederlands sprekenden die Sranan Tongo
willen leren. De gegevens zijn in Paramaribo verzameld in de periode
van 1981 tot 2003.
Sranan Tongo bestaat al betrekkelijk lang in geschreven vorm, met
teksten uit de achtiende eeuw en zelfs daarvoor. Er is een aantal
woordenboeken en woordenlijsten samengesteld waarvan het eerste, met
de hand geschreven, woordenboek van Schumann dateert uit 1783. Toch
blijft Sranan Tongo voornamelijk een gesproken taal en heeft door de
jaren heen veel veranderingen ondergaan. Veel van de woorden die in
vroegere woordenboeken en woordenlijsten staan, zijn veranderd van
vorm of worden niet meer gebruikt. Bij het samenstellen van dit
woordenboek is gebruik gemaakt van al bestaande woordenlijsten,
geschreven teksten, in het bijzonder teksten die zijn uitgegeven door het
SIL te Suriname, en andere materialen die door de samenstellers zijn
verzameld. Het woordenboek wil meer zijn dan een woordenlijst, het
vermeldt ook de verschillende manieren waarop een woord gebruikt
wordt en laat de verschillende betekenissen zien in voorbeeldzinnen.
Idioom, dat zo karakteristiek is voor de taal, maar vaak ook zo
verwarrend voor wie de taal wil leren, is ook in dit woordenboek
opgenomen. Woorden die in onbruik zijn geraakt, staan er niet meer in,
of worden aangeduid als verouderd.
We willen onze erkentelijkheid uitspreken tegenover de leden van SIL
International die veel hebben bijgedragen aan de verwezenlijking van dit
woordenboek. Wijlen Dr. Charles Peck leidde de eerste werkconferentie
in 1987, die tevens het begin van dit project was. Dr. W. J. A. Pet
maakte het eerste computerprogramma om de gegevens te ordenen. De
heren Nicolaas Doelman en Norbert Rennert hebben vervolgens veel
belangrijke hulp verleend bij de ontwikkeling en de verwerking van
deze gegevens. De laatste heeft de uitgave van dit woordenboek
verzorgd, zowel in gedrukte vorm als op CD.
We zijn veel dank verschuldigd aan hen die met hun kennis van de taal
en hun deskundigheid hebben bijgedragen aan deze uitgave. Een
bijzonder woord van dank gaat uit naar France Olivieira, vroeger
werkzaam bij de Nationale UNESCO Commissie Suriname (NUCS), die
het eerste ontwerp grondig heeft doorgelezen en van commentaar
voorzien. Dr. Renata de Bies, die aan het Instituut voor Taalonderzoek
en Taalontwikkeling (IvTeT) was verbonden en nu aan de Universiteit
van Suriname werkt, heeft gedurende het hele project met haar
5

deskundigheid op het gebied van lexicografie waardevolle adviezen
gegeven. Besprekingen met Dr. Robby Morroy, die nu bij het Instituut
voor de Opleiding van Leraren (IOL) werkt, hebben geholpen om de
structuur van de taal en de toepassing van de spellingregels beter te
begrijpen. Wij danken ook Pieter Teunissen en Marga Werkhoven voor
hun lijst met namen van planten en dieren, die opgenomen is in de
woordenlijst uitgegeven door de Stichting Volkslectuur. We hebben die
gebruikt voor de Latijnse namen van planten en dieren in dit
woordenboek. Ook maakten we gebruik van andere waardevolle
informatiebronnen. Deze worden vermeld onder Geraadpleegde
literatuur. Vanzelfsprekend blijven wij verantwoordelijk voor de
uiteindelijke vorm en de inhoud van dit woordenboek.

6

Inleiding
Sranan Tongo wordt voornamelijk in het kustgebied van Suriname, Zuid
Amerika, gesproken. Het is een mengtaal, ontstaan in de zeventiende
eeuw als gevolg van de import van slaven uit West Afrika. Suriname
werd in die tijd afwisselend overheerst door Groot-Brittannië en de Staat
der Nederlanden. De talen van deze naties en ook die van de
slavenhandelaren hadden belangrijke invloed op de ontwikkeling van
het Sranan Tongo. In 1975 werd Suriname onafhankelijk van Nederland,
maar de officiële taal van het land is nog altijd Nederlands. Dit is ook de
taal van het onderwijs. In de media, vooral op televisie, wordt dikwijls
Engels gebruikt, een taal met een hoge status. Het zijn voornamelijk
deze twee talen die nu de ontwikkeling van Sranan Tongo beïnvloeden.
Bij het samenstellen van een woordenboek krijgt men direct te maken
met de vraag of een bepaald woord in het woordenboek thuis hoort of
niet. Suriname is een veeltalige samenleving en Surinamers lenen in hun
dagelijkse conversatie voortdurend woorden uit andere talen. Ze lijken
daar zelfs een bijzonder genoegen in te scheppen. Als gevolg daarvan is
het niet altijd gemakkelijk vast te stellen of een woord in de taal is
opgenomen of niet. De grens tussen Sranan Tongo en Surinaams
Nederlands is soms moeilijk te bepalen.
Nog een probleem bij het samenstellen van het woordenboek is de vraag
hoe een woord geschreven moet worden. In dit woordenboek hebben we
getracht de officiële spelling voor Sranan Tongo te gebruiken die door
de Surinaamse regering is aangenomen bij het Besluit van 15 juli 1986
no. 4501. In gesproken Sranan Tongo worden delen van woorden
dikwijls weggelaten. Men zegt bijvoorbeeld gewoonlijk mi nak en in
plaats van mi naki en ‘ik sloeg hem.’ De commissie die de spellingregels
voor Sranan Tongo moest vast stellen, gaf als eerste grondregel dat
woorden moesten worden geschreven zoals ze worden uitgesproken in
de volledige vorm. Naki is dus de juiste spelling voor ‘sloeg.’
Er zijn echter enkele woorden waarvan de volledige vorm vrijwel nooit
wordt gehoord, of alleen onder bijzondere omstandigheden. De officiële
spelling staat toe om in speciale gevallen gebruik te maken van de
apostrof om aan te geven dat een deel van het woord is weggelaten. Dit
is bedoeld om schrijvers, en vooral dichters, de ruimte te geven hun
kunstvaardigheid te beoefenen. Gepubliceerde woordenlijsten en andere
geschreven teksten laten in een oogopslag zien dat de apostrof wordt
gebruikt voor de normale uitspraak. Zo vinden we bijvoorbeeld in de
woordenlijst die door de Stichting Volkslectuur is uitgegeven, at’oso in
plaats van ati-oso ‘ziekenhuis.’ Omdat dit woordenboek vooral bedoeld
is voor mensen die de taal willen leren, en omdat Sranan Tongo in de
eerste plaats een gesproken taal is en niet een geschreven taal, is het
trefwoord geschreven in de vorm waarin men die als regel te horen
krijgt. In enkele gevallen is er een nuanceverschil tussen de volledige
vorm van een woord en de verkorte vorm, zoals bij mu, mus en musu. In
7

gevallen waarbij de verkorte vorm de voorkeur lijkt te hebben of waar
verschil in betekenis bestaat, werden alle vormen opgenomen.
Een gelijksoortig probleem doet zich voor bij samengestelde woorden.
De spellingcommissie adviseerde de combinaties van woorden aaneen te
schrijven als het samengestelde woord een andere functie of betekenis
heeft dan de los geschreven woorden. De woorden ala dei betekenen
bijvoorbeeld ‘elke dag’ en worden los van elkaar geschreven. Maar
aladei betekent ‘alledaags’ en wordt daarom aan elkaar geschreven. Het
feit doet zich voor dat de taal waarin al het onderwijs in Suriname wordt
gegeven, Nederlands, veel samengestelde woorden kent. Als gevolg
daarvan schrijven veel goed opgeleide Surinamers woorden aan elkaar
als samengestelde woorden. (Bijv. wansma ‘iemand,’ bromkisiri
‘bloemenzaad,’ agumeti ‘varkensvlees’). Deze en vele dergelijke
woorden kunnen volgens de aanbeveling van de spellingcommissie los
geschreven worden (wan sma, bromki siri, agu meti). Zelfs de naam van
de taal zien we op twee manieren gespeld: Sranantongo en Sranan
Tongo. Wie Sranan Tongo leest, zal zeker tegenstrijdigheden vinden in
de grote hoeveelheid teksten die beschikbaar zijn, en mogelijk ook in dit
woordenboek.
Men hoopte dat door het installeren van een spellingcommissie in 1984
en de aanname door de Surinaamse regering van de spelling in juli 1986
een einde zou komen aan de verwarring die toen heerste rond de juiste
spelling van het Sranan Tongo. De aanbeveling van de commissie was
dat de regering de spelling bekend zou maken bij alle belanghebbende
instanties. En verder dat er een commissie zou komen die de definitieve
woordenlijst zou samenstellen met de correcte spelling van de woorden
in het Sranan Tongo. Helaas zijn deze aanbevelingen nooit
overgenomen en is de verwarring over de spelling nog net zo groot als
voorheen. We kunnen slechts hopen dat geïnteresseerden ooit eens bij
elkaar zullen komen om het werk af te maken dat jaren geleden werd
begonnen.

Structuur van de informatie onder een trefwoord in het
woordenboek
Er staan drie soorten trefwoorden in het woordenboek:
hoofdtrefwoorden, subtrefwoorden en verwijzende trefwoorden. Onder
een hoofdtrefwoord vindt men alle informatie over dat woord.
Subtrefwoorden staan onder hoofdtrefwoorden en bevatten combinaties
van woorden met het hoofdtrefwoord zoals uitdrukkingen. Verwijzende
trefwoorden zijn afgekort en verwijzen de lezer naar een ander
trefwoord waar meer informatie te vinden is.

Hoofdtrefwoord
Dit staat vet gedrukt. In sommige gevallen is de uitspraak niet op te
maken uit de geschreven vorm. (Zie de ‘regels voor de uitspraak’
hieronder.) In zulke gevallen wordt het hoofdtrefwoord gevolgd door
8

een aanwijzing over de uitspraak, bijv. bongo ['boŋ go] of golu
['xo lu].
Soms wordt een hoofdtrefwoord gevolgd door een verlaagd nummer.
Dit duidt aan dat er een homoniem is (d.w.z. een ander woord dat op
dezelfde manier wordt gespeld en uitgesproken.) Zo is er het woord lobi
dat ‘liefde’ betekent en ook lobi dat ‘wrijven’ betekent. Omdat de
betekenissen niets met elkaar te maken hebben, worden deze woorden
als homoniemen lobi1 en lobi2 vermeld.

Woordsoort
In Sranan Tongo kan hetzelfde woord dienst doen als werkwoord,
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord of nog een andere
woordsoort, afhankelijk van de plaats in de zin. De vorm van het woord
verandert daarbij niet.
Vorbeelden:
Mi bai tu kilo sukru na wenkri. ‘Ik kocht twee kilo suiker in de
winkel.’
A te sukru tumsi. ‘De thee is te zoet.’
Sukru en pikinso moro. ‘Maak hem nog wat zoeter.’
Mi gi yu a buku. ‘Ik gaf je het boek.’
Mi bai a buku gi yu. ‘Ik kocht het boek voor jou.’
Mi leisi a buku kba. ‘Ik heb het boek al gelezen.’
Mi leisi a buku te na a kba. ‘Ik heb het boek uitgelezen.’
Mi kba leisi a buku. ‘Ik heb het boek uit.’
De woordsoort staat achter het hoofdtrefwoord vermeld. Als het
hoofdtrefwoord meerdere functies heeft, bijvoorbeeld een zelfstandig
naamwoord is en ook een werkwoord, wordt dit door genummerde
betekenissen aangegeven. Omdat het woordenboek bedoeld is voor
sprekers van het Nederlands, staan de woordsoorten in het Nederlands
vermeld. De grammatica van het Sranan Tongo is anders dan die van het
Nederlands en heeft een eigen structuur en zinsdelen. Een volledige
beschrijving van de grammatica valt echter buiten het kader van deze
inleiding. De woordsoort die achter het hoofdtrefwoord staat, is wat een
spreker van het Nederlands nodig heeft om te begrijpen hoe het woord
wordt gebruikt of hoe hij een gedachte in het Nederlands zou
uitdrukken.

De betekenissen en voorbeeldzinnen
Na de woordsoort volgt de betekenis of een korte verklaring in het
Nederlands. Vele woorden hebben uiteenlopende betekenissen, maar er
is wel verband tussen die betekenissen. Zo kan bijvoorbeeld plata ‘plat’
betekenen, maar ook ‘ondiep’ of ‘dun.’ Als er verschillende, maar
verwante betekenissen van een woord bestaan, worden deze door
nummers aangeduid met de vermelding dat het woord op meerdere
manieren kan functioneren.
9

Een korte weergave van de betekenis van een woord in een andere taal
doet meestal te kort aan de reikwijdte van de betekenis van dat woord.
Om te laten zien hoe een trefwoord op verschillende manieren wordt
gebruikt, staat bij de meeste hoofdtrefwoorden een voorbeeldzin met een
Nederlandse vertaling. Omdat de namen van planten en dieren zelfs
binnen een bepaalde taal kunnen verschillen zijn de Latijnse namen
vermeld om de juiste soort aan te geven.

Verwijzingen
De verschillende verwijzingen maken de lezer attent op woorden
waarvan de betekenis samenhangt met die van het trefwoord. Deze
omvatten: afwijkende vormen (bijv. dyonsro en dyonsno ‘spoedig’),
antoniemen (tegenstellingen zoals faya ‘heet’ en kowru ‘koud’),
synoniemen (woorden van gelijke betekenis zoals owru ‘oud’ en grani
‘bejaard’), vrouwelijk en mannelijk (bijv. de mannelijk tegenhanger van
kaw ‘koe’ is bulu ‘stier’), en algemeen tegenover specifiek (bijv. kloru
‘kleur’ is algemeen tegenover het specifieke redi ‘rood’, blaw ‘blauw’
of geri ‘geel’). Als een woord deel uitmaakt van een woordpaar, wordt
ook de tegenhanger genoemd (bijv. peiri ‘pijl’ en bo ‘boog’). Dan is er
nog het woord ZIE, dat de gebruiker verwijst naar woorden waarvan de
betekenis samenhangt met die van het trefwoord zonder te passen in een
van de bovengenoemde categorieën. Tenslotte kan er verwezen worden
naar een lijst van woorden waarvan de betekenissen met elkaar verwant
zijn.

Etymologie
In enkele gevallen is aangegeven uit welke taal een woord afkomstig is.
Soms helpt dit om het ontstaan van homoniemen te verklaren. Zo komt
het woord kaw1 ‘koe’ van het Engelse woord cow, terwijl kaw2
‘kauwen’ uit het Nederlands komt.

Subtrefwoorden
Dikwijls krijgt het trefwoord in combinatie met bepaalde andere
woorden een heel eigen betekenis, of de hele uitdrukking heeft een
bepaalde betekenis. Deze woorden staan vet gedrukt in combinatie met
een herhaling van het trefwoord.

Nederlandse woordenlijst
Achter in het woordenboek is een Nederlandse woordenlijst toegevoegd
om de spreker van het Nederlands in staat te stellen bepaalde woorden
of begrippen in het eerste deel van het woordenboek op te zoeken.
Achter het Nederlandse woord staat de woordsoort en een of meer
Sranan Tongo woorden. Voorbeeld:
veranderen ww. drai; kenki
Sommige Nederlandse woorden kunnen op meer dan een manier worden
gebruikt. Daarom wordt de lezer aangeraden om elke Sranan Tongo
betekenis op te zoeken in het eerste deel van het woordenboek om te
bepalen in welke contekst de Sranan woorden gebruikt worden.
10

Het teken ~ laat zien waar het Nederlandse trefwoord voorkomt. Daar
waar de Nederlandse betekenis in het Sranan Tongo wordt weergegeven
door een idiomatische uitdrukking, wordt de lezer verwezen naar waar
deze uitdrukking in het woordenboek kan worden opgezocht.
Bijvoorbeeld:
rede znw. wortu; in de ~ vallen koti wan sma mofo, ZIE: mofo.

Spelling
De uitspraak van klinkers en medeklinkers in Sranan Tongo is tamelijk
eenvoudig. De uitspraak van de klinkers a, e, i, o en u is gelijk aan die
van het Spaans. Er zijn nog twee klinkers, è en ò. Deze komen voor in
woorden die kort geleden in de taal zijn opgenomen. Er zijn zes
tweeklanken: ai, aw, ei, èi, oi, en ow. Ook komen er nog twee
klinkercombinaties voor: ew en ui. Deze lijken op tweeklanken, maar
worden uitgesproken als twee opeenvolgende klinkers. De medeklinkers
worden geschreven met de letters b, d, f, g, h, k, l, m, n, p, r, s, t, w en y.
Er zijn vijf lettercombinaties die elk één klank weergeven: dy, ng, ny, sy
en ty, waarbij de y als j wordt uitgesproken. Zie de ‘regels voor de
uitspraak’ hieronder.
Woorden bestaan uit één of meer lettergrepen. De meeste lettergrepen
worden gevormd door één of meer medeklinkers gevolgd door een
klinker of een tweeklank zoals in go ‘gaan’, bow ‘bouwen’ of krei
‘huilen’. De laatste letter van een lettergreep is soms een m of een n,
zoals in tompu ‘stomp’ of kundu ‘bult’, en minder vaak een andere
medeklinker zoals in kapelka ‘vlinder’, marbonsu ‘bepaald soort wesp’,
of maspasi ‘onafhankelijkheid’. Meestal valt de klemtoon op de
voorlaatste lettergreep, behalve als de laatste lettergreep op een nasale
medeklinker eindigt. Dan valt de klemtoon op de laatste lettergreep.
Men hoort bij normaal spraakgebruik dikwijls verlengde klinkers of
medeklinkers. Deze zijn meestal het gevolg van een weggelaten klinker
of van een samenvloeien met de volgende klinker. Er zijn slechts enkele
gevallen waarbij een verlengde klinker niet het gevolg is van het
weglaten van een klinker. Deze worden in de spelling weergegeven door
een accent circumflex, zoals in pôti ‘arm’. Een weggelaten klinker wordt
aangeduid door een apostrof, bijvoorbeeld in m’ma van mama ‘moeder’.
Als in samengestelde woorden twee klinkers op elkaar volgen, wordt
gewoonlijk de eerste klinker weggelaten en is de tweede enigszins
verlengd. Voorbeeld: bere ‘maag’ en ati ‘pijn’ vormen samen ber’ati
‘maagpijn’.
Alleen als de uitspraak niet zomaar duidelijk is door de spelling wordt
het trefwoord gevolgd door een fonetische weergave. De lettergrepen
worden gescheiden door spaties. De beklemtoonde lettergreep wordt
vooraf gegaan door een apostrof ('). Een verlengde klinker of
medeklinker wordt gevolgd door een verhoogde punt, bijvoorbeeld:
ed’ati [ed 'a· ti], of:
mamanten ['m·an teŋ].
11

De lettercombinaties ng en ny komen gewoonlijk aan het begin van een
lettergreep, zoals in nanga ['na ŋa] ‘en, met’ en nyan [nʸaŋ] ‘eten’. In
enkele gevallen wordt ng geschreven als er een n aan het eind van een
lettergreep komt en de g klank aan het begin van de volgende
lettergreep. Zo wordt het woord tongo ‘tong, taal’ uitgesproken als ['to
ŋo], maar bongo ‘een soort drum’ als ['boŋ go]. Om letterverdubbeling
te voorkomen heeft de spellingcommissie ervoor gekozen in de
schrijfwijze dit verschil niet weer te geven.
De medeklinkers k en g worden soms uitgesproken als [tʃ] en [dʒ] als ze
voorafgaan aan i of e. Zo worden bijvoorbeeld gi ‘geven’ en geri ‘geel’
soms uitgesproken als ['dʒi] en ['dʒe ři]. Op dezelfde manier wordt triki
‘truc’ soms uitgesproken als ['tři tʃi]. Om consequent te blijven heeft de
commissie voorgesteld dat deze woorden met k en g worden geschreven.
Er zijn enkele woorden die beginnen met [tʃ] of [dʒ] gevolgd door i of e,
zoals dyindya, dyeme en tyen, die nooit worden uitgesproken met een g
of k. Deze woorden worden geschreven zoals ze altijd worden
uitgesproken. In enkele gevallen wordt de s wel eens uitgesproken als
[ʃ] voor i of e. Zo wordt si ‘zien’ soms als [ʃi] uitgesproken en swen
‘zwemmen’ soms als [ʃweŋ].

Regels voor de uitspraak
a [a]
ai [ai]
aw [au]
b [b]
d [d]
dy [dʒ]
e [e]
[ə]
ei [ei]
ew [eu]
è [ɛ]
èi [ɛi]
f [f]
g [g]
h [h]
i [i]
k [k]
l [l]
m [m]
n [n]
[m]
[ŋ]
ng
ny
o
ò
12

[ŋ]
[nʸ]
[o]
[ɔ]

zoals in man
zoals in maaien
zoals in nauw
zoals in boom
zoals in doen
ongeveer zoals in het Engelse woord jungle
tussen de e van pet en de i van pit
zoals de stomme e in beginnen of verlaten
zoals in mee
zoals in eeuw
zoals in en
zoals in eiland of ijs
zoals in feest
zoals in het Engelse woord go
zoals in halen
zoals in iemand
zoals in kind
zoals in laat
zoals in mes
zoals in nu
aan het eind van een woord vóór een woord dat met b of p
begint
zoals de ng in gezang voor een g of k,
of aan het eind van een woord voor een adempauze
zoals in zingen
zoals in Anja
tussen de oo van boot en de o van bot
zoals in pot

oi [oi]
ow [ou]
p [p]
r [ř]
s [s]
sy [ʃ]
t [t]
ty [tʃ]
u [u]
ui [ui]
w [w]
y [y]

zoals in mooi
ongeveer zoals in het Engelse woord boat
zoals in peper
zoals in rouw
zoals in samen
zoals sjouwer
zoals in top
ongeveer zoals de ch in het Engelse woord church
zoals in boek
zoals in boei
zoals de Engelse w in work
zoals in jager

Geraadpleegde literatuur
Blanker, J.C.M. en J. Dubbeldam. 2005. Prisma Woordenboek:
Sranantongo. Utrecht: Het Spectrum.
Boinski, Sue. 2002. De apen van Suriname. Paramaribo: STINASU.
Donselaar, J. van, 1989. Woordenboek van het Surinaams-Nederlands,
2de ed. Muidenberg: Coutinho.
Heyde, H. 1992. Geneesplanten in Suriname. Paramaribo: Westfort.
Moonen, Joep M. 1987. ‘n kijkje in de Paramaribo Zoo. Paramaribo:
Kersten & Co.
Power, Robert H. and Iwam R. Wijngaarde. 1990. De Surinaamse
groentetuin: van theorie tot praktijk. Paramaribo: Vaco.
Sedoc, Nell. 1992. Afro-Surinaamse natuurgeneeswijzen. Paramaribo:
Vaco.
Shanks, Louis, red. 2000. A buku fu Okanisi anga Ingiisi wowtu: Aukan
– English dictionary, 2de ed. Paramaribo: SIL.
Snijders, Ronald. 2000. Surinaams van de straat, uitgebreide editie.
Amsterdam: Prometheus.
Solanus-Essers, Fr. M. n.d. Surinaamse zangvogels en andere.
Paramaribo: Boekhandel Rafaël.
Sordam, Max en Hein Eersel. 1985. Sranantongo: Een korte inleiding
tot het Sranantongo met uitgebreide woordenlijst. Baarn: Bosch &
Keuning.
Stephen, Henri J.M. n.d. Lexicon van de Winti-kultuur. Paramaribo.
Stichting Volkslectuur. 1980. Woordenlijst. Paramaribo: VACO.
Stinasu. 2000. De wilde vogels van Paramaribo. Paramaribo:
STINASU.
Tjon Tam Sin, Romeo R. n.d. Eerste hulp met de Surinaamse kruiden.
Paramaribo.
Veer, Wim. 2001. Vruchten in Suriname. Paramaribo: Conservation
International Suriname.
Wessels-Boer, J.G., W.H.A. Hekking en J.P. Schulz. 1976. Fa joe kan
tak’ mi no moi: Inleiding in de flora en vegetatie van Suriname.
Paramaribo: STINASU.

13

VOORBEELDBLADZIJ
HOOFDTREFWOORD

SUBTREFWOORD

Voorbeeldzin
(cursief gedrukt)
TREFWOORD

WOORDSOORT

Het trefwoord in
het Nederlands is
vet gedrukt
AANWIJZINGEN
VOOR GEBRUIK

HOMONIEM

VERWIJZINGEN NAAR

antoniemen
synoniemen
varianten
tabellen
verwante woorden

VERWIJZEND
TREFWOORD

ETYMOLOGIE

14

a1 znw. oog. A smoko meki mi ai lon watra. Mijn
ogen gingen tranen van de rook. ZIE: skoinsiai, dor’ai.
ai na ai bw. met eigen ogen. Mi e meki ala muiti
fu kon na yu, bika mi angri fu si yu ai na ai.
Ik doe alle moeite om bij je te komen, want
ik verlang ernaar om je met eigen ogen te
zien.
aititenti telw. tachtig. ZIE TABEL ONDER: nomru.
aka1
DEFINITIE
1) znw. haak, vishaak.
2) ww. vasthaken. Aka a doro gi mi, noso
dyonsro a o naki tapu. Zet de deur op de
haak, anders slaat hij straks dicht.
3) ww. laten struikelen. Di un ben plei bal,
espresi André ben aka mi. Bij het voetballen
liet André me opzettelijk struikelen. ZIE:
misi futu.
tan aka ww. blijven zitten (op school), niet
bevorderd worden tot de volgende klas.
GEBRUIK: wordt meestal gebruikt door jonge
mensen. ANT: abra.
aka2 znw. elke soort roofvogel (havik, arend, valk,
enz.).
akatiki znw. stok met een haak, haakstok. Yu kan
leni mi a akatiki? Mi o wai a bakadyari fu
mi. Mag ik je haakstok lenen? Ik ga het
onkruid in mijn achtertuin maaien.
ala
1) onbep.vnw. al, alle, alles, allemaal. Den pikin
nyan ala a froktu ini a baki. De kinderen
hebben alle vruchten uit de bak opgegeten.
ANT: no wan. ZIE: alamala.
2) onbep.vnw. elk(e), ieder(e). Ef’ yu abi wan
bromkipatu nanga bromki, dan ala dei yu mu
poti krin watra. Als je een vaas met bloemen
hebt, moet je elke dag het water verversen.
SYN: ibri.
ala leisi bw. telkens, elke keer. ZIE TREFWOORD: leisi2.
arki
1) ww. luisteren. Ala neti mi e arki nyunsu na
radio. Elke avond luister ik naar het nieuws
op de radio. ZIE: yere1. VAN ENG: harken.

a

abra

Sranan Tongo – Nederlands
A - a
a1 pers. vnw. 3de pers. enkelv.
onderwerp (zij, hij, het). Di
Hendrik doro tide, a no taki no
wan sma odi. Toen Hendrik
vandaag aankwam, groette hij
niemand. ZIE: en.
a2
1) bep. lidw. enkelv. (de, het). Yu
mu tapu a fensre noso a alen o
wai kon in'sei. Je moet het
raam dichtdoen anders waait de
regen naar binnen.
2) lidw. Het wordt ook gebruikt
bij zelfstandigenaamwoorden
die een collectivum aangeven.
Fosi yu stampu a pinda, yu mu
wai a buba puru. Voordat je de
pinda's stampt, moet je ze eerst
wannen. ZIE: den2; wan2. VAR.:
na3.
a3 vz. voorzetsel dat de plaats
aanduidt. ZIE TREFWOORD: na2.
abani zn. misdadiger, rover,
schurk.
Abeniba zn. naam van een vrouw
die op dinsdag geboren is. ZIE
TABEL BIJ: deinen.
abi ww. hebben. Yongu, yu no abi
ai fu si? Jongen, heb je geen
ogen in je hoofd? (lett: ...ogen
om te zien?) VAN ENG: have.
abi fu hulpww. moeten. Ala
pikin fu fo yari abi fu go na
skoro. Alle kinderen van vier
jaar en ouder moeten naar
school. SYN: musu1.
no abi fu hulpww. niet hoeven. I
no abi fu waka yu wawan, mi
sa kon nanga yu. Je hoeft niet
alleen te lopen, ik zal met je
meegaan. VAR.: nafu.

abi bere zwanger zijn, in
verwachting. ZIE TREFWOORD: bere1.
abi bigi-ai jaloers zijn, afgunstig
zijn, benijden. ZIE TREFWOORD:
bigi-ai.
abi frikowtu verkouden zijn. ZIE
TREFWOORD: frikowtu.
abi krin skin geluk hebben,
boffen. ZIE TREFWOORD: skin.
abi prati meedelen in iets; ergens
deel aan hebben. ZIE TREFWOORD:
prati.
abi prisiri zich amuseren, plezier
hebben (in). ZIE TREFWOORD: prisiri.
aboma zn. anaconda. Ook bekend
als watra-aboma. VAR.: boma.
abongra zn. sesamzaad.
abra
1) ww. oversteken. Fosi yu ben e
pai den botoman wan kwartyi
fu abra a liba. Vroeger moest je
de bootslieden een kwartje
betalen om de rivier over te
kunnen steken.
2) ww. overgaan. Efu yu wani
abra, yu mu leri yu les. Als je
over wilt gaan moet je je
lessen leren. ANT: tan sidon; tan
poko; tan aka. ZIE: psa4.
3) vz. tegenover. Mi e tan abra a
kerki. Ik woon tegenover de
kerk. SYN: abrasei.
4) vz. over. Den plane no mag
frei abra a foto. Vliegtuigen
mogen niet over de stad
vliegen.
5) vz. door. Di a fufuruman
dyompo abra a fensre go na
dorosei, a dyompo let' ini anu
fu skowtu. Toen de dief door
het raam naar buiten sprong,

abrasei
Sranan Tongo - Nederlands
afkati
me...).
sprong hij recht in de armen
van de politie. GEBRUIK: Het
abrawatra zn. buitenland,
wordt met deze betekenis alleen
overzee. Tamara mi sisa e go na
gebruikt bij fensre.
abrawatra. Morgen vertrekt
mijn zuster naar het buitenland.
6) vz. over. Den boi na tapu uku
SYN: dorosei kondre.
e taki abra a nowtu fu a kondre.
adyosi zn. vaarwel. Adyosi na wan
De jongens op de hoek praten
wortu di tranga fu taki. Vaarwel
over de noodsituatie in het
is een woord dat je niet graag
land.
zegt. TEGENH: odi. ZIE: morgu;
gi abra ww. overleveren. Den
kuneti; nafun.
birtisma grabu a fufuruman
taki adyosi ww. afscheid nemen.
dan den gi en abra na skowtu.
Wakti, mi wani bari den sma
De buren grepen de dief en
adyosi. Wacht, ik wil even
leverden hem over aan de
afscheid nemen. SYN: bari
politie.
adyosi.
gi ensrefi abra ww. zich overAdyuba zn. naam van een vrouw
geven. Skowtu ben lontu a oso
die op maandag geboren is. ZIE
fu ala sei, ma den fufuruman no
ben wani gi densrefi abra. De
TABEL BIJ: deinen.
politie had het huis van alle
af'afu bw. gedeeltelijk, deels,
kanten omsingeld, maar de
matig, half. A frow disi noiti a e
dieven wilden zich niet
kba en wroko. A e libi en af'afu.
overgeven.
Deze vrouw maakt nooit haar
koti abra ww. oversteken. Yu
werk af. Ze doet alles maar half.
mus leri a pikin fu luku bun fosi
A: So Fine, fa yu e tan? B: Mi de
a e koti strati abra. Je moet het
so af'afu. A: Hoe gaat het, Fine?
kind leren om goed uit te kijken
B: Het gaat zo-zo.
voordat het de straat
afdaki zn. afdak, kleine
oversteekt.
eenvoudige woning. Di un ben
lon abra ww. overlopen. Te alen
go onti, un meki wan pikin
kon hebi, ala den watrabaki e
afdaki fu sribi. Toen we op jacht
span tak' den e lon abra. Als
waren, maakten we een afdak
het hard regent, raken alle
om daaronder te kunnen slapen.
watervaten zo vol dat ze
Mi feni wan pikin afdaki fu sutu
overlopen.
mi ede. Ik heb een kleine
abrasei zn. overkant (van een
eenvoudige woning gevonden.
rivier of straat). Esde mi go koiri
ZIE: tenti. VAN NL: afdak.
na abrasei. Gisteren ben ik aan
afen tw. oké.
de overkant (van de Suriname
Afiba zn. naam van een vrouw die
rivier) gaan wandelen.
op vrijdag geboren is. ZIE TABEL
abrasei fu vz. tegenover, aan de
BIJ: deinen.
overkant van. Den birtisma san
afkati1 zn. advocaat, pleitbezorger.
e tan abrasei fu mi, o go
Te den go na krutu-oso, a afkati
tamara na Ptata. Mijn overe taki gi a man. Als zij naar het
buren vertrekken morgen naar
gerechtsgebouw gaan, pleit de
Nederland (lett: De buren die
advocaat voor de man. ZIE:
wonen aan de overkant van
krutubakra; krutuman. VAN NL:
16

afkati
Sranan Tongo - Nederlands
agra
advocaat.
afu
afkati2 zn. avocado (vrucht).
1) telw. half, de helft. ZIE: nomru.
afkodrei
2) telw. een deel. Baka te den
1) zn. religieuze handelingen die
gronman koti a aleisi, den e
door de christelijke kerken niet
kibri afu fu a padi fu prani
toegestaan zijn; afgoderij. SYN:
baka. Nadat de boeren de rijst
bonu.
geoogst hebben, bewaren zij
2) bnw. afgodisch, wordt
een deel van de padi om die
gebruikt voor mensen die doen
opnieuw in te zaaien.
aan afgoderij. Den sma disi
afu skoinsi een beetje schuin /
afkodrei. Deze mensen doen
scheef. ZIE TREFWOORD: skoinsi.
aan afgoderij.
afu yuru pas, net, niet lang terug
(lett: een deel van een uur). ZIE
afo
TREFWOORD: yuru1.
1) zn. overgrootouder. TEGENH:
afupasi bw. halverwege (m.b.t.
afopikin. ZIE: bigisma. ZIE TABEL
afstanden); niet afgemaakt
BIJ: famiriman.
(m.b.t. voorwerpen). ZIE
2) zn. voorouder. TEGENH:
TREFWOORD: af'pasi.
bakapikin. ZIE: bigisma.
afusensi zn. halve cent. ZIE
afopikin zn. achterkleinkind. ZIE
TREFWOORD: af'sensi.
TABEL BIJ: famiriman.
agama zn. verzamelnaam voor
af'pasi bw. halverwege (m.b.t.
verschillende kleine leguaanafstanden); niet afgemaakt
soorten. ZIE: legwana.
(m.b.t. voorwerpen). Mi no o rei
1) marmerleguaan.
so fara, ma mi kan poti yu
2) mopskopleguaan.
af'pasi. Ik ga niet zo ver, maar
agen bw. weer, nogmaals, nog een
ik kan je halverwege afzetten.
keer, alweer. Mi Gado, mi
Den bow a oso af'pasi, bika den
Masra, luku. Agen den kon poti
no abi moni moro. Ze hebben
mi na tesi. Mijn God, mijn Heer,
het huis niet afgemaakt omdat
kijk eens aan. Ze hebben me
ze geen geld meer hebben.
weer op de proef gesteld. SYN: ete
Afrikakondre zn. Afrika. SYN:
wan leisi; baka4. VAN ENG: again.
nengrekondre.
agersitori zn. gelijkenis, parabel.
afrontu ww. beledigen, kwetsen,
Di Yesus leri den sma, a leri den
krenken. A boi denki tak' a tòf.
nanga agersitori. Toen Jezus de
Dat' meki a e taki sani san e
mensen onderwees, sprak hij in
afrontu Gado nanga libisma. De
gelijkenissen.
jongen denkt dat hij geweldig is.
agida zn. een lange trom met lage
Daarom doet hij uitspraken
toon (Wordt gebruikt in de winti
waarmee hij God en de mensen
godsdienst om geesten op te
beledigt.
roepen). ALG: dron.
af'sensi [af 'sen si] zn. halve cent.
agidya zn. boomstekelvarken. Ook
Odo: Mi na af'sensi. No wan
bekend als dyindyamaka.
sma kan broko mi. Spreekwoord:
a-gi-uma-nen zn. spaanse peper
Ik ben als een halve cent, ik kan
(Wordt zo genoemd om de
niet gedeeld worden. (d.w.z.
lekkere geur die hij verspreidt).
niemand kan me breken)
agra zn. kogel, hagel. Di a buru si
17

agri
Sranan Tongo - Nederlands
ai
a boi e fufuru ini en gron, a sutu
liever: Mi no e sribi ete. Het
en dan den agra panya go ini a
wordt ook figuurlijk gebruikt.
boi skin. Toen de boer zag dat de
2) ww. waakzaam zijn, alert zijn.
jongen op zijn grond aan het
A: I mu de na ai. A man dati
stelen was, schoot hij op hem en
wani kiri yu. B: We, mi de na ai
de hagel verspreidden zich in
tu. A: Je moet waakzaam zijn.
het lichaam van de jongen. A
Die man daar loert op je. B:
ontiman misi a konkoni bika ala
Wel, ik ben ook op mijn hoede.
den agra ini en gon ben kon kba.
de nanga krin ai ww. nuchter
De jager miste de agoeti omdat
zijn. Den man san e tiri a
al zijn kogels op waren. SYN:
kondre mus de nanga krin ai.
De mannen die het land
kugru. ZIE: patron; lai2.
besturen, moeten nuchter zijn.
agri ww. overeenkomen, eens zijn.
A dringi pikin sopi ma en ai
Billiton nanga Suralco agri fu
krin ete. Hij heeft wat alcohol
opo a moni fu den wrokoman.
gebruikt, maar hij is nog
Billiton en Suralco zijn
nuchter.
overeengekomen het loon van
doro na ai ww. onderschatten.
de arbeiders te verhogen. Yu mu
Den ben doro mi na ai. Ma di
sori lespeki gi a President
den si tak' mi sabi a wroko, den
awinsi yu no e agri nanga san a
kisi lespeki gi mi. Ze hadden me
taki. Toon respekt voor de
onderschat. Maar toen ze
president, ook al ben je het niet
zagen dat ik het werk goed
eens met hem.
deed, kregen ze respect voor
agu zn. varken, zwijn.
me.
agumeti zn. varkensvlees. ZIE: meti.
iti wan ai tapu ww. opletten, in
agupen zn. varkenshok.
de gaten houden. Mama, i kan
agutere zn. gezouten varkensiti wan ai tapu den pikin gi mi
staart.
fu den no go na strati? Ma,
aguti zn. goudhaas, Surinaams
kunt u voor me opletten dat die
konijn. Ook bekend als konkoni.
kinderen niet de straat op gaan?
ai1 zn. oog. A smoko meki mi ai lon
watra. De rook deed mijn ogen
SYN: fringi wan ai tapu; ori wan
tranen. ZIE: dor'ai; sker'ai;
ai tapu.
skoins'ai.
nanga krin ai bw. klaar wakker.
ai na ai bw. oog in oog, met
A: I no ben sribi? B: No, mi ben
eigen ogen. Mi e meki ala muiti
de nanga krin ai ete. A: Sliep
fu kon na yu, bika mi angri fu si
je niet? B: Nee, ik was nog
yu ai na ai. Ik doe alle moeite
klaar wakker.
om bij je te komen, want ik
no man si na ai ww. haten, een
verlang ernaar om je met eigen
hekel aan iemand hebben, niet
ogen te zien.
kunnen verdragen. A man disi
de na ai
na wan hoigriman. A taki wi
1) ww. wakker zijn. Wins' yu kon
mus lobi ala sma, ma en srefi
no man si mi na ai. Deze man
te twarfu yuru, mi o de na ai.
Zelfs als je tegen twaalf uur
is een huichelaar. Hij zegt dat
komt, zal ik nog wakker zijn.
we iedereen moeten liefhebben,
maar hijzelf heeft een hekel
GEBRUIK: Meestal zegt men
18

ai

Sranan Tongo - Nederlands
aka
aan mij. Birfrow no man si mi
veelvraat (een marterachtige
na ai srefsrefi. De buurvrouw
roofdier).
wil me helemaal niet
aira2 bnw. gewiekst, gehaaid, zeer
aankijken.
behendig (in negatieve zin). ZIE
ori ai na tapu ww. strak aanTREFWOORD: haira.
kijken. Di mi si taki a ben wani
Aisa zn. godin van de aarde
go ini a tas fu a frow, mi ori ai
(manifesteert zich meestal als
na en tapu. Toen ik zag dat hij
een vrouw). SYN: gronmama. VAR.:
zijn hand in de tas van de
Maisa; Mama Aisa.
vrouw wilde steken, bleef ik
aiti telw. acht. ZIE TABEL BIJ: nomru.
hem strak aankijken.
di fu aiti rangtelw. achtste.
piri ai ww. met grote ogen (aan)aitidei zn. rouwplechtigheid die
kijken. No piri yu ai so gi mi!
wordt gehouden acht dagen na
Kijk me niet met zulke grote
de begrafenis. ZIE: dede-oso.
ogen aan!
aitifi zn. hoektand. SYN: ukutifi;
piri ai gi ww. goed opletten, in
ALG: tifi.
de gaten houden. Efu yu no piri
aitikanti zn. lederschildpad
ai gi a pikin, sani no o waka
(bepaald soort zeeschildpad).
bun nanga en. Als je het kind
Ook bekend als siksikanti. ZIE:
niet in de gaten houdt, zal het
krape.
slecht aflopen met haar.
aititenti telw. tachtig. ZIE TABEL BIJ:
saka yu ai ww. de ogen
nomru.
neerslaan. Te yu e taki nanga
aka1
wan sma, yu no mu saka yu ai.
1) zn. haak, vishaak.
Als je tot iemand praat moet je
2) ww. vasthaken. Aka a doro gi
je ogen niet neerslaan.
mi, noso dyonsro a o naki tapu.
tan na ai ww. wakker blijven,
Zet de deur op de haak, anders
opletten. Wan waktiman mus
slaat hij straks dicht.
kan tan na ai. Een wachter
3) ww. laten struikelen. Di un
moet wakker kunnen blijven.
ben plei bal, espresi André ben
ZIE: wiki2; sribi; de na ai.
aka mi. Bij het voetballen liet
ai2 zn. korrel (van maïs, rijst, enz.).
André me opzettelijk
Luku, a pikin e poti wan ai karu
struikelen. ZIE: misi futu BIJ
ini en noso! Kijk, dat kind stopt
futu.
een korrel maïs in haar neus!
aka ensrefi ww. zich verslikken.
ai3 tw. ja. Anansi taki: Ooo, na dya
Te yu e nyan, yu no mus
mati Dede e libi? A taki: Ai, na
tak'taki. Noso yu kan aka
dya mi e libi. Anansi zei: Ooo,
yusrefi nanga a nyanyan. Als je
dus hier woont de Dood? Hij
eet moet je niet praten, anders
zei: Ja, hier woon ik. ZIE: iya.
kan je je verslikken.
ai4 afkorting. Een samentrekking
tan aka ww. blijven zitten (op
van pers. vnw. 3de pers. enkelv. a
school), niet bevorderd worden
met het aspektpartikel e.
tot de volgende klas. GEBRUIK:
ai buba zn. ooglid.
wordt meestal gebruikt door
ai wiwiri zn. ooghaar, wimper.
jonge mensen. ANT: abra.
aifutu zn. enkel.
aka2 zn. elke soort roofvogel
aira1 zn. aira, zwartbruine
(havik, arend, valk, visarend,
19

akanswari
Sranan Tongo - Nederlands
aladei
enz.).
Akuba
akanswari zn. veelvraat, iemand
1) zn. naam van een vrouw die op
die veel kan eten. SYN: nyanman.
woensdag geboren is. ZIE TABEL
akatiki zn. stok met een haak,
BIJ: deinen.
haakstok. Yu kan leni mi a aka2) zn. de vrouw van Anansi in
tiki? Mi o wai a bakadyari fu mi.
Creoolse volksverhalen.
Mag ik je haakstok lenen? Ik ga
akuba-dyendyen zn. nachtspiegel,
het onkruid in mijn achtertuin
po. SYN: pis'patu.
maaien.
ala
akruderi
1) onbep.vnw. al, alle, alles,
1) zn. overeenkomst. Lanti meki
allemaal. Den pikin nyan ala a
wan akruderi nanga den datra
froktu ini a baki. De kinderen
abra a moni san den mus aksi
hebben alle vruchten uit de bak
den sikisma. De regering en de
opgegeten. ANT: no wan. ZIE:
artsen hebben een overeenalamala.
komst bereikt over het bedrag
2) onbep.vnw. elk(e), ieder(e).
dat van de patiënten gevraagd
Ef' yu abi wan bromkipatu
mag worden. VAR.: kruderi2.
nanga bromki, dan ala dei yu
2) ww. overeenkomen. Den sani
mu poti krin watra. Als je een
san yu e du no e kruderi nanga
vaas met bloemen hebt, moet je
san yu e leri tra sma. De dingen
elke dag het water verversen.
die je doet komen niet overeen
SYN: ibri.
met wat je anderen leert. SYN:
ala dati vw. in feite (geeft aan dat
agri. VAR.: kruderi2.
de situatie anders was dan men
aksi1 zn. bijl. A man kapu a bon
vermoedde). Mi ben krutu nanga
nanga wan aksi. De man hakte
a baas tak' a no stort gi mi, ala
de boom om met een bijl. ZIE:
dati na a bangi meki a fowtu. Ik
ambeiri. VAN ENG: axe.
heb ruzie gemaakt met de baas
aksi2
omdat hij niet voor mij gestort
1) ww. vragen, verzoeken. Ifrow
heeft, maar in feite had de bank
een fout gemaakt. ZIE: ma2.
aksi mi san meki mi kon so lati.
De juffrouw vroeg me waarom
ala fa vw. ondanks. ZIE TREFWOORD:
ik zo laat was. TEGENH: piki1. ZIE:
fa a no fa.
ala gado dei elke dag, door God
taki1. VAN ENG: ask.
2) zn. vraag, verzoeken. San na a
gegeven dag. ZIE TREFWOORD: gado.
aksi fu yu? Wat is je vraag?
ala leisi telkens, elke keer. ZIE
GEBRUIK: Men zegt meestal: San
TREFWOORD: leisi2.
yu wani aksi? Wat wil je
ala sei overal. ZIE TREFWOORD: sei.
ala sma iedereen, allen. ZIE
vragen?
aksi-aksi ww. blijven vragen. Di
TREFWOORD: sma.
un doro ini a birti, un aksi-aksi
ala ten altijd, voortdurend. ZIE
TREFWOORD: ten.
te leki un feni pe Tanta Koba e
ala tu beide, alle twee. ZIE
tan. Toen we in de buurt
TREFWOORD: tu1.
kwamen, bleven we vragen
ala yuru telkens weer. ZIE
totdat we gevonden hadden waar
Tante Koba woont.
TREFWOORD: yuru1.
aladei bnw. alledaags, dagelijks,
20

aladi
Sranan Tongo - Nederlands
Aluku
gewoon. A no wan aladei sani fu
TREFWOORD: alatakaka-pepre.
go na President oso. Het
alatasneki zn. bepaald soort slang.
presidentieel paleis bezoeken is
Ook bekend als alataman.
geen alledaagse gebeurtenis.
alatria zn. vermicelli.
aladi vw. hoewel, ondanks. Aladi
sneisi-alatria zn. Chinese
mi bari a pikin, toku a lon go na
vermicelli. Een snel kokende
strati. Hoewel ik het kind
vermicelli die gebruikt wordt in
gewaarschuwd heb, is het toch
minsoep. Wordt ook klaarde straat opgegaan.
gemaakt met garnalen, enz.
alakondre bnw. niet van een soort,
aleisi zn. rijst. Wordt gebruikt bij
gemengd. A ben weri wan moi
gerechten zoals anitriberi,
alakondre empi na a fesa. Hij
kronto-aleisi, en moksi-aleisi.
had een mooi bontgekleurd
wan ai aleisi zn. rijstkorrel.
hemd aan op het feest. Birfrow
aleisigron zn. rijstveld.
tyari wan alakondre boketi gi mi
aleisimiri zn. rijstmolen.
tapu mi friyaridei. Buurvrouw
aleisimiti zn. mijt die gevonden
bracht mij een boeket van
wordt in rijst en rijstprodukten.
allerlei soorten bloemen op mijn
aleisisaka zn. rijstzak.
verjaardag.
alen zn. regen. Alen e fadon. Het
alamala onbep.vnw. allemaal,
regent. (lett: De regen valt.) A
iedereen, allen, alles. Un alaalen wai pikinso. Het regent
mala o go tide na foto. We gaan
niet zo hard meer. SPEC: sibibusi.
vandaag allemaal naar de stad.
fin'fini alen zn. lichte regen,
alanya zn. citrussoort, zuuroranje.
motregen. A alen ben e fin'fini
tide mamanten. Het
ZIE: apresina; korsow-alanya;
motregende vanmorgen. ALG:
lemki; ponpon1; strun;
alen.
swa-alanya.
alen-aka zn. lachvalk.
alanyatiki zn. takje van een zuuralenbaki zn. regenbak, watervat
oranjeboom. (Werd vroeger in
(alles dat gebruikt wordt om
de mond gehouden voor een
regenwater op te vangen of op te
frisse adem).
slaan).
alape bw. overal. Alape yu e go,
alenbari zn. regenvat, regenton.
yu e feni konkruman. Waar je
alenbo zn. regenboog.
ook gaat, kom je verraders
alendyakti zn. regenjas, regentegen. GEBRUIK: Alape wordt
mantel.
meestal gebruikt voorin in een
alenten zn. regentijd. Er is een
ondergeschikt deel van een zin.
grote regentijd met grote regenZIE: ala sei.
val, bigi alenten, van half april
alata zn. verzamelnaam voor
tot half juli en een kleine regenverschillende rat- en stekelrattijd met geringe regenval, pikin
soorten.
alenten, van eind november tot
alatakaka-pepre zn. Spaanse
half februari. TEGENH: dreiten.
peper (zo genoemd omdat het de
alenwatra zn. regenwater.
vorm en grootte heeft van
altari zn. altaar. GEBRUIK: kerktaal.
rattedrek). VAR.: alatapepre.
alatapasi zn. smal paadje.
Aluku zn. Bosnegerstam wonende
alatapepre zn. spaanse peper. ZIE
langs de Lawarivier. Ook
21

alwasi
Sranan Tongo - Nederlands
anga
bekend als de Boninegers.
amsoi zn. een bittere bladgroente.
alwasi vw. wat dan ook, wat er ook
Anana zn. naam van de oppergebeurt. ZIE TREFWOORD: awinsi.
godheid in de winti religie.
amaka zn. hangmat.
Anansi1 zn. hoofdfiguur in
amalan zn. gezouten Chinese
Creoolse volksverhalen die
pruim (lekkernij).
bekend is om zijn slimheid.
amandra1 zn. amandelen,
anansi2 zn. spin.
tonsillen.
kisi anansi ww. een slapend
been of arm. Di mi wiki, mi no
amandra2
ben man opo bika mi futu ben
1) zn. vrucht van de Surinaamse
kisi anansi. Toen ik wakker
amandelboom.
werd kon ik niet opstaan omdat
2) zn. amandel (zoals bekend in
ik een slapend been had.
Europa en Noord Amerika).
GEBRUIK: Sommige mensen
amandrabon zn. Surinaamse
zeggen kisi anansititei.
amandelboom.
anansi-oso zn. een zak gemaakt
Amba zn. naam van een vrouw die
van spinrag waarin een spin
op zaterdag geboren is. ZIE TABEL
eieren legt of meedraagd.
BIJ: deinen.
anansititei zn. spinsel, spinneweb,
ambegi ww. aanbidden. GEBRUIK:
spinrag.
kerktaal. SYN: begi2. VAN NL:
anansitori
aanbidden.
1) zn. fabels over de spin Anansi.
ambeiri zn. handbijl. Mi tnapu
Tide neti omu o kon na oso fu
luku fa a man e kapu sowt'meti
kon gi unu anansitori. Vannanga wan srapu ambeiri. Ik
stond te kijken hoe de man met
avond komt oom thuis om ons
een scherpe handbijl het zoutfabels over de spin te
vlees kapte. ZIE: aksi1. VAN NL:
vertellen.
handbijl.
2) zn. ongeloofwaardig verhaal,
ambra zn. hamer. VAR.: amra.
sprookje. SYN: leitori.
ambrabasi zn. voorzitter. VAR.:
anbegi ww. aanbidden (variant van
amrabasi.
ambegi).
Amerkan
anga1
1) zn. iemand uit de Verenigde
1) ww. hangen. Luku a boi san e
Staten van Amerika,
anga ini a bon dape. Kijk die
Amerikaan.
jongen daar in de boom
2) bnw. Amerikaanse.
hangen.
Amerkan ten zn. tijdens de 2de
2) ww. ophangen. Milka anga
Wereld Oorlog toen er veel
den krosi na doro meki den kan
Amerikaanse militairen waren
drei ini a son. Milka heeft de
in Suriname.
kleren buiten opgehangen
Amerkankondre zn. Verenigde
zodat ze in de zon kunnen
Staten van Amerika.
drogen.
ameti zn. ham. ZIE: meti.
3) ww. leunen. Di a pikin kon
weri, a anga tapu en mama
amra zn. hamer (variant van
bowtu. Toen het kind moe
ambra).
werd, leunde het aan haar
amrabasi zn. voorzitter (variant
moeders schoot.
van ambrabasi).
22

anga
Sranan Tongo - Nederlands
ankra
4) ww. ergens uithangen, ergens
angri1
rondhangen. A pikin dati lobi
1) zn. honger. Angri e kiri mi. Ik
anga na gudu sma. Dat kind
heb honger.
hangt vaak rond bij rijke
2) zn. hongersnood. Angri de ini
mensen.
a kondre. Er heerst hongers5) ww. bedriegen, beetnemen,
nood in het land.
oplichten. A man anga mi
angri2
nanga a moni. De man heeft
1) ww. verlangen. Mi e angri fu si
mij afgezet. SYN: bedrigi.
yu. Ik verlang ernaar je te zien.
anga go na wan sei ww. op zij
SYN: bakru.
of scheef hangen, overhellen.
2) zn. verlangen. Mi no wani bai
Fu di a fundamenti no meki
a baisigri moro. A angri gwe.
bun, meki a oso e anga go na
Ik wil de fiets niet meer kopen.
wan sei. Omdat het fundament
Ik verlang er niet meer naar.
niet goed gelegd was, helt het
ZIE: lostu.
huis over. ZIE: kanti.
angribere zn. lege maag, honger.
anga2 ZIE TREFWOORD: nanga.
Mi go sribi nanga angribere
1) vw. en.
bika brede no ben de. Ik ging
2) vz. met, samen met.
met een lege maag naar bed
anga-anga
omdat er geen brood was.
1) bw. lusteloos. Fa mi skin firi
angriten zn. hongersnood.
so anga-anga tide? Luku bun
Angriten kon ini a kondre fu di
wan griep e freiri mi? Waarom
wan bigi alen pori ala a
voel ik me zo lusteloos
nyanyan. Er ontstond hongersvandaag? Zou het kunnen dat ik
nood in het land, omdat zware
de griep te pakken heb? VAN NL:
regens de oogst vernietigd
hangerig.
hadden. ZIE: angri2.
2) ww. hangerig zijn. Te yu si a
Anitri
boi disi fu mi e anga-anga so
1) zn. lid van de Evangelische
na mi skin, dan a no firi switi.
Broedergemeente (EBG),
Als je deze jongen van me zo
Hernhutter.
aan me ziet hangen, dan weet
2) bnw. behorend bij de EBG. Mi
je dat hij zich niet lekker voelt.
m'ma ben seni mi go na wan
3) ww. hier en daar ophangen. Mi
Anitri skoro bika mi p'pa na
no lobi te krosi e anga-anga ini
wan Anitri. Mijn moeder
a kamra. Ik hou er niet van
stuurde mij naar een EBG
wanneer er overal in de kamer
school omdat mijn vader EBG
kleren hangen.
lid is.
angalampu zn. hibiscus. Sieranitriberi zn. witte rijst gekookt
heester met hangende rode
met kokosmelk, olie en
bloemen.
bakkeljauw, enz. ZIE: aleisi;
angatitei zn. slingerplant.
moksi-aleisi.
angisa ZIE TREFWOORD: anyisa.
Anitrikerki zn. Evangelische
1) zn. hoofddoek.
Broedergemeente (EBG).
2) zn. stuk stof waarmee men de
ankra
hoofddoek maakt.
1) zn. anker.
angorki zn. augurk.
2) ww. vastzetten, vastmaken,
23

antruwa
Sranan Tongo - Nederlands
apra
(ver)ankeren (bij boten,
mensen die meedoen aan het
korjalen of schepen). No fergiti
kasgeld. ZIE: kasmoni.
fu ankra a boto fosi yu kon na
anyisa
syoro. Als je aan wal komt,
1) zn. hoofddoek (deze wordt op
vergeet dan niet om de boot
verschillende manieren
vast te leggen.
gevouwen, zoals: lont'ede,
3) ww. blijven. M'o ankra dyaso,
otobaka, let-dem-tok, pawtere).
yèrè! Ik blijf hier, hoor!
A wiki fu maspasi den umasma
GEBRUIK: Straattaal. Ze zeggen
lobi weri anyisa. In de week
ook tan ankra. ANT: lusu.
waarin de emancipatiedag valt,
antruwa zn. groentesoort, de
dragen de vrouwen graag een
lichtgroene vruchten zijn rond
hoofddoek. SPEC: feida; lont'ede;
en bitter.
low-ede; prois'ede; tai-ede. ZIE:
anu1
musu2.
1) zn. arm (lichaamsdeel). ZIE:
2) zn. stuk stof waarmee men de
bak'anu; powa.
hoofddoek maakt; wordt ook
2) zn. hand. ZIE: finga; ini-anu.
gebruikt als versiering en als
3) zn. handjevol. Tide mi no bori
souvenir.
furu aleisi, kande wan anu so.
anyumara zn. vissoort.
Vandaag heb ik niet veel rijst
aparti bw. speciaal, apart. Mi taki
gekookt, ongeveer een
aparti nanga a basi bika mi no
handjevol.
ben wani fu den tra wrokoman
4) zn. hand, kam (van bacove,
yere. Ik heb met de baas apart
kookbanaan). Gi mi wan anu
gesproken omdat ik niet wilde
bakba. Geef me een hand
dat de andere arbeiders het
bacoven. ZIE: finga.
hoorden.
aparti fasi bw. bijzonder, op een
klapu ini den anu ww. in de
speciaal manier. A kopro fu a
handen klappen. Te den e ori
masyin ben e brenki wan aparti
kerki, den e singi èn den e
fasi. Het koper van de machine
klapu ini den anu. Als ze een
blonk prachtig.
kerkdienst houden, zingen ze en
poti aparti ww. apart zetten.
klappen ze in de handen.
Den preti fu ala den pikin ben
yepi wan anu ww. een handje
de tapu tafra. Ma mama ben
helpen. A tafra disi hebi. Yu
poti a preti fu p'pa aparti ini
kan yepi mi wan anu? Deze
wan uku. Den borden van de
tafel is zwaar. Kun je me een
kinderen stonden op tafel, maar
handje helpen? SYN: gi wan
moeder had het bord van vader
anu.
apart in een hoek gezet.
anu2
apinti zn. een ronde drum
1) zn. bedrag dat uitbetaald wordt
ongeveer 30 tot 70 cm lang
bij kasgeld. Mi kisi a tweede
(Werd vroeger gebruikt om
anu. Ik heb de tweede
berichten van dorp tot dorp te
uitbetaling gekregen (d.w.z. de
verspreiden). ALG: dron.
tweede uitgifte van het
apra
kasgeld).
1) zn. algemene aanduiding voor
2) zn. geld dat maandelijks
gestort moet worden door
alle soorten appels.
24

aprabakba
Sranan Tongo - Nederlands
ati
vertellen wat de spreker daar
2) zn. Curaçaose appel. Is wit,
gezegd heeft. GEBRUIK: wordt
roze of rood en is ongeveer 5
cm lang. Ook bekend als
soms gebruikt als aanspreekkorsow-apra.
vorm in een toespraak.
3) zn. Surinaamse sterappel. Ook
Arwaka
bekend als sterapra.
1) zn. Indiaan uit de stam der
aprabakba zn. een kleine, dikke,
Arowaken.
zoete soort bacove. ZIE: bakba.
2) bnw. Arowaks.
aprabon zn. appelboom.
Arwakatongo zn. Arowaks (taal).
apresina zn. sinaasappel. ZIE:
asaw zn. olifant. A man disi bigi
alanya; strun; ponpon1; lemki.
leki asaw. Deze man is zo groot
apteiki zn. apotheek. VAN NL:
als een olifant.
apotheek.
asege
apuku zn. geest die gerekend word
1) zn. kever.
tot de bosgeesten.
2) zn. actaeon kever.
Arabiri
asema zn. vampier.
1) zn. Arabier.
asi
2) zn. iemand afkomstig uit het
1) zn. paard.
Midden-Oosten.
2) zn. in de winti religie duidt het
arakaka
een specifiek persoon aan waar1) zn. modderschildpad.
door de winti zich openbaart.
2) zn. moerasschildpad. Ook
asin zn. azijn.
bekend als peni-ede arakaka.
poti tapu asin op azijn zetten. Je
arki
kan manja, birambi, appel,
komkommer, amandel, enz. in
1) ww. luisteren. Ala neti mi e
azijn laten trekken. Deze
arki nyunsu na radio. Elke
ingelegde vruchten noemt men
avond luister ik naar het
swasani (zuurgoed).
nieuws op de radio. Arki bun!
asipen zn. paardestal.
Luister goed! ZIE: yere1. VAN
asisi zn. as (verbrandingsproduct).
ENG: harken.
Fosten den sma ben lobi wasi
2) ww. gehoorzamen (d.w.z.
den mofo nanga asisi. Vroeger
luisteren en ook doen wat er
poetsten de mensen hun tanden
gezegd wordt). Yu mus arki yu
met as. ZIE: krofaya.
m'ma te a e taki nanga yu. Je
moet naar je moeder luisteren
asiwagi zn. paardenrijtuig,
als ze tot je spreekt. Mi ben
paardenwagen.
bari yu, ma yu no arki mi. Ik
asranti bnw. brutaal, vrijpostig. Mi
heb je gewaarschuwd, maar je
no e go taigi a meisje dati. I sabi
hebt me niet gehoorzaamd
fa en mofo asranti! Ik zal het
(m.a.w. je heb niet naar me
niet tegen dat meisje zeggen. Je
geluisterd).
weet toch hoe brutaal ze is! SYN:
arkiman zn. luisteraar. Yu e plei
kaksi. VAR.: sranti.
bigi arkiman, ma yu no man
ati1
taigi mi not'noti fu san a
1) zn. hart.
boskopuman taki dape. Je doet
2) zn. lef, hart. Mi no abi ati fu
alsof je goed geluisterd hebt,
kiri wan sma. Ik heb het hart
maar je kan me niet eens
niet om iemand te doden.
25

ati
Sranan Tongo - Nederlands
awara
taki a pikin no e kon na foto. De
3) zn. harde plekjes in een
moeder gaf de moed op toen
bacove (banaan). Den bakba fu
het kind niet naar de stad
mi switi, den no abi ati. Mijn
kwam. SYN: lasi howpu.
bacoven zijn lekker; ze hebben
geen harde plekjes.
ori na ati ww. een wrok tegen
ati bron ww. boos zijn, kwaad
iemand koesteren. A frow ori en
zijn. Mi ati e bron nanga a boi,
masra na ati fu di a waka gi en.
bika a no e yere san mi e taigi
De vrouw koestert een wrok
en. Ik ben boos op die jongen
tegen haar man omdat hij
want hij gehoorzaamt mij niet.
ontrouw was. ZIE: fasi3.
teki na ati iets ter harte nemen.
ZIE: mandi.
Di datra warskow en tak' a mus
ati de na dyompo ww. zenuwtapu nanga smoko, a teki en na
achtig, nerveus of angstig zijn.
ati. Toen de dokter hem
Ala leisi te mi umapikin e go na
gewaarschuwd had om te
strati nanga brom, mi ati de na
stoppen met roken, nam hij het
dyompo. Elke keer wanneer
ter harte.
mijn dochter met de bromfiets
ati2 zn. hoed (algemeen woord).
de straat opgaat, ben ik zenuwachtig. SYN: dyompo-ati. ZIE:
ZIE: musu2; anyisa. VAN ENG: hat.
ati3 ZIE TREFWOORD: hati2.
senwe.
ati sidon bnw. gerustgesteld,
1) ww. pijn doen.
2) ww. spijten, kwetsen, pijn
tevreden. Now di mi kisi a
doen (in figuurlijke zin).
skoropapira, mi ati sidon. Nu
3) ww. spijten.
ik mijn diploma heb behaald,
atibron zn. woede, ruzie, wraak,
ben ik er gerust op.
toorn. No tyari yu atibron kon
broko ati ww. diep teleurgesteld
dya. Kowru yu ati fosi. Kom niet
zijn. Di mi yere san a boi fu mi
hier als je zo boos bent. Bedaar
du, a broko mi ati. Toen ik
eerst! Odo: Atibron no e meki
hoorde wat mijn zoon gedaan
bun pikin. Spreekwoord: Ruzie
had, was ik diep teleurgesteld.
heeft kwade gevolgen (lett:
go na ati ww. tevreden zijn over
maakt geen goede kinderen). ZIE:
iets. Di mi yere tak' den srudati
go baka na kampu, a go na mi
ati bron BIJ ati1.
ati. Toen ik hoorde dat de
kuku fu atibron ww. koken van
soldaten terug naar het kamp
woede.
waren, deed me dat goed.
puru atibron tapu ww. de
kowru ati ww. bedaren, tot rust
woede koelen. Baka di a m'ma
komen of brengen. No tyari yu
bari a boi, a boi puru en
atibron kon dya. Kowru yu ati
atibron tapu a dagu. Nadat de
fosi. Kom niet hier als je zo
moeder de jongen berispt had,
boos bent. Bedaar eerst!
koelde hij zijn woede op de
lasi ati ww. de moed opgeven,
hond.
wanhopen. Di den srudati si
ati-oso ZIE TREFWOORD: at'oso.
den kapten fadon, den lasi ati.
at'oso [at 'o∙ so] zn. ziekenhuis.
Toen de soldaten zagen dat hun
awansi vw. al, ook in geval, ook
kapitein sneuvelde, gaven ze de
al. ZIE TREFWOORD: awinsi.
moed op. A m'ma las' ati di a si
awara zn. vrucht van de awara26

awarabon
Sranan Tongo - Nederlands
babaw
palm (Is geel of oranjeachtig).
acht uur op me. Zelfs al ben ik
Andere palmvruchten zijn: obe,
er nog niet, jullie moeten op me
maripa, pramaka, kumbu,
blijven wachten. VAR.: winsi2;
keskesmaka, bugrumaka, morisi,
awansi; alwasi.
bambam-maka, kronto.
awinsi fa vw. hoewel, ondanks
awarabon zn. palmsoort. ZIE:
dat. Awinsi fa mi bari a meisje,
toku a teki waka nanga a boi.
palmbon.
Hoewel ik dat meisje gewaarawari zn. gewone buidelrat. Naast
schuwd heb, gaat ze toch met
de gewone buidelrat vind men in
die jongen om. VAR.: fa a no fa.
Suriname ook andere soorten,
o.a. de muisopossum, of busiawinsi san vw. hoe dan ook, wat
moismoisi, de vier-oog opossum,
er ook gebeurt. Den e pori a
of fo-ai-awari, de bruine
pikin. Awinsi san a wani, den e
opossum, of froktu-awari, de
gi en. Ze verwennen het kind.
kortstaart opossum, of
Wat het ook wil, ze geven het
moismoisi-awari, en de water
haar. Mi no mus si a man na ai.
opossum, of watra-awari.
Efu mi si en, mi o kiri en,
awaridomri zn. huichelaar,
awinsi san. Ik moet die man
schijnheilige, een vos die de
niet tegenkomen. Als ik hem
passie preekt. ZIE: hoigriman.
zie, vermoord ik hem, hoe dan
ook.
awinsi vw. al, ook al. Un wakti mi
ayun zn. ui.
aiti yuru. Awinsi mi no doro ete,
un mu tan wakti mi. Wacht tegen

B - b
Ba1 aanspr.vorm. meneer. Opa
ferteri unu wan tori fa Anansi
ben rei Ba Tigri. Opa vertelde
ons een verhaal over hoe Anansi
Meneer Tijger bereed. GEBRUIK:
Een aanspreektitel die meestal in
volksverhalen wordt gebruikt.
Afkomstig van brada. ZIE: Sa1;
Ma1; Tata; Pa. ZIE TABEL BIJ:
famiriman.
ba2 tw. om aandacht te trekken, of
iets te versterken. ZIE TREFWOORD:
baya.
baba
1) ww. kwijlen. Te pikin-nengre e
kisi tifi, den e baba furu. Als
kinderen tanden krijgen,
kwijlen ze erg.
2) zn. kwijl, speeksel, spuug. Mi
no wani dringi ini wan grasi

nanga yu bika mi no wani
dringi yu baba. Ik wil niet
samen met jou uit een glas
drinken, omdat ik je speeksel
niet wil drinken.
babari zn. kabaal, lawaai,
geschreeuw, ophef. Man, mi no
man sribi. Heri neti den e meki
babari. Mens, ik kan niet slapen.
De hele nacht maken ze kabaal.
ZIE: tiri1; safri. VAR.: b'bari;
bar'bari.
babatiki zn. bijtring, kauwstokje
voor kleine kinderen.
babaw
1) bnw. stom, niet kunnen
spreken. Sma di babaw no man
taki. Mensen die stom zijn kan
niet spreken.
2) bnw. dom, suf (wat verstand
27

babawman
Sranan Tongo - Nederlands
baka
betreft). N.B. babaw heeft meer
bagasi
te doen met verstand terwijl
1) zn. bagage. ZIE: kofru.
bobo te doen heeft met iemands
2) zn. spullen. Go teki den bagasi
gedrag. ZIE: bobo.
fu yu kon, dan yu kon tan nanga
mi. Ga je spullen halen en kom
3) bnw. sprakeloos, van
bij me logeren. ZIE: bongro;
verbazing niet kunnen spreken.
taitai; pototo.
Di mi yere a moni di mi wini,
bai ww. kopen, aanschaffen. Mi e
mi babaw. Toen ik het bedrag
go bai gruntu na wowoyo. Ik ga
hoorde dat ik gewonnen had,
bladgroenten op de markt
was ik sprakeloos.
kopen. VAN ENG: buy.
4) ww. suffen, verbluft zijn. Yu e
sidon e babaw. Wat zit je daar
baiman zn. koper, consument.
te suffen? A boi tnapu e babaw
baisigri zn. fiets. VAN ENG: bicycle.
luku fa den e sutu a finpeiri. De
baka1 zn. rug. Mi baka e hati mi!
jongen staat verbluft toe te
Mijn rug doet me zeer! VAN ENG:
kijken hoe men vuurwerk
back.
afschiet.
broko yu baka ww. in moeilijkbabawman
heden komen. Luku bun nanga
1) zn. iemand die niet kan
ala yu mati. Yu o broko yu
baka. Wees voorzichtig met al
spreken, stomme.
2) zn. sufferd.
je vrienden. Je kunt in
babun1 zn. rode brulaap. ZIE:
moeilijkheden komen.
drai baka gi ww. iets of iemand
monki.
de rug toekeren. Hermien drai
babun2 zn. Hindoestaanse man.
Den meki wan stonpopki fu
en baka gi Lenie. A no e taki
memre babun nanga mai. Ze
nanga en moro. Hermien heeft
hebben een standbeeld gemaakt
Lenie de rug toegekeerd. Zij
om de Hindoestaanse
praat niet meer met haar.
immigranten (mannen en
hari baka ww. liggen, uitrusten.
vrouwen) te herdenken. GEBRUIK:
Mi weri, baya! Mi e go hari mi
baka pikinso. Ik ben moe! Ik ga
Is een denigrerende term. SYN:
er even bij liggen (lett: mijn
kuliman. ZIE: mai2.
rug strekken). ZIE: sribi; didon;
babun-aka zn. moerasbuizerd.
bro.
babun-nefi1 zn. sikkel.
ori baka ww. ondersteunen. A
babun-nefi2 zn. grassoort met
ben tranga fu meki a president
scherpe randen.
saka bika furu sma ben ori
babun-noto zn. bepaald soort
baka gi en. Het was moeilijk de
liaan. ZIE: noto.
president af te zetten omdat
babywagi zn. kinderwagen.
velen hem ondersteunden.
bada ww. zich druk of bezorgd
baka2
maken, zich storen aan, ergeren.
Mi n'e bada misrefi nanga a
1) ww. bakken (in een pan). Fosi
yu stofu a fowru, yu mu baka en
pikin tide. Ik maak me vandaag
pikinso. Voordat je de kip
niet druk over dat kind. Libi en,
no bada. Laat maar. Maak je
stooft, moet je hem eerst een
niet druk. SYN: span; weri2. ZIE:
beetje aanbraden. SYN: brai. ZIE:
krasi-ede; bisi1.
bori; stofu; brabakoto; smuru1;
28

baka
Sranan Tongo - Nederlands
baka dati
skreki2.
achtergehouden.
2) ww. bakken (in een oven),
2) ww. tegenhouden, weerbraden. Pon nanga boyo yu e
houden. Yu mus du ala muiti fu
baka tu nanga afu yuru fosi a
doro a marki. No meki no wan
gari. Pom en boyo moet je twee
sani ori yu na baka. Je moet
en een half uur bakken voor ze
alle moeite doen om het doel te
gaar zijn. SYN: losi.
bereiken. Laat niets je ervan
baka3
weerhouden.
tan na baka ww. achterblijven.
1) vz. achter. Fu di sukru kon
pina ini a kondre, meki den
Efu yu no meki muiti, yu o tan
sneisi e kibri en baka a
na baka. Als je niet beter je
tonbangi. Omdat suiker schaars
best doet, zal je achter blijven.
is in het land, houden de
baka4
Chinese winkeliers het achter
1) bw. wederom, weer, nog een
de toonbank. ANT: fesi2. ZIE:
keer, opnieuw. Efu yu e naki a
boi baka, mi o fon yu. Als jij
bakasei.
die jongen nog een keer slaat,
2) vz. na. I mu kon baka fo yuru.
rammel ik je door elkaar. SYN:
Je moet na vier uur komen. ANT:
bifosi.
ete wan leisi; agen.
de na baka ww. achter zijn. Mi
2) bw. terug. Efu yu naki mi, mi o
de na baka nanga mi wroko. Ik
naki yu baka. Als je me slaat,
ben achter met mijn werk.
sla ik je terug.
go baka ww. teruggaan. Fa a boi
baka5 ww. goed boeren, goed
psa en p'pa mofo, a ben syen fu
verdienen. Den man e baka na
go baka na oso. Omdat de
Holland. In Holland verdienen
jongen gedaan had wat zijn
ze goed.
vader hem verboden had,
baka agen bw. wederom, alweer.
schaamde hij zich om terug
A no esde mi gi yu wan batra
naar huis te gaan. ANT: kon
oli? Dan tide yu kon teki wan tra
wan baka agen. Heb ik je niet
baka.
gisteren een fles olie gegeven?
go na baka ww. achteruitgaan.
En vandaag kom je al weer
Sensi di en mama dede, a pikin
terug om er nog één te halen.
go na baka na skoro. Sinds
GEBRUIK: het gebruik van deze
haar moeder overleden is, is het
twee synoniemen samen duidt
kind achteruit gegaan op
ergernis of verveeldheid aan.
school. ANT: go na fesi. VAR.: go
nanga baka.
baka dati vw. daarna. Esde a
libi na baka ww. achterlaten. Te
triki-isri koti faya. Baka dati a
a dot'wagi e psa, a e libi wan
no wani hati moro. Gisteren
tingi smeri na baka. Als de
heeft het strijkijzer gevonkt.
vuilniswagen voorbij is, laat hij
Daarna werd het niet meer heet.
een stank achter.
Hesdie kon leki fosiwan. Baka
ori na baka
dati Ernie doro. Yu na a di fu
1) ww. achterhouden. A no gi mi
dri sma di kon tide. Hesdie
kwam als eerste. Daarna kwam
ala a moni. A ori afu na baka.
Ernie. Jij komt vandaag als
Hij heeft mij niet al het geld
derde. ZIE: dan.
gegeven. Hij heeft een deel
29

baka di
Sranan Tongo - Nederlands
bakaman
baka di vw. nadat. Baka di mi
2) zn. billen, zitvlak, achterwerk.
kmopo fu wroko, alen kon.
SYN: bakadyari.
Nadat ik van het werk was
bakadina zn. middag (tussen
gekomen, begon het te regenen.
15:00u en 18:00u). N.B. wordt
baka-anu zn. elleboog. ZIE
soms uitgesproken als bakad'na.
TREFWOORD: bak'anu.
ZIE TABEL BIJ: dei.
baka-ati zn. rugpijn. ZIE TREFWOORD:
bakadoro zn. achterdeur. TEGENH:
bak'ati.
fes'doro.
bakabaka
bakadyari
1) bw. stiekem. Michael no ben
1) zn. achtererf, achtertuin.
wani hori friyari-oso, ma baka2) zn. eufemisme voor billen.
SYN: bakadan.
baka un seti ala sani fu meki
baka-ede zn. achterhoofd.
prisiri nanga en. Michael wilde
bakafensre zn. achtervenster. ZIE:
geen feest op zijn verjaardag,
fensre.
maar we hebben stiekem alles
bakafinga1
geregeld om het met hem te
vieren.
1) zn. steekpenning of extraatje.
2) bw. achter iemands rug. Son
Efu yu wani fu den yepi yu gaw,
sma te den de nanga yu den e
dan yu mu gi den wan bakalafu nanga yu, ma bakabaka
finga. Als je gauw geholpen
den e krutu yu. Sommige
wil worden, moet je steekmensen lachen tegen je als ze
penningen geven. ZIE: tyuku.
bij je zijn, maar achter je rug
2) zn. bijbaantje, bijverdienste. A
schelden ze je uit.
man disi e wroko gi lanti, ma a
3) bw. achteraf, nadien, later. Mi
abi wan pikin bakafinga e du.
denki tak' mi ben bai wan bun
Deze man werkt voor de
sani, ma bakabaka mi si tak' mi
overheid, maar hij heeft ook
bai puspusi ini saka. Ik dacht
een bijbaantje.
dat ik iets goeds gekocht had,
bakafinga2 bw. een stijl om het
naar later bleek dat het een
haar te vlechten.
miskoop was (lett: dat ik een
bakafutu
kat in de zak gekocht had).
1) zn. hiel. SYN: baka-iri.
bakabana zn. gebakken kook2) zn. achterpoot (van een dier).
banaan.
Yu don moro wan kaw
bakabini
bakafutu. Gezegde: Je bent
1) zn. achterbuurt. SYN: bakabirti.
dommer dan de achterpoot van
een koe.
2) zn. ver afgelegen gebied. ZIE:
bakafutu-titei zn. achillespees.
boiti1.
VAR.: bakatitei2.
bakabirti zn. achterbuurt. SYN:
baka-iri zn. hiel. SYN: bakafutu.
bakabini.
bakabonyo zn. ruggegraat.
VAR.: iri.
bakabreki zn. tijd tussen 13:00u
bakaman
en 16:00u (lett: na breektijd). ZIE
1) zn. aanhanger, lid, nakomer,
volgeling, volger. Den
TABEL BIJ: dei.
bakadan
bakaman fu a kerki disi no e
1) zn. dijk die achter een dorp of
meki spotu nanga den bribi. De
nederzetting loopt.
leden van deze gemeente
30

bakaneki
Sranan Tongo - Nederlands
bakra
spotten niet met hun geloof.
gescored.
bakatitei2 zn. achillespees. ZIE
2) zn. adviseur, helper. Efu den
TREFWOORD: bakafutu-titei.
bakaman fu a presidenti no
bakawan zn. achterste, laatste.
bun, dan a no man seti a
Bigisma taki tak' te tigri e onti, a
kondre bun. Als de adviseurs
e libi den fosiwan dan a grabu a
van de president niet goed zijn,
bakawan. De ouderen zeggen
kan hij het land niet goed
dat wanneer de tijger op jacht is,
besturen. SYN: raiman.
laat hij de voorste dieren
3) zn. spion. Ala sei den feyanti
passeren en grijpt de laatste.
abi bakaman. Overal hebben
de vijanden hun spionnen. ZIE:
ANT: fesiwan.
konkruman.
bakawowoyo het erf aan de
bakaneki zn. nek.
achterkant van de centrale markt
bakanen zn. achternaam,
in Paramaribo. ZIE TREFWOORD:
familienaam. ZIE: nen.
wowoyo.
bak'anu [bak 'a∙ nu] zn. elleboog.
bakayari zn. de tijd na
nieuwjaarsdag. TEGENH: mofoyari.
ZIE: anu1.
bakapasi zn. achterweg, sluipweg.
bakayesi zn. plaats achter het oor.
bakapikin zn. nakomeling. TEGENH:
bakba zn. bacove (SN), banaan.
afo.
SPEC: aprabakba; banabakba;
bakasei
ingibakba; pikinmisi-finga
1) zn. achterin, achterop, achterbakba; sukrubakba. ZIE: bana.
kant. Den pikin e prei na
bakba wenkri zn. duid een
rommel of wanorde aan. Boi, i
bakasei. De kinderen spelen
achterop (het erf). ANT: fes'sei.
no kan kon olati yu wani na
wroko. Dya a no wan bakba
2) bnw. achterste. Te yu e kon
wenkri. Jongen, je kunt niet aan
luku mi, yu mu kon na a
het werk komen wanneer je
bakasei oso. Als je bij mij op
maar wilt. Het is hier geen
bezoek komt, moet je bij dat
janboel. (In het Surinaams
achterste huis zijn.
Nederlands zeggen ze bakove3) zn. billen. SYN: gogo.
winkel).
en bakasei teki faya uit de
baki zn. houten bak. Tomati kon
gratie vallen. SYN: en dyakti teki
bunkopu. Den e seri feifi golu
faya.
wan baki. Tomaten zijn goedbakaten bw. later, nadien, erna. Yu
koop geworden. Eén bak kost
no mus pori a pikin tumsi.
maar vijf gulden. ZIE: kisi1.
Bakaten yu no o man nanga en.
Je moet het kind niet te veel
bakra
verwennen. Later zal je hem
1) zn. iemand van Nederlandse
niet meer aankunnen.
afkomst.
bak'ati [bak 'a∙ ti] zn. rugpijn.
2) zn. een blanke.
bakatifi zn. kies. ALG: tifi.
3) zn. hoge ambtenaar, machtbakatitei1 zn. achterhoede,
hebber (b.v. politie, rechter).
defensie. A bakatitei ben swaki,
No tyari mi go na bakra anu!
dat' meki someni bal lai. De
Breng me niet naar de hoge
achterhoede was zwak, daarom
ambtenaren. Den bigi bakra fu
zijn er zoveel doelpunten
kondre. De hoge pieten van het
31

bakrakawfrei
Sranan Tongo - Nederlands
banabeki
land. GEBRUIK: Uit de koloniale
van de bolletrieboom om
rubber te maken.
tijd, toen de blanken de meeste
balataman zn. rubbertapper.
hoge posities in het land
baleta
bekleedden. Het wekt negatieve
1) zn. bullepees.
gevoelens op. ZIE: lantiman.
2) ww. iemand met een bullepees
bakra fasi bw. op zijn Hollands.
slaan. Den skowtu balata den
Un o du en tapu un eigi fasi,
fufuruman. De agenten hebben
noso tapu bakra fasi? Doen we
de dieven met de bullepees
het op onze eigen manier, of op
geslagen. VAR.: balata2.
zijn Hollands?
bambam-maka zn. palmsoort. ZIE:
bakrakawfrei zn. witte daasvlieg.
palmbon.
bakrakondre zn. Nederland, maar
bami zn. gerecht bestaande uit
het kan ook op heel Europa
mie, vlees en groente.
duiden. SYN: Ptata1.
bana zn. kookbanaan (is minder
Bakratongo zn. Nederlandse taal.
zoet dan de bacove en wordt
bakri ZIE TREFWOORD: bakriman.
gekookt, gebakken of
bakriman zn. bakker. VAR.: bakri.
geroosterd).
bakri-oso zn. bakkerij. Yu mus go
bakabana zn. gebakken kookfruk'fruku na bakri-oso fu feni
banaan.
brede. Je moet heel vroeg naar
ger' bana zn. half rijpe kookde bakkerij gaan om brood te
banaan (Is net geel geworden
vinden.
en nog hard). Ger'bana wordt
bakru
gebruikt voor het bereiden van
1) zn. spook, een soort geest (Hij
her'heri en chips.
wordt uitgebeeld als een korte
grit'bana supu zn. soep gemaakt
man met een groot hoofd). ALG:
met geraspte onrijpe kooktakrusani. ZIE: leba; yorka.
banaan.
2) ww. branden van verlangen,
grun bana zn. groene kookbegerig zijn naar iets. A man
banaan. Grun bana kan zowel
bakru fu rei oto. De man wil
gekookt als geroosterd gegeten
dolgraag auto rijden.
worden. Hij kan ook geraspt
baksis zn. toegift, extraatje. Di mi
worden voor de bereiding van
bai a ipi fisi, a man poti tu
tonton en grit'bana supu. Hij
baksis na en tapu. Toen ik het
wordt ook gedroogd en
hoopje vis kocht, gaf de man me
gemalen tot bananenmeel.
er twee bij als toegift.
lep' bana zn. rijpe kookbanaan.
balata1
(Wordt gebruikt om bakabana
1) zn, bnw. rubber.
te maken).
2) zn. wit sap van de bolletrielos'bana zn. groene kookbanaan
boom, rubbersap.
geroosterd op houtskool.
balata2 ZIE TREFWOORD: baleta.
banabakba zn. de grootste
1) zn. bullepees.
bacovensoort. Deze is minder
2) ww. iemand met een bullepees
zoet dan de kleinere soorten. ZIE:
slaan.
bakba.
balatabon zn. bolletrieboom. Den
banabeki
e bori a merki fu a balatabon fu
1) zn. geelrugbuidelspreeuw.
meki balata. Men kookt het sap
32

banabon
Sranan Tongo - Nederlands
bari
4) ww. met een riem of band
2) zn. roodstuitbuidelspreeuw.
vastmaken. Yu mu banti a susu,
Ook bekend als redi-banabeki.
noso a o kmoto na yu futu.
banabon zn. bananenboom.
Maak je schoenband vast,
banalew zn. een slappe vilten
anders verlies je je schoen.
hoed.
5) ww. knellen. A Jockey e banti
banawatra zn. vocht van de stam
mi na mi seibowtu. De
van een bananen- of een
onderbroek knelt in mijn lies.
bacovenboom (n.b. het sap geeft
banti hori ww. vastbinden met
hardnekkige vlekken). Odo:
een band. Poti a gasbom baka a
Mama mofo na banawatra.
baisigri dan yu e banti en hori
Spreekwoord: Uitspraken van
fu a no fadon. Zet de gasbom
moeders komen altijd uit (m.a.w.
op de bagagedrager van de fiets
ze zijn onuitwisbaar).
en bindt hem vast zodat hij
banban zn. een slanke,
niet valt.
lichtgekleurde zeevis die zeer
banti2 zn. streek. A man tya banti.
smakelijk is. Hij wordt soms
sekubi genoemd.
De man is vol streken.
bangi1 zn. bank, zitbank. Odo:
banti3 bnw. dronken.
Temreman oso no abi bangi.
barba zn. baard.
Spreekwoord: In het huis van de
barbakoto ww. barbecueën, het
timmerman staat geen zitbank.
roosteren van vis of vlees boven
(d.w.z. Wat je zelf goed kunt,
een houtskoolvuur. ZIE TREFWOORD:
doe je meestal voor anderen.)
brabakoto.
bangi2 zn. zandbank.
bar'bari zn. kabaal, lawaai,
bangi3 zn. handelsbank, geld bank.
geschreeuw, ophef. (variant van
Mi e go broko mi moni na bangi.
babari).
Ik ga mijn geld bij de bank
bari1 zn. ton, vat. Poti a watra ini
a bari. Giet het water in het vat.
wisselen.
Raitori: Bari na tapu bari. Piki:
banknotu zn. geldsbedrag van
Tyen. Raadsel: Vaten op vaten.
vijftig cent. VAR.: banku. ZIE TABEL
Antwoord: Suikerriet. VAN ENG:
BIJ: moni.
banku zn. geldsbedrag van vijftig
barrel.
cent of vijftig dollar (vroeger
bari2
1) ww. schreeuwen of roepen van
betekende het ook vijftig gulden
en zelfs vijftigduizend gulden).
een mens of dier, of geluid van
ZIE: banknotu. ZIE TABEL BIJ: moni.
machines. Di a boi koti en futu,
banti1
a bari. De jongen schreeuwde
1) zn. band. A spikri boro mi
toen hij zich in zijn voet sneed.
Te wan sma e waka ini a strati,
banti. Ik heb een spijker in mijn
band. (lett: De spijker heeft
ala den dagu e bigin bari. Als
mijn band doorboord.)
iemand op straat loopt,
2) zn. riem, band.
beginnen alle honden te
3) zn. bandje. Mi frow susu abi
blaffen. Fa a oto e bari so?
wan fini banti bakasei. De
Waarom maakt die auto zo'n
schoen van mijn vrouw heeft
lawaai? ZIE: babari.
een dun bandje aan de
2) ww. omroepen. A nyunsu bari
achterkant.
ini Holland fosi a bari dyaso.
33

bari adyosi
Sranan Tongo - Nederlands
b'ba
Het nieuws is het eerst in
a no man basi en tongo. Daag
Holland omgeroepen en daarna
haar niet uit, want ze kan haar
hier. SYN: brotyas.
tong niet in toom houden.
basi2 zn. bast (van een boom, noot,
3) ww. waarschuwen. Mi ben
bari yu, ma yu no yere. Ik heb
kokosnoot, enz.). ZIE: bonbuba.
je gewaarschuwd, maar je heb
baskita zn. gevlochten rieten
niet geluisterd. SYN: warskow.
mand, meestal gemaakt van
bari adyosi afscheid nemen. ZIE
warimbo. ZIE: manki. VAN ENG:
basket.
TREFWOORD: adyosi.
bari boskopu bekendmaken,
basra bnw. van gemengd ras,
berichten. ZIE TREFWOORD:
bastaard. ZIE: dogla. VAN ENG OF NL:
boskopu.
bastard/bastaard.
bari dreigi uitjouwen. ZIE
baster
1) ww. barsten, in stukken
TREFWOORD: dreigi.
bari kari schreeuwend roepen. ZIE
breken. Efu yu meki a
watramun fadon, a o baster.
TREFWOORD: kari.
bari krei in tranen uitbarsten. ZIE
Als je de watermeloen laat
TREFWOORD: krei.
vallen, zal hij barsten.
bari lafu schaterlachen. ZIE
2) bnw. gebarsten. SYN: broko1.
basya
TREFWOORD: lafu.
1) zn. opziener van slaven,
bari odi groeten, de groeten doen.
voorman. ZIE: basi1.
ZIE TREFWOORD: odi.
bari wroko ww. bekendmaken.
2) zn. dorpsleider. De basya
Lanti bari wroko tak' ala borgu
komt onder een kapten.
fu a kondre di abi tin-na-siksi
batra zn. fles. Di mi kba dringi a
yari mus meki en ID-karta. De
soft, mi fringi a batra trowe.
overheid maakte bekend dat
Nadat ik de soft opgedronken
elke burger van het land die de
had, wierp ik de fles weg. Efu yu
leeftijd van zestien jaar bereikt,
go nanga doti spun ini a batra, a
een ID kaart moet laten maken.
swasani o skefti. Als je vuile
lepels in de fles steekt, zal het
SYN: bari boskopu.
zuurgoed schiften. VAN ENG:
barki1 zn. balk. ZIE: postu; bowtu3.
bottle.
barki2 zn. honderd dollar (vroeger
was het 100 gulden). ZIE TABEL BIJ:
batyaw zn. een bepaald soort
zoutevis, kabeljauw, bakkelmoni.
jauw. ZIE: waranfisi; sowt'fisi;
barki3 zn. boot, bark. Odo:
Libisma e meki en barki, ma
dreifisi; elen; bokun; tri.
Gado e bow en sipi. Spreekbaya tw. om aandacht te trekken,
woord: De mens wikt, maar God
of iets te versterken. Baya,
beschikt (lett: de mens maakt
tamara yu no mu kon. Luister,
zijn boot, maar God bouwt zijn
morgen moet je niet komen.
schip). GEBRUIK: alleen nog in het
Gruntu diri, baya! De groenten
zijn duur, hoor! VAR.: ba2.
spreekwoord. ZIE: boto.
basi1
b'ba1 ['b∙a] ZIE TREFWOORD: baba.
1) zn. baas.
1) ww. kwijlen.
2) ww. bedwingen, in toom
2) zn. kwijl, speeksel.
houden. No suku en mofo, bika
b'ba2 ['b∙a] zn. huid, vel,
34

b'bari
Sranan Tongo - Nederlands
bemui
schubben, schil, bast (van een
2) ww. verzoeken, vragen (met
mens, dier, vis, vrucht of boom).
respect/eerbied). Mi e begi yu fu
ZIE TREFWOORD: buba.
yu kan yepi mi pikinso. Ik
b'bari ['b∙a ři] zn. kabaal, lawaai,
verzoek je me even te helpen.
geschreeuw, ophef. (variant van
ZIE: aksi2.
babari).
begi2
Bedaki zn. kerstmis, kerstdag(en).
1) zn. gebed, verzoek. Na begi
Mi pikin kon fu nyan Bedaki na
wawan kan yepi ini a tori disi.
Sranan. Mijn kind is gekomen
Alleen gebed kan in deze
om het kerstfeest te vieren in
situatie helpen. VAN ENG: beg.
Suriname. GEBRUIK: Jonge mensen
2) ww. bidden. A nowtu disi e
zeggen liever Kresneti. ZIE:
leri den sma begi. Deze nood
Kresneti.
leert de mensen bidden.
bedi
3) ww. aanbidden. Den bribisma
1) zn. bed. DELEN: matrasi; kunsu.
e go na kerki fu begi Gado. De
ZIE: papaya2.
gelovigen gaan naar de kerk om
God te aanbidden. SYN: ambegi.
2) zn. verhoogde plaats in een
tuin waarop men bloemen of
begiman zn. bedelaar.
gewassen kweekt. Na
beifi ww. beven, bibberen, rillen ,
bakadyari yu kan si den bedi
trillen. Esde mi kowru sote taki
ete pe oma ben prani pinda.
mi bigin beifi. Gisteren had ik
Achter op het erf kun je de
het zo koud, dat ik begon te
bedden nog zien waarop oma
bibberen. Di mi si a fufuruman
pinda's plantte.
nanga wan gon, mi ben frede
bedoi ww. aanwijzen, beduiden.
dat' mi bigin e beifi. Toen ik de
Fu di a man no ben sabi a foto
dief met een geweer zag, was ik
meki mi bedoi en fa a mus waka
zo bang dat ik begon te beven.
go na Palmentuin. Omdat de
VAN NL: beven.
man de stad niet kende moest ik
beifi-ati zn. vreesachtigheid,
hem beduiden hoe hij de
zenuwachtigheid. Mi de nanga
Palmentuin kon bereiken. ZIE:
beifi-ati nownowde, baya! Ik
ben nu erg zenuwachtig! SYN:
brokobroko. VAN NL: beduiden.
dyompo-ati.
bedrigi ww. bedriegen, voor de
beiri zn. bijl. SYN: aksi1. VAN NL: bijl.
gek houden. A boi bedrigi en
beitri zn. beitel. VAN NL: beitel.
granmama nanga en moni. Die
jongen heeft zijn grootmoeder
beki zn. een grote ovalen kom van
bedrogen met haar geld. ZIE:
zink, koper of plastiek. VAN NL:
anga1. VAN NL: bedriegen.
bekken.
bedrigi yusrefi ww. jezelf
bèl ww. bellen. Tapu mi friyaridei
bedriegen.
ala mi famiri bèl kmopo fu
bedrigiman zn. bedrieger. SYN:
Nederland. Op mijn verjaardag
dyoteman. ZIE: leiman.
belde mijn hele familie me
Bedyan zn. Westindisch Engels.
vanuit Nederland.
begi1
bemui
1) ww. bemoeien met iets, zich
1) ww. bedelen. A frow e begi
moni tapu strati. De vrouw
ergens mee bemoeien. Yu no
bedelt op straat. VAN ENG: beg.
mus bemui ini tra sma tori. Je
35

ben
Sranan Tongo - Nederlands
bere
moet je niet bemoeien met
buikpijn krijgen als je die natte
andermans zaken. VAN NL:
broek niet uittrekt.
bemoeien.
bere1
1) zn. buik, maag. A nyan te en
2) bnw. nieuwsgierig. Na wan
bemui pikin. Heri dei a e sidon
bere furu. Hij heeft zijn buikje
tapu a skotu e luku san e psa ini
rond gegeten. A kuliman fu tapu
uku bere bigi. De Hindoestaan
birfrow dyari. Het is een
nieuwsgierig kind. Ze zit de
op de hoek heeft een grote
hele dag op de schutting te
buik. Te angri e kiri mi dan mi
bere e bigin bari. Als ik honger
kijken wat er op buurvrouws erf
gebeurt. SYN: mumui.
heb begint mijn maag te
knorren. VAN ENG: belly.
ben hulpww. duidt de verleden tijd
2) zn. baarmoeder. A pikin de na
aan. Mi ben de na at'oso. Ik lag
ini en mama bere. Het kind is
in het ziekenhuis.
in de buik van de moeder
benawtu bnw. warm hebben,
(m.a.w. in de baarmoeder).
benauwd. A benawtu sote taki
mi e broko sweti. Het is zo
SYN: muru2. ZIE: berefamiri;
benauwd dat ik ervan zweet.
mamabere.
VAN NL: benauwd.
3) zn. zwangerschap, foetus.
beni
4) zn. taille. Te mi nanga mi frow
1) ww. buigen, vouwen. Te yu
e koiri, mi lobi hori en na en
waran a plastic peipi, yu kan
bere. Wanneer ik met mijn
beni en fa yu wani. Als je de
vrouw wandel, sla ik mijn arm
om haar middel.
plastic pijp verwarmt, kan je
5) zn. binnenkant. A opo a brede
hem buigen zoals je wilt. ZIE:
fu si san de ini en bere. Hij
fow; boigi; bukundu. VAN ENG:
bend.
maakte het broodje open om te
zien wat erin zat.
2) ww. afslaan, andere richting
abi bere ww. zwanger zijn, in
gaan. Te yu doro pe a bigi
verwachting zijn. Mi frow abi
wenkri de, dan yu e beni go ini
bere. Mijn vrouw is zwanger.
a pasi dati. Als je bij de grote
gi bere ww. zwanger maken.
winkel gekomen bent, dan sla
Boiki gi a pikin fu sei bere.
je bij die straat af.
Boiki heeft het buurmeisje
3) zn. bocht. ZIE: boktu.
zwanger gemaakt.
4) bnw. krom, gebogen.
kisi bere ww. zwanger raken.
5) ww. omspelen (bij voetbal of
Den umasma taki: te wan
basketbal). Ala sma lobi luku te
agama kon ini yu dyari, yu o
Romario e prei, fa a e beni den
kisi bere. De vrouwen zeggen:
tra man. Als Romario speelt,
als een marmerleguaan op je erf
houdt een ieder ervan te zien
komt, zal je zwanger raken.
hoe hij de tegenspelers
SYN: ori bere; abi bere.
omspeelt.
langa bere bnw. onverzadigbaar,
beni strafu straf uitzitten. ZIE
constant eten. A boi disi abi
TREFWOORD: strafu.
wan langa bere. Heri dei a e
ber'ati [beř 'a∙ ti] zn. buikpijn,
nyan. Deze jongen lijkt
buikkramp. Yu o kisi ber'ati efu
onverzadigbaar. Hij eet de
yu no puru a nati bruku. Je zult
36

bere
Sranan Tongo - Nederlands
beri
herstel of voor bescherming
hele dag door. A boi bere
tegen geestelijke machten. A
langa. De jongen eet constant
bonuman taigi a frow taki a
(lett: zijn buik is lang).
musu weri wan bereketi fu kan
lasi bere ww. miskraam. A frow
kon betre. Die toverdokter heeft
lasi a bere. De vrouw heeft een
tegen de vrouw gezegd, dat ze
miskraam gehad. SYN: trowe
een buikketting moet dragen
bere.
om beter te kunnen worden.
ori bere ww. zwanger raken. ZIE:
berekofu zn. vuistslag in de buikkisi bere; abi bere.
streek. No ferferi mi noso mi o
puru bere ww. aborteren,
naki yu wan berekofu. Verveel
abortus plegen. Fu di a frow no
me niet anders geef ik je een
ben wani a pikin, a puru a
stomp in je maag.
bere. Omdat de vrouw het kind
bereman zn. zwangere vrouw.
niet wilde, heeft ze het laten
aborteren.
GEBRUIK: jongere mensen zeggen
bere2 zn. dikke darmen van een
liever bere-uma. VAR.: berem'ma.
koe of varken bereid met
berem'ma ZIE TREFWOORD: bereman.
specerijen (kan met brood of
bere-uma zn. zwangere. SYN:
rijst gegeten worden).
bereman.
bere koti een onverwachts
Bergi1 zn. België.
opkomende drang om af te gaan,
bergi2 zn. berg, heuvel. VAN NL:
meestal gepaard gaande met
berg.
krachtige darmkrampen. ZIE
bergibergi bnw. bergachtig,
TREFWOORD: koti1.
heuvelachtig. A pasi na Afobaka
bere-ati zn. buikpijn. ZIE TREFWOORD:
bergibergi. De weg naar
Afobaka is heuvelachtig.
ber'ati.
bergikaiman zn. wigkopkaaiman.
berebanti zn. buikband. Baka te
Ook bekend als blakakaiman.
wan umasma kisi wan pikin, a
mus tai en bere nanga wan
ZIE: kaiman.
berebanti fu en bere kan kon
bergikeskesi zn. grijze
plata baka. Nadat een vrouw een
capucijneraap. ZIE: monki.
bergi-olo zn. spelonk, grot.
kind gebaard heeft, moet ze haar
bergipresi zn. bergachtige plaats,
buik met een buikband binden
gebergte.
zodat deze weer plat wordt.
bergiskin zn. tegen de berg aan,
berefamiri zn. verwante familie
berghelling. Ini Trinidad den
bij elkaar. bepaalde families
sma e bow den oso tapu a
weten dat ze van één plantage of
bergiskin srefi. In Trinidad
voorouder afstammen, b.v. de
bouwt men huizen zelfs tegen de
families Pengel, Pique, en Pinas,
berghelling.
zijn van de plantage
beri
Onverwacht.
1) ww. begraven. Yu no mus
berefuru bnw. onbelangrijk. Yu e
gi wan lo berefuru tori. Je praat
afrontu a doti pe yu kumbatitei
over heel wat onbelangrijke
beri. Je moet het land waar je
zaken. SYN: lawlaw.
navelstreng begraven ligt, niet
bereketi zn. magische ketting
beledigen. VAN ENG: bury.
gedragen om de buik voor
2) zn. begrafenis, uitvaart.
37

beri doi gi
Sranan Tongo - Nederlands
beweigi
Bakadina mi no de na oso,
besun zn. groot cassavebrood. ZIE:
yèrè. Mi o go na beri.
parakoranti; kasababrede.
Vanmiddag ben ik niet thuis,
beti
hoor. Ik ga naar een
1) ww. bijten. Raitori: Mi papa
begrafenis.
abi dagu. Den bigiwan n'e beti,
beri en gi wan sma
ma den pikinwan e beti. Piki:
1) ww. in de steek laten. Yu ben
Na pepre. Raadsel: Mijn vader
pramisi mi tak' yu bo kon teki
heeft honden. De groten bijten
mi, ma yu no kon moro. Yu beri
niet, maar de kleinen wel.
en gi mi, boi! Je had me
Antwoord: Peper.
beloofd dat je me zou komen
2) zn. lokaas. Yu kan poti wan
halen, maar je bent niet meer
pisi beti na a uku gi mi? Kun je
geweest. Je heb me gewoonweg
een stukje aas aan de hengel
in de steek gelaten.
voor me doen?
2) ww. een misdaad of mis3) ww. jeuken, prikkelen. Na
dadiger aanbrengen, aanklagen.
kras'taya yu bai gi mi. Yu e firi
Efu yu no yepi mi nanga a tori
fa a e beti. Je heb tajer voor me
disi, mi o beri en gi yu na
gekocht die jeuk veroorzaakt, je
driktoro. Als je me met deze
voelt duidelijk hoe hij prikt.
zaak niet helpt, dan zal ik je bij
ZIE: krasi1.
de directeur aanbrengen.
feni wan beti ww. fooi krijgen,
beri doi gi voor iemand duimen.
een meevaller. Tide mi no feni
no wan beti na no wan sma.
ZIE TREFWOORD: doi.
Vandaag heb ik van niemand
berpe zn. begraafplaats, kerkhof.
SYN: bonyogron. ZIE: grebi.
een fooi gekregen.
besnei
betre
1) ww. besnijden. Den
1) bw. beter. Mamanten un no
Yampaneisi e besnei den boi te
ben seri noti, ma now a e go
den tapu twarfu yari. De
moro betre. In de ochtend uren
Javanen besnijden hun jongens
hebben we niets verkocht, maar
op de leeftijd van twaalf jaar.
nu gaat het beter.
2) bnw. besneden. A man disi
2) bw. liever, eerder. Betre mi
besnei fu di na datra ben wani.
nyan soso brede prefu mi begi
Deze man is besneden op
sma moni. Liever brood zonder
dokters advies.
beleg eten dan mensen om geld
besroiti
vragen.
1) zn. besluit. Yu no kan kenki a
3) ww. genezen. Efu yu no tai a
besroiti san meki kba. Je kan
soro, a o betre moro esi. Als je
de wond niet verbindt, zal hij
het besluit dat genomen is, niet
sneller genezen. ZIE: gesontu.
meer veranderen.
beweigi
2) ww. beslissen. San driktoro
1) ww. bewegen (zich). Te yu si
besroiti, sma no man kenki
wan sneki krosbei fu yu futu, yu
moro. Wat de directeur
no mus beweigi. Als je een
besloten heeft, kan men niet
meer veranderen
slang dichtbij je voeten ziet,
teki wan besroiti een beslissing
moet je je niet bewegen.
nemen.
2) zn. beweging. A skowtu meki
38

bifo
Sranan Tongo - Nederlands
bigimarkusa
wan beweigi nanga en anu fu
afgunstig zijn, benijden. A pikin
sori tak' un kan abra a strati.
abi bigi-ai na mi tapu fu di a e
De agent maakte een beweging
si taki mi e prodo moro en. Dat
met zijn hand om aan te geven
kind is jaloers op me omdat ik
dat we de straat mochten overmodieuzer gekleed ben dan zij.
steken.
SYN: dyarusu.
bifo vw. voorheen. Fu sanede mi
bigibigi dei klaarlichte dag. ZIE
mus pai edemoni now? Noiti mi
TREFWOORD: dei.
no pai en bifo. Waarom moet ik
bigidagu zn. vooraanstaand
nu belasting betalen? Voorheen
persoon, notabele, rijke. A man
heb ik het nooit gedaan. ZIE: fosi.
san ben seri sani na wowoyo
VAR.: bifosi. VAN ENG: before.
tron wan bigidagu fu a kondre.
bifosi ZIE TREFWOORD: bifo.
De marktkoopman is nu een
bigi
vooraanstaande man geworden.
SYN: bigiman; bigifisi.
1) bnw. groot (van maat, breedte,
omvang, omtrek, oppervlakte,
bigidoi zn. duim of grote teen.
enz.). A man disi bigi leki asaw.
VAR.: bigidoin.
Deze man is zo groot als een
bigidoin ZIE TREFWOORD: bigidoi.
olifant. Angriten kon ini a
bigifasi zn. hoogmoed, hovaardij.
Odo: Bigifasi abi ondrow
kondre fu di wan bigi alen pori
fanowdu. Spreekwoord:
ala a nyanyan. Er ontstond
Hoogmoed komt voor de val.
hongersnood in het land, omdat
zware regens de oogst
GEBRUIK: wordt gebruikt met het
vernietigd hadden. ANT: pikin1.
werkwoord abi. ANT: sakafasi;
VAN ENG: big.
SYN: bigimemre.
bigifisi zn. notabele. SYN: bigidagu;
2) bnw. oud. I denki taki yu bigi
moro mi? Denk je dat je ouder
bigiman.
bent dan ik? Te den pikin kon
bigifutu1 zn. elephantiasis, been
dat is opgezet door besmetting
bigi, yu no kan dwengi den
met filaria. SYN: bimba. ZIE: bubu1.
moro fu du san yu wani. Als
bigifutu2 zn. soort snoepgoed,
kinderen groot zijn geworden,
Chinese pruim.
kun je ze niet meer dwingen om
bigikuyake zn. roodsnaveltoekan.
te doen wat je wilt. SYN: owru1;
grani.
bigiman
meki bigi ww. bluffen,
1) zn. volwassene. Te mi tron
opscheppen. Den boi lobi meki
wan bigiman mi o bai wan oto.
bigi taki den p'pa moro tranga.
Als ik volwassen ben, ga ik een
De jongens houden ervan om
auto kopen.
erover op te scheppen dat hun
2) zn. vooraanstaand persoon,
vader sterker is. SYN: skepi.
belangrijk persoon. Johan Adolf
Pengel ben de wan bigiman fu
bigi-ai ['bi dʒaⁱ] zn. hebzucht,
Sranan. Johan Adolf Pengel
begeerte. Soso bigi-ai fu a moni
was een belangrijk persoon in
fu a man meki a pikin gwe nanga
Suriname. SYN: bigifisi;
en. Alleen door hebzucht is de
vrouw er met die man vandoor
bigidagu.
gegaan. ZIE: gridi.
bigimarkusa zn. een soort
abi bigi-ai ww. jaloers zijn,
passievrucht waarvan de vrucht
39

bigimemre
Sranan Tongo - Nederlands
birman
Luku fa mi yepi mi mati ala den
tot 25 cm groot kan worden. ZIE:
yari, dan now a e gi mi bigitaki.
markusa.
Kijk eens hoe ik mijn vriend al
bigimemre
die jaren geholpen heb, maar nu
1) zn. hoogmoed, hovaardij. Odo:
wil hij me brutaliseren. Fosten
Bigimemre wani ondrow.
den pikin ben lespeki den
Spreekwoord: Hoogmoed komt
bigisma, ma dis' ten den pikin
voor de val.
asranti, den e gi bigitaki.
2) bnw. hoogmoedig, hovaardig.
Vroeger hadden de kinderen
SYN: bigifasi; ANT: sakafasi.
respect voor hun ouders, maar
abi bigimemre ww. hoogmoedig
nu zijn ze vrijpostig en hebben
zijn. A frow disi moi èn a gudu,
praatjes. ZIE: kosi1.
dat' meki a abi bigimemre.
Deze vrouw is mooi en rijk,
bigitodo zn. reuzenpad. Ook
daarom is zij hoogmoedig.
bekend als kras'todo.
bigin
bigiwan zn. de grote of belang1) ww. beginnen, aanheffen. Mi o
rijke. TEGENH: pikinwan.
poti yu na oso. Bigin poti yu
bigi-watradagu zn. Braziliaanse
sani ini a wagi. Ik zal je thuis
reuzenotter. Hij wordt ook
brengen. Begin alvast je spullen
gewoon watradagu genoemd als
in de auto te zetten. ANT: kaba.
het niet nodig is hem te
ZIE: stotu2.
onderscheiden van de kleine
zwampotter.
2) zn. begin. A bigin fu a tori ben
bigiwowoyo centrale markt aan de
span moro a kaba fu en. Het
waterkant in Paramaribo. ZIE
begin van het verhaal was
spannender dan het einde.
TREFWOORD: wowoyo.
bigi-popokaisneki zn. groene
bigiyari zn. groot verjaardagsfeest
boomboa. Ook bekend als
(gevierd op het eerste, vijfde, en
kadasneki of popokaisneki.
elk vijfde jaar daarna). ZIE: yari1;
bigisensi zn. muntstuk van twee en
bigi.
een halve cent. ZIE TABEL BIJ: moni.
bika vw. omdat, opdat, want, daar.
bigisma
Mi bai wan paki blon tide bika
1) zn. volwassenen, ouders, ouder
mi e go meki roti. Ik heb
vandaag een pakje meel gekocht
en wijzer persoon. Te bigisma e
taki, pikin-nengre mus tan tiri.
omdat ik roti ga maken. SYN: fu
di. VAR.: bikasi.
Als volwassenen spreken
moeten kinderen zwijgen. ANT:
bikasi ZIE TREFWOORD: bika.
bimba zn. elephantiasis, been dat
pikin-nengre.
is opgezet door besmetting met
2) zn. voorouders (maar ook
filaria. SYN: bigifutu1. ZIE: bubu1.
grootouders, enz.). Den
birambi zn. birambi (de lange
bigisma fu mi ben de srafu.
cilindervormig vruchten lijken
Mijn voorouders waren slaven.
op kleine augurken). ZIE: fransSPEC: granmama; granpapa; afo;
trotro.
man-birambi; lontu-birambi.
bigitaki zn. grootspraak, grootbirfrow zn. buurvrouw.
praats (SN), brutale praatjes.
biri zn. bier. ZIE: sopi; dyogo.
gi bigitaki ww. brutaliseren,
birman zn. buurman.
iemand brutaal aanspreken.
40

birti
Sranan Tongo - Nederlands
blaka
birti
wanneer je het met olie
1) zn. buurt. Mi nanga Arnie e
klaarmaakt.
2) zn. Drank gemaakt van
tan ini a srefi birti. Arnie en ik
wonen in dezelfde buurt.
geneeskrachtige bladeren, hout
of lianen. Wordt gebruikt als
2) zn. omgeving, wijk. Di Irak
medicijn tegen wormen, als
nanga Iran ben feti, dan ala
laxeermiddel en om eetlust op
den tra kondre ini a birti fu den
te wekken.
ben e pina. Toen Irak en Iran in
3) zn. sterke drank (b.v. whisky,
oorlog verwikkeld waren, leden
rum, enz.). Fu sanede yu e nyan
alle andere landen in de
a bita so? A no bun. Waarom
omgeving eronder.
gebruik je zoveel sterke
3) zn. buur. Esde den birti fu mi
drank? Het is niet goed voor
gwe na Amerika. Gisteren zijn
je. ZIE: sopi.
mijn buren naar Amerika
vertrokken. VAR.: birtisma.
bitakasaba zn. bittere cassave. De
birtisma zn. mensen die in
wortels van deze cassavesoort
dezelfde buurt wonen, buren.
bevatten een giftige stof die eerst
bisa zn. satanaap, baardsaki. Ook
verwijderd moet worden
bekend als kwataswagri. ZIE:
alvorens de cassave genuttigd
kan worden. Na het schillen en
monki.
raspen van de cassave wordt de
bisbisi-woron zn. aarsmade.
pulp gewassen en het sap uitbisi1 zn. bemoeienis. I no abi bisi
geperst met behulp van een
dya. I mu gwe! Je heb niets hier
matapi. Van de pulp wordt
te zoeken. Ga weg! (lett: Je heb
kasababrede en kwak gemaakt.
geen bemoeienis hier...)
Van het sap maakt men o.a.
no abi bisi ww. geen bezwaar
goma, kasripo en kasiri. ZIE:
hebben, ergens geen moeite
mee hebben, niets mee te
swit'kasaba.
maken hebben. I kan kon efu yu
bitawiwiri zn. een bittere
wani. Mi no abi bisi. Je kunt
bladgroente.
komen als je wilt. Ik heb er
biten bw. bijtijds, tijdig. Efu mi
geen moeite mee.
ben meki den luku a sani biten,
San bisi yu? / O bisi yu? Wat is
dan kande a no bo broko. Als ik
er aan de hand? Wat bezielt je?
ze tijdig ernaar had laten kijken,
dan was het misschien niet stuk
GEBRUIK: Meestal gebruikt door
gegaan.
ouderen.
blaka
bisi2 zn. hebben en houden, bezit.
1) bnw. zwart. ALG: kloru1.
Teki yu bisi, dan yu e gwe!
2) ww. zwart maken m.b.v. een
Neem je hebben en houden en
zwart middel. Mi mu blaka mi
ga weg! SYN: taitai; pototo;
susu fosi mi go na wroko. Ik
bagasi; bondru.
moet mijn schoenen met
bita
zwarte schoensmeer poetsen
1) bnw. bitter van smaak. Te yu
voordat ik naar het werk ga. A e
bori amsoi nanga watra, a e
blaka en wiwiri, dat' meki a
bita moro dan te yu e bori en
sori yongu ete. Hij verft zijn
nanga oli. Als je amsoi in water
haar zwart, daarom ziet hij er
kookt, is het bitterder dan
41

blaka doti
Sranan Tongo - Nederlands
bo
nog jong uit.
blakapepre zn. zwarte peper.
3) ww. bekladden. Di de tra
blakapina zn. haarspeld. VAR.:
wrokoman yere tak' Syori o
brakapina.
tron basi, den go blaka en na
blaka-tara zn. scheldnaam voor
driktoro. Toen de andere
donkerkleurige mensen. SYN:
werknemers hoorden dat Syori
blaka-tin-tin.
tot chef benoemd zou worden,
blaka-uma zn. negerin. SYN:
zijn ze hem gaan bekladden bij
nengre-uma.
de directeur. ZIE: blakabal.
blakaweti-aka zn. zwart-witte
naki wan blaka ww. een blunder
kuifarend.
slaan.
blaw bnw. blauw. ALG: kloru1.
blaka doti zwarte aarde. ZIE
blawforki zn. blauwgrijze tangara,
TREFWOORD: doti1.
bisschopstangara (vogel). Ook
blaka sneisi zn. neger met een
bekend als blawtyi.
chinese familienaam.
blawkepanki zn. purperhoen.
blaka-ai pesi zn. bepaald soort
blawtyi zn. blauwgrijze tangara,
boon. ZIE: pesi.
bisschopstangara (vogel). Ook
bekend als blawforki.
blakabal zn. wordt alleen gebruikt
in de uitdrukking naki wan
blesi
blakabal met als betekenis
1) ww. zegenen. SYN: seigi; ANT:
iemand bekladden of in een
fluku. VAR.: bresi.
kwaad daglicht stellen. SYN:
2) zn. zegen. ANT: fluku.
blaka.
3) bnw. gezegend, zalig. Mi e
blaka-ede tingifowru zn. zwarte
winsi un wan blesi dei go moro
gier. Hij wordt ook gewoon
fara. Ik wens jullie een
tingifowru genoemd als het niet
gezegende dag verder.
nodig is hem te onderscheiden
blo ZIE TREFWOORD: bro.
van andere soorten gieren. ZIE:
1) ww. ademen.
tingifowru.
2) zn. ademhaling.
blakakaiman zn. zwarte kaaiman.
3) ww. blazen.
N.B. kaaimansoort die niet
4) ww. rusten, uitrusten.
voorkomt in Suriname. De
blon zn. bloem, meel, blom (SN). A
kleinere bergikaiman en
teki blon, a masi en, dan a baka
redikaiman die wel in Suriname
brede. Hij nam blom, kneedde
voorkomen, worden soms voor
het, en bakte er brood van.
de blakakaiman aangezien. ZIE:
blonsaka zn. meelzak.
kaiman.
bo1 hulpww. zouden (samenblakaman zn. Creool, neger. SYN:
trekking van ben + o). Efu
nengre. ZIE: krioro.
skowtu no ben kon, dan den boi
blakamarkusa zn. bepaald soort
bo gi densrefi mankeri. Als de
passievrucht. Ook bekend als
politie niet gekomen was,
blaka-snekimarkusa of
zouden de jongens elkaar
yorkamarkusa. ZIE: markusa.
verwond hebben. Den konkrublakanengre zn. zwarte neger.
man mus luku bun! A bo moro
blakapan zn. ijzeren pan.
bun gi den efu den no ben si a
blakapatu zn. zwarte pot, ijzeren
krin fu dei. Verraders moeten
pot.
oppassen! Het zou beter voor ze
42

bo

Sranan Tongo - Nederlands
boku
zijn als ze niet geboren waren.
boigi ww. buigen.
bo2 zn. boog. TEGENH: peiri.
boiti1 zn. buitenplaats, buitenwijk,
bobi zn. borst. Sanede yu e meki a
buiten (de stad). Fa mi e tan na
pikin krei so? Gi en a bobi.
boiti, mi no man kon ala yuru na
Waarom laat je dat kind zo
foto. Omdat ik buiten woon, kan
huilen? Geef het de borst.
ik niet iedere keer naar de stad
bobi wan manya een manja
komen. VAN NL: buiten.
boiti2
uitzuigen (je maak een gaatje in
een zachte manja en daarna
1) vw. behalve. Ala presi den man
prati koranti, boiti Flora.
zuig je het sap eruit). ZIE: soigi.
bobimerki zn. moedermelk,
Overal heeft men kranten
borstvoeding, zog.
bezorgd, behalve op Flora.
bobimofo zn. tepel, speen.
2) vw. naast, behalve. Boiti a
bobo
wan pikin, a mama abi ete wan.
1) zn. sufferd. ZIE: babaw.
Behalve dat ene kind heeft de
moeder er nog één. ZIE: nanga.
2) bnw. suf (wat gedrag betreft).
A boi disi bobo tak' umasma
boitipresi zn. buitenplaats. ZIE:
pranasi.
srefi e fon en. Deze jongen is zo
boketi zn. boeket, ruiker,
suf dat zelfs de meisjes hem
bloemstuk.
aftakelen.
owruyari boketi een ruiker die
boboi ww. wiegen, hobbelen; een
gegeven wordt een dag voor de
kind sussen. Boboi a pikin te leki
verjaardag.
a sribi. Sus het kind in slaap. ZIE:
bokoboko zn. bok. ALG: krabita.
dodoi.
boboisturu zn. hobbelstoel,
bokrafru zn. rode ara, geelvleugel
schommelstoel.
ara (een rode ara met gele en
bodoi ww. aanwijzen, beduiden.
blauwe vleugels). ZIE: rafru.
bokru bnw. gebocheld. Te yu e
ZIE TREFWOORD: bedoi.
waka, yu no mus beni yu baka
bofru zn. zuid-amerikaanse tapir.
so, noso yu o kisi wan bokru
bogobogo bnw. veel, meer dan
baka. Je moet niet zo gebogen
voldoende, in overvloed.
lopen, anders krijg je een
Nyanyan ben de bogobogo na a
bochel. VAN NL: bochel.
friyari-oso. Er was eten in
bòks ww. botsen. Tu wagi bòks na
overvloed op het verjaardagsTorarica. Er was een botsing
feest. SYN: furu; hilahila. ZIE: nofo.
tussen twee auto's bij Torarica
boi
(lett: Twee auto's zijn gebotst
1) zn. jongen. No meki a boi dati
bij Torarica.) SYN: naki.
taki nanga yu pikin. A no abi
bun prakseri. Laat die jongen
boktu zn. bocht.
niet met je dochter praten. Hij
anga wan boktu ww. met hoge
heeft geen goede bedoelingen.
snelheid een bocht nemen.
VAN ENG: boy.
koti wan boktu ww. een bocht
2) zn. zoon. Ala leisi a boi fu mi
beschrijven.
e suku den moro plata buku fu
boktuboktu
leisi. Mijn zoon zoekt elke keer
1) bnw. kronkelig.
steeds het platste boek uit om te
2) zn. bochten, kronkels.
lezen. ZIE TABEL BIJ: famiriman.
boku ZIE TREFWOORD: bokun.
43

bokun
Sranan Tongo - Nederlands
bori
bokun zn. bokking, gedroogde of
bonensoorten.
gerookte haring. ZIE: elen;
bonu
1) ww. geesten bezweren en/of
sowt'fisi; waranfisi. VAR.: boku.
boma zn. anaconda. ZIE TREFWOORD:
oproepen. Den go na boiti go
bonu. Ze zijn buiten de stad om
aboma.
bombel zn. vuurwerk. ZIE: finpeiri;
geesten te bezweren. SYN: du
pagara.
fanowdu.
bon zn. boom.
2) ww. betoveren. Yu kan bonu
bonboni zn. Surinaamse eekhoorn.
wan sma meki a gwe. Je kan
Ook bekend als letyan.
iemand bewerken, zodat hij je
bonbuba zn. boombast,
verlaat. ZIE: wisi.
boomschors.
bonuman zn. genezer van ziekten
bondru zn. bundel. SYN: bosu.
van bovennatuurlijke aard,
bondru kon na wan ww.
toverdokter. ZIE: wisiman;
bundelen, eenheid vormen,
lukuman; obiaman.
verenigen. SYN: meki wan kofu.
bonuwroko zn. afgoderij; rituele
bonfutu zn. scheenbeen. A boi
handelingen die behoren bij de
misi a bal dan a skopu mi na mi
winti-religie. Mi ben sabi a
bonfutu. De jongen miste de bal
granmama fu mi birfrow, a ben
en trapte tegen mijn
du hebi bonuwroko. Ik kende de
scheenbeen.
grootmoeder van mijn buurbonfyofyo zn. schildwants. ZIE
vrouw heel goed. Ze deed
intensief aan afgoderij. SYN:
TREFWOORD: fyofyo1.
afkodrei.
bongo ['boŋ go] zn. tromsoort. ALG:
bonyo zn. bot, been.
dron.
bonyogron zn. begraafplaats. SYN:
bongro zn. rommel. GEBRUIK: wordt
berpe.
meestal negatief gebruikt.
borgu1 zn. burger. Mi na wan
bonk ww. weggooien.
borgu fu Sranan. Ik ben een
bonki
burger van Suriname. VAN NL:
1) zn. snijboon.
2) zn. het verwijst ook naar
burger.
verschillende soorten van
de ini borgu in burgerkleren
geïmporteerde bonensoorten,
zijn, niet in uniform. Den
zoals bruinebonen, wittebonen
skowtu de ini borgu fu den boi
en capucijners. ZIE: pesi.
no sabi taki den na skowtu. De
agenten zijn in burgerkleren
bonkitiki zn. bonestaak.
zodat de jongens hen niet als
bonkoro zn. mulat met lichte ogen
politie herkennen.
en licht haar. ZIE: malata.
borgu2 ww. op rekening
bonsbak zn. knikkerspel waarbij
(ver)kopen (krediet). Mi no abi
de ene yowka de andere moet
nofo moni fu bai a baisigri; mi o
raken na teruggestuit te zijn
borgu en. Ik heb niet genoeg
(meestal) van een muur. ZIE:
geld om de fiets te kopen; ik zal
yowka.
hem op rekening kopen.
bontara zn. hars.
borguman zn. iemand die op
bontyi ZIE TREFWOORD: bonki.
krediet koopt.
1) zn. snijboon.
bori ww. koken. Ala dei mi mama
2) zn. geïmporteerde
44

boriman
Sranan Tongo - Nederlands
bosi
e bori fosi a go na foto. Elke dag
pasi. ZIE: boropasi.
kookt mijn moeder voordat zij
boro psa
naar de stad gaat. Mi no bori mi
1) ww. langs gaan. Fosi mi go na
patu ete. Ik heb het eten (lett:
Robby mi o boro psa kon na yu.
mijn pot) nog niet gekookt. SPEC:
Voordat ik naar Robby ga, zal
baka2; brabakoto; brai; losi;
ik even bij jou langs komen.
skreki2; smuru1; stofu.
2) ww. doorboren. A spikri boro
boriman zn. kok. Odo: Te yu naki
psa en futu. De spijker doorkapa lasi, yu sa yere boriman
boorde zijn voet.
tongo. Spreekwoord: Wie kaatst,
boroman
moet de bal verwachten. GEBRUIK:
1) zn. iemand die onuitgenodigd
Verouderd. SYN: koki.
op een feest komt of illegaal
ergens binnenkomt; klaploper.
boro1
Den sma poti wan waktim